Hoofddoek overmeestert Algerijnse stad Blida

BLIDA, 19 MAART. De islamitische hoofddoek heeft zich verspreid over Blida, een stad van een miljoen inwoners ten zuiden van Algiers. Bijna alle vrouwen dragen haar nu, uit overtuiging of in berusting, op raad of op uitdrukkelijk bevel van een soort islamitische militie die de goede zeden predikt en die de controle over de stad van het stadsbestuur lijkt te hebben overgenomen. Blida lijkt onder de knoet van de moslim-extremisten te zitten, zeggen vele bewoners.

De vrouwen en jonge meisjes die in het warnet van straatjes van de souk in de medina (oude stad) rondlopen, hebben het haar bedekt en dragen doorgaans ook een lang gewaad of broek met tuniek. Elke fantasie op kledinggebied lijkt tegenwoordig onbetamelijk; de meisjesscholen tonen veel overeenkomst met kloosters.

Een van de vier tandartsen van een staatspolikliniek in de omgeving heeft de veranderingen tot haar schade aan den lijve ondervonden: haar hoofd is kaal geschoren en met teer ingesmeerd om nieuwe haargroei tegen te gaan. Van de overige drie heeft een haar post verlaten en hebben twee anderen de hoofddoek omgeknoopt.

Het vrome Blida en zijn omgeving, historisch domein van de politieke islam, hebben de voorschriften ervan altijd prompt toegepast. De garnizoensstad, die in haar talrijke kazernes duizenden militairen herbergt, geldt als bolwerk van de Beweging voor de Islamitische Maatschappij (MSI) van sjeik Mahfoudh Nahnouh. Maar het inmiddels verboden Front van Islamitische Redding (FIS) was er in opmars, zoals bleek tijdens de parlementsverkiezingen van de jaarwisseling '91/'92, die uiteindelijk door regering en leger werden geannuleerd.

De inwoners van Blida zeggen dat een soort militie vanuit de moskeeën de stad sluipend overneemt, de goede zeden predikend. Zij is samengesteld uit jongeren, die “als uit het niets” opduiken. Als ze hun werk hebben gedaan, verdwijnen ze weer. De geruchten doen hun werk in het kielzog van deze groepen, die handelen op orders afkomstig “van overal en nergens” van de zijde van onbekende leiders, aldus de bewoners.

Een per gerucht verspreid decreet dat bezoek door vrouwen aan badhuizen in strijd is met de islamitische wet, heeft er voor gezorgd dat een aantal van dergelijke etablissementen voor vrouwen zijn gesloten. De kapsters, door eenzelfde gerucht veroordeeld, hebben hun salons uiteindelijk na een periode van aarzeling heropend.

Sommige kiosken verkopen geen Franstalige bladen - verspreiders van Westers verderf - meer uit angst voor de fundamentalistische dreigementen. Het is niet vast te stellen of de kioskhouders het met de fundamentalisten eens zijn, of ze bang dan wel voorzichtig zijn.

In het openbaar vervoer houden vrouwen een onofficiële scheiding van mannen in acht. De mannen hebben de beschikking over de voorkant, de vrouwen over de achterzijde. Mannen nemen de voordeur, vrouwen de achterdeur. De eigenaars van de bussen maken zich kennelijk nog geen zorgen over een gerucht volgens hetwelk de moslim-extremisten hun hadden opgedragen binnen de voertuigen scheidingswanden aan te brengen. (AFP)