Echtscheidingswet

Wie ooit aan den lijve echtscheiding heeft meegemaakt zal ongetwijfeld tot de conclusie zijn gekomen dat het een onaangename, vaak langdurige, ingewikkelde en kostbare affaire is.

Dit pleit enerzijds voor het initiatief van de minister van justitie voor vereenvoudiging, maar anderzijds evenzeer voor de kritiek hierop van de zijde van de Orde van Advocaten en de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak. De ingewikkeldheid van een echtscheiding, naast en boven de emoties, heeft namelijk alles te maken met de ingewikkeldheid van het huwelijkscontract. Als in Nederland twee mensen trouwen en zij hebben voordien verstek laten gaan bij het regelen van hun zakelijke verhoudingen, dan treedt er een contract in werking van langdurige verplichtingen en afhankelijkheden, deling van vermogensbestanddelen en goederen. De draconische consequenties van dit contract, dat zo erotiserend 'gemeenschap van goederen' wordt genoemd, worden pas zichtbaar als het mis gaat. En daarom heeft de minister gelijk, hebben de advocaten gelijk en hebben de rechters gelijk en allemaal bij elkaar hebben ze ongelijk.

Want wat moet gebeuren is het wettelijk vaststellen dat beide partners zelfstandige individuen zijn die voor zichzelf verantwoordelijk blijven en verantwoordelijkheid delen ten opzichte van hun eventuele kinderen. Als men dan zo graag in meer of mindere mate gemeenschap van goederen wil, dan moet men daarvoor maar naar de notaris, in het volle bewustzijn van de gevolgen.