De verfloddering

VIER JAAR HEEFT het kabinet-Lubbers/Kok er op zitten en in de laatste bocht vliegt het uit de baan met zijn hoofdnummer: de sanering van de overheidsfinanciën. Lange tijd is minister Kok (financiën) er in geslaagd om het overheidstekort te verminderen. Maar in het vierde jaar, met de eindstreep in zicht, verspeelt hij zijn voorsprong. Dit jaar komt het financieringstekort, budgettaire kunstgrepen buiten beschouwing gelaten, weer op het niveau waar het aan het begin van deze kabinetsperiode ook stond. Alle tussenliggende budgettaire inspanningen ten spijt is Nederland weer terug bij af.

Kok lanceerde vorig jaar de gedachte dat het wel een tandje minder kon met het financieringstekort. Dat is intussen een tandwiel geworden. Niet alleen komt het tekort dit jaar hoger uit dan recent werd verwacht, deze verwachting was al bijgesteld en de bijstelling was al weer hoger dan in het regeerakkoord was afgesproken. Voor het oog wordt dit enigszins toegedekt door incidentele kunstgrepen. Toen Kok in 1989 aantrad, had hij terecht kritiek op dergelijke incidentele maatregelen die zijn voorganger Ruding had achtergelaten. Nu ziet het ernaar uit dat Kok een groter 'incidenteel' gat achterlaat dan Ruding.

DE VERFLODDERING van het financieringstekort is des te opmerkelijker, omdat het kabinet in de afgelopen jaren de collectieve lasten heeft verhoogd en het bedrijfsleven en de burgers meer geld afhandig heeft gemaakt. De collectieve lastendruk beweegt zich al de hele kabinetsperiode boven de norm van het regeerakkoord. Per jaar innen de overheid en de sociale fondsen zo'n tien miljard gulden meer dan de bedoeling was. De vorige maand haastig aangekondigde lastenverlichting van vijf miljard gulden is niet meer dan een gedeeltelijke teruggave van te veel betaalde lasten.

Deze operatie van vijf miljard bevat een hoog Lubbers-gehalte. Het is ongehoord dat belastingmaatregelen worden aangekondigd op briefpapier van het 'Kabinet van de Minister-President', omdat dit bij uitstek een zaak is van Financiën. Kennelijk is Kok overspeeld door Lubbers, tegen de zin van zijn ambtenaren, terwijl het bedrag waarop werd ingezet voor de lastenverlichting van dag tot dag hoger werd. Politiek gezien kwam dit de PvdA-leider wel goed uit voor de koopkracht van de minima, maar aldus is het financieringstekort voor 1994 tot en met 1996 terloops vastgezet op een hoger niveau dan voordien was aangegeven. De lastenverlichting is naderhand een beetje afhankelijk gemaakt van de bereidheid van de sociale partners om de CAO-afspraken in 1995 te matigen, maar het geld is al weggegeven.

OVER DE CHRONISCHE omvang van de staatsschuld die maar niet daalt en de molensteen van de rentelasten - dit jaar 28 miljard gulden, vijf keer de kosten van de hoge-snelheidslijn - geen woord. Toch is dit de financiële erfenis van drie kabinetten-Lubbers. Al die jaren in het Torentje heeft Lubbers de staatsschuld nooit zo'n probleem gevonden, omdat de overheid naar zijn mening altijd nog kon beschikken over de miljarden van het ambtenarenpensioenfonds ABP.

Het gevolg is dat de communicerende vaten van overheidstekort en lastendruk nog steeds op een te hoog niveau liggen. De ontsporing van het tekort in dit jaar maakt het streven naar lastenverlichting door verkleining van het verschil tussen bruto en netto loonkosten in een volgend kabinet alleen maar lastiger. Terwijl dat, niet alleen voor de werkgelegenheid maar ook met het oog op de concurrentiepositie van Nederland, alleen maar urgenter is geworden.

De Sociaal-Economische Raad heeft zich gisteren uitgesproken voor verdergaande lastenverlichting ten behoeve van werkgelegenheid in de komende kabinetsperiode. De eensgezindheid die in het bolwerk van de overlegeconomie zo gekoesterd wordt, is niet bereikt. Tegen de dissidente macht van de twee grootste FNV-bonden, de Industriebond en de ambtenarenbond AbvaKabo, waren de FNV-vertegenwoordiger in de SER, de werkgevers en de kroonleden niet opgewassen. Zo'n ramp was dat overigens niet, want het ontwerp-akkoord, waartegen aanvankelijk alleen De Nederlandsche Bank zich met kracht van argumenten verzette, was flinterdun. Weliswaar bevatte het de aanbeveling van vijftien miljard gulden lastenverlichting, maar werkgevers en werknemers verschilden volstrekt van mening over de manier waarop dat moest worden betaald. Verdere verlaging van het financieringstekort was 'subsidiair' naar de toekomst geschoven.

IN HET UITEINDELIJKE SER-advies over het sociaal-economische beleid op middellange termijn is de lastenverlichting gebonden aan een deugdelijke financiering en heeft de aanpak van het financieringstekort voor het komende kabinet weer een prominente plaats op de politieke agenda gekregen. Dat klinkt goed, maar zo sleept Nederland de sociaal-economische problemen van de vorige ploeg mee naar de volgende regeerperiode. Het coalitie- en consensus-model blijft zich vastklampen aan geleidelijkheid, terwijl de tijd dringt.