De pedofiele medemens bij de NCRV

De wegen van onze omroepen kunnen ondoorgrondelijk, onhandig en onaangenaam zijn. Neem nu de NCRV, toch niet de omroep die je meteen met Sodom en Gomorra associeert. Een poos geleden moet een aantal NCRV-bonzen besloten hebben het ingesluimerde pedofiliedebat uit de jaren zeventig nog eens dunnetjes over te doen. Nieuwe feiten en gezichtspunten zijn er sindsdien niet bijgekomen, maar wat zou het: de zendtijd moet vol en een beetje broeierige seks gaat er ook bij de mannenbroeders altijd wel in.

Het resultaat konden we woensdagavond zien: de documentaire Het Bachvirus van Robert Verhoeven en Arnold Vogel. Een documentaire? Het woord alleen al is te veel eer. Het leek er eerder op dat de NCRV een uurtje zendtijd ter beschikking had gesteld van de nooit versagende pedofielenlobby van Nederland.

Te elfer ure moeten ze bij de NCRV behoorlijk wat last hebben gekregen van hun kwade geweten, want anders kan ik het niet verklaren dat ze aan die 'documentaire' een extra-uitzending van Rondom tien vastplakten. Daarin mocht Violet Falkenburg aan één deskundige, de psycholoog Wim Wolters, een handvol minuten geven om de ergste onzin uit de film te corrigeren. De andere deskundige, de psycholoog Theo Sandfort, had het een integere en moedige film gevonden. Met de psychologie kun je nog steeds alle kanten uit.

Zou het niet verkieslijker zijn als de NCRV de volgende keer meteen een goede, objectieve film laat maken waarin alle standpunten keurig aan bod komen? Het bespaart zendtijd en het is wel zo rustig en overzichtelijk.

Over Het Bachvirus kreeg ik al de ergste voorgevoelens na lezing van een interview met regisseur Verhoeven in de VPRO-Gids. De interviewster werpt hem voor de voeten: “Waarom stel je geen kritischer vragen? Ik vind je benadering wel erg eenzijdig.” Verhoeven, steeds kribbiger wordend, antwoordt dan: “Maar dat is juist het verfrissende want die zogenaamde kritische vragen zijn eigenlijk alleen maar vragen die nodig zijn voor het onderhoud van het vooroordeel. Ik heb een ruim libido-repertoire, ik sta er onbevangen tegenover. Mijn uitgangspunt is gewoon als twee mensen plezier hebben in een erotische situatie, dan is het oké. En dan vind ik niet dat er opeens een moraal-theologie bijgehaald moet worden. Het is deze joods-christelijke cultuur die dan wel in de uiterlijke, kerkelijke zin verdwenen is maar die als scenariootje nog voortwoekert.”

Het is jammer dat hij die opmerking over dat scenariootje niet in zijn film had verwerkt - dat zou de chef documentaire programma's bij de NCRV nog een aardig dilemmaatje hebben bezorgd boven de montagetafel.

Er is uiteraard niets op tegen dat ze bij de NCRV eindelijk de deuren wagenwijd hebben opengezet voor mensen met een ruim libido-repertoire. De Heere kan er nog wat van leere. Ook de dominee moet met zijn tijd meegaan, en waarom zou de softe erotiek het domein blijven van Veronica? Maar betekent die expansie van de drifthuishouding ook meteen dat alle journalistieke principes overboord gaan? Dat zou, om toch nog even met de joods-christelijke cultuur te spreken, zonde wezen.

In Het Bachvirus kwamen drie pedofiele mannen aan het woord. Als we de mannen mochten geloven, voelden ze zich vooral aangetrokken tot jongens die hoog en zuiver konden zingen, geestelijke bagage hadden en thuis waren vastgelopen.

Wat ze precies van die jongens wilden? Eén van hen zei het zo: “Het is niet mijn uiteindelijke doel om seksueel contact met die jongens te hebben. Het uiteindelijke doel is om voor ons beiden plezier te vinden in waar we mee bezig zijn. En als dat toevallig uiteindelijk - maar zeker niet meteen de eerste dag - uitmondt in wat meer lichamelijk, respectievelijk seksueel contact, dan is dat mooi, maar het is niet helemaal de doelstelling. Het spontane, het onbevangene trekt mij aan.”

Als het om het relativeren van hun lustbeleving gaat, lijken veel pedofielen op de klassieke, volleyballende nudist van het naaktstrand: aan hun lijf zogenaamd geen polonaise. Niet zij zijn de seksmaniakken, maar wij, verdorven volwassenen met onze verdorven volwassenenseks.

De hypocrisie van die benadering wekt ergernis. Ze zat ook in de definitie die Sandfort van pedofilie gaf: “Gevoelens van aantrekking tot kinderen, zonder duidelijke leeftijdsgrenzen.” Wolters strafte dat scherp af met zijn definitie: “Emotionele en erotisch-seksuele aantrekkingskracht - die drie elementen moet je noemen, daar mag je niet, zoals in de film, eindeloos omheen draaien.”

Ik heb de afgelopen drie jaar bij rechtbanken heel wat zaken meegemaakt waarin seks met kinderen aan de orde was. Daarbij vielen me meestal twee aspecten op: de neiging van de dader om het effect van zijn handelingen te bagatelliseren, plus de totale ontwrichting van het kinderleven als gevolg van die handelingen. “Als twee mensen plezier hebben in een erotische situatie, dan is het oké”, zegt regisseur Verhoeven. Maar als de ene mens dertig is en de andere acht, wie bepaalt dan de mate van het plezier? Om wiens oké gaat het dan eigenlijk?

Dat waren vragen die allemaal niet gesteld werden in deze documentaire en die je ook niet kunt verwachten van een regisseur met zoveel vooringenomenheid. Op een bepaald moment komt in de film een pedofiel aan het woord die met een weduwe getrouwd was, omdat ze drie van die aardige zoons had. (Nabokov - zie Lolita - luistert mee!).

“Vond je wat je zocht?” vraagt de interviewer dan. “Nee”, zegt de man meesmuilend, “eigenlijk niet, zij voelden niets voor lichamelijk contact.” En dan volgt de vraag van de interviewer die hem als documentarist volledig diskwalificeert: “Hoe zou je die argwaan en de agressie tegen dit soort contacten kunnen wegnemen?”

Daarmee is de wereld van de affectieve relaties definitief op haar kop gezet.

Het jammerlijke van zo'n slechte documentaire is ook dat ze juist voedsel geeft aan de dolle rancune van de pedofielenhaters, de mensen die in elke pedofiel een permanente bedreiging voor hun kind zien. De film liet zien hoe hysterisch gewone Hollandse mensen kunnen worden als ze zo iemand in hun omgeving weten. Het was het enige moment waarop deze film overtuigde.