Chiem van Houweninge maakt niet alleen Mien Dobbelsteen; Misschien is het geheim van mijn succes dat ik verschillende mensen leuk met elkaar laat leven

De Victorie, elke zaterdag, Ned.3, 19.50-20.15

Chiem van Houweninge (Den Haag, 1940), producent-schrijver van Oppassen!!! en De Victorie: “Ik wil me niet verdedigen, maar ik vind het wel vervelend dat men mij alleen maar ziet als man van tv-comedies. Toen in 1989 mijn toneelstuk De zaak Kenny op de planken kwam, las ik ergens in een kritiek: wat doet de schrijver van Zeg 'ns AAA nou op het toneel! Als je dan weet dat ik vijftien jaar lang elke dag op dat toneel heb gestaan, Brecht, Shakespeare, Tsjechov heb gedaan en dat ik tien jaar lang in de artistieke leiding heb gezeten van het Publiekstheater. Dan ontstaat de behoefte om te zeggen: ho ho, ik maak heus niet alleen maar Mien Dobbelsteen.

Tot twee jaar terug speelde ik jaarlijks in drie SchimanskiTatort's en schreef ik er één. Dat is voor mij altijd een zware tegenhanger geweest van het schrijven van comedies. Toen heb ik mijn eigen zaak gestart, Blue Horse Productions. De comedies zijn de kurk waarop de zaak drijft. Het andere werk is daarom de laatste jaren wat blijven liggen. Ik vind die comedies heel leuk om te maken, maar ik heb wel weer eens zin om grotere dingen aan te pakken. Het is verdomd lastig om een grote speelfilm of een grote serie van de grond te krijgen. Laurens Geels, van First Floor Features, en ik hebben onlangs besloten om de krachten te bundelen, in eerste instantie wat betreft het televisiewerk. Dan staan we wat sterker in de markt. En een kruisbestuiving tussen Dick Maas en mij is mogelijk heel vruchtbaar.

In tv-comedies ben ik goed. Dat klikt pedant maar dat is nou eenmaal zo. Er zijn ook maar weinig mensen die het zo lang uithouden. Ik heb er nu alles bij elkaar zo'n 350 geschreven, waaronder 73 afleveringen van Oppassen!!! en 212 van Zeg 'ns AAA. Ik ben er ook trots op dat we De Victorie maken en dat het kijkdichtheden heeft van 16 en 13. De eerste kennismaking kreeg een waardering van 6.8, de tweede zat al op 7. Dat vind ik heel leuk. Kijkcijfers weerspiegelen niet de doorsnee van dom kijkvee. Ze geven best een goede analyse van wat men er van vindt.

Ik heb in twaalf jaar nog nooit meegemaakt dat de kijkcijfers dramatisch zakten. Ik geloof ook dat De Victorie nog heel zwaar gaat aantrekken. Je kan eigenlijk pas na een aflevering of twintig zeggen dat iets echt staat, dan zijn de karakters goeie kennissen van je geworden.

Schrijven is van een goed idee een verhaal kunnen maken. Dat verhaal hoeft niet ingewikkeld te zijn, het kan over drie ongelukkige zusters gaan, die graag naar Moskou willen. Een verhaal moet een kop en een staart hebben. En dan mag je tussendoor best alle mogelijke diepgang aanbrengen. Een Macbeth is een gewoon ridderverhaal met verschillende lagen. Zonder die lagen heb je Ivanhoe. Maar Macbeth zonder de stuwende kracht van een spannend verhaal is een zak mooie woorden. We zijn in een tijd beland dat goed vakwerk, een onderhoudend verhaal, geen kunst meer is. Dat steekt best wel eens.

Oppassen!!! is mij heel dierbaar. Mijn vader, die 96 wordt, woont nog steeds bij ons en heeft vroeger veel opgepast. Ik vind het idee ook heel goed: twee grootvaders die hun kleinkinderen opvoeden, terwijl de middenmoot carrière maakt. Ik laat graag zien hoe zo'n toch wat buitenissig gezin met elkaar omgaat. En dan schrijven oudere mensen mij dat ze het fantastisch vinden dat ik oudere mensen weer een plaats in de samenleving heb gegeven. Godallemachtig, denk ik dan, dat gaat toch veel verder dan ik had gedacht.

De sociale betrokkenheid heb ik erg van Bram (Alexander Pola) meegenomen. Daar hadden we geen diepzinnige theorieën over. We schreven gewoon wat we om ons heen zagen. Als ik iemand in De Victorie tegen een neger laat zeggen 'kelere man, wat ben jij zwart', dan menen minstens drie journalisten dat ik bezig ben met het racistische probleem. Terwijl ik vind dat zoiets gewoon bij de samenleveing hoort: een kleurtje. Dat is niet zo boodschapperig bedoeld, maar kennelijk komt zoiets nu en dan zwaar aan.

De drijfveer van mijn werk is plezier, plezier in mensen. De personages in De Victorie doen me wat. Ik vond het ook leuk om al die jaren Mien Dobbelsteen te schrijven. Mijn moeder is gestorven toen ik drie jaar was, ik heb altijd huishoudsters gehad. Als ik het over Mien Dobbelsteen heb, dan weet ik verdomd goed waar ik over praat.

Toen mij vroeger werd gevraagd of ik mijn moeder niet miste, gaf ik als antwoord: welnee, mijn vader is mijn moeder. Ik had er niet zo'n last van. Mijn vader heeft mij enorm in de humor opgevoed. Ik probeer normale situaties een kwart slagje te draaien. Als dat lukt, herkent men zijn buurman en in het beste geval zichzelf. En door dat kwart slagje kan men dan nog lachen ook.

Misschien is het geheim van het succes dat ik een aantal mensen van buitengewoon verschillende pluimage goed met elkaar laat omgaan en leuk met elkaar laat leven. En dat, hoe ernstig de crisis ook is, het evenwicht zich uiteindelijk herstelt. Dat sprookje slaat bij een hoop mensen aan.

Volgens een beroemde wet moet je in comedy leuk zijn, niet leuk doen. Je moet een karakter spelen, geen grappen. Ik vind Golden Girls uitstekend gedaan, maar het is niet echt. Mensen praten niet met een grapje in elke zin. Voortdurend dat gevatte, daarvan krijg ik na een kwartier natte handen. Dan denk ik: ga nou eens even lekker zitten en hèb eens wat met elkaar.