Bosbeleidsplan negeert ecologie

Maandag behandelt de Tweede Kamer het Bosbeleidsplan van staatssecretaris Gabor (natuurbeheer). De particuliere natuurbescherming heeft, naast enige waardering voor het stuk, vooral fundamentele kritiek.

HAAREN, 19 MAART. “De toekomst van het Nederlandse bos blijft somber doordat verzuring, vermesting en verdroging, waar naald- en loofhout zo zwaar onder te lijden hebben, op een onaanaanvaardbaar hoog niveau doorgaan.” P.C. von Meijenfeldt, directeur van de Unie van Provinciale Landschappen, verwoordt de kritiek van particuliere natuurbeschermingsorganisaties op het bosbeleid van de regering; een beleid dat volgens hem verre van toereikend is om het vaderlandse bosbestand weer tot bloei te brengen. “Als we alleen al kijken naar de verdroging, dan worden de doelstellingen bij lange na niet gehaald.”

Een andere grief luidt dat de betrokken bewindsman, staatssecretaris Gabor van natuurbeheer, een sterke nadruk legt op het menselijk handelen in bossen en de baten die daaruit voortvloeien. “De aandacht”, aldus Von Meijenfeldt, “richt zich al te zeer op houtproduktie en recreatie, terwijl aan het ecologisch functioneren van het bos te weinig waarde wordt toegekend. En juist dat laatste is van groot belang willen ook volgende generaties nog van het bos kunnen genieten.”

Nederland telt twaalf zogenoemde Provinciale Landschappen (elf stichtingen en één vereniging) die bossen, natuurgebieden en landgoederen beheren: bij elkaar een oppervlak van 69.000 hectare ofwel 690 vierkante kilometer. Sinds vijf jaar worden de twaalf overkoepeld door de Unie, die kantoor houdt in een bijgebouw van kasteel Nemerlaer in het Brabantse Haaren. Van daaruit neemt Von Meijenfeldt de regering onder vuur, mede namens de Vereniging Natuurmonumenten, die weliswaar een veel grotere aanhang heeft dan de Unie, maar qua bezit (67.000 hectare) net iets kleiner is dan de gezamenlijke Landschappen. Aanleiding is de behandeling - maandag aanstaande - van Gabors Bosbeleidsplan (BBP) in de Tweede Kamer. In dat stuk wordt een visie ontvouwd op de toekomst van de 325.000 hectare bos die zich over Nederland en vooral de zandgronden uitstrekt. Daar moet, als het aan de regering ligt, tussen nu en het jaar 2020 nog eens 75.000 hectare bij komen. Von Meijenfeldt ziet het BBP “op verschillende onderdelen als een stap vooruit vergeleken met het Meerjarenplan Bosbouw uit 1986”; dat neemt niet weg dat de bezwaren overheersen.

Alle Nederlandse bossen staan krachtens het beleidsplan mede ten dienste van de recreatie, maar er zijn accentverschillen. Ongeveer 20 procent van het totale areaal heeft het accent 'natuur' gekregen, wat betekent dat de houtwinning daar een ondergeschikte rol speelt. Natuurmonumenten en de Unie streven echter naar een aanzienlijk groter oppervlak waar “de natuurlijke processen ongestoord hun gang kunnen gaan”.

Von Meijenfeldt: “Daarmee bedoelen we onder meer dat bomen die door wind en erosie zijn afgestorven en omgevallen, gewoon in het bos blijven liggen. Dieren als reeën, boommarters en hazelwormen kunnen er dekking zoeken en bovendien vormen de gevelde stammen een prima uitgangspunt voor schimmels, die weer als natuurlijke voedingsbodem voor andere bomen dienen, omdat daar de zaden gemakkelijk ontkiemen. Het gaat ons om bosverjonging en een grotere variatie met zoveel mogelijk inheemse soorten, wat betekent dat Amerikaanse eik en vogelkers het veld moeten ruimen voor inlandse eik en beuk.”

De Unie-directeur spreekt van de “intrinsieke natuurwaarde” van bos, die een extra steun in de rug kan krijgen door de tijdelijke inschakeling van grote grazers, waaronder runderen van het ras Schotse Hooglander en geiten. Ze helpen mee aan het verjongingsproces door bij oude bomen de schors weg te vreten, zodat ze op den duur afsterven, omvallen en ruimte scheppen voor nieuw gewas. Daarbij wordt wat hem betreft de bezoeker geen strobreed in de weg gelegd. “Recreatie en natuurbos kunnen goed samengaan en móéten ook samengaan”, meent Von Meijenfeldt.

Een van zijn bezwaren tegen het beleidsplan van Gabor is dat 'bos met accent natuur' te veel wordt gezocht onder eigendommen van de staat en beherende instellingen als Natuurmonumenten en de Provinciale Landschappen. Von Meijenfeldt: “Ook bossen in bezit bij gemeenten en particulieren komen hiervoor in aanmerking, maar daar wordt de ontwikkeling van de natuurfunctie onvoldoende gestimuleerd.”

Dat moet een kwestie van geld zijn. Particuliere eigenaren krijgen per jaar per hectare 140 gulden 'functiebeloning' van het rijk door bos in stand te houden, hout te oogsten en recreanten in hun domein toe te laten. Voor gemeenten geldt de helft van dat bedrag. Daar kunnen particulieren nog eens 80 gulden per hectare bij krijgen als ze extra aandacht aan de natuurwaarden besteden, maar deze mogelijkheid blijkt in de praktijk uiterst beperkt, omdat de middelen, althans op de begroting van Landbouw en Natuurbeheer, niet voorhanden zijn.

“Bij dat alles”, zegt Von Meijenfeldt, “moeten we ook nog vaststellen dat verzuring, vermesting en verdroging een aanslag blijven plegen op het Nederlandse bos. Het plan dat er nu ligt, conformeert zich aan het algemene milieubeleid en stelt dus geen aanvullende maatregelen in het vooruitzicht. Een ernstige tekortkoming gezien de de toestand waarin zoveel bossen verkeren. Ja, ze willen er op grotere schaal kalk gaan strooien om de gevolgen van de verzuring tegen de gaan. Maar dat zien wij louter als symtoombestrijding en bovendien zou het middel wel eens erger kunnen zijn dan de kwaal.”

    • F.G. de Ruiter