Bedrijfspoliklinieken

Weel en Verstraten menen dat er bij bedrijvenpoliklinieken geen angst voor ongelijkheid hoeft te bestaan (NRC Handelsblad, 4 maart).

Deze poliklinieken worden immers niet door de bedrijven zelf opgericht en evenmin werken er artsen die hun opdrachtgevers naar de mond praten. Dat alles is hier niet aan de orde. Het gaat erom dat bedrijfsartsen bepaalde patiënten met voorrang kunnen laten onderzoeken en behandelen. Dat is de ongelijkheid en daar alleen gaat het om.

Weel en Verstraten poneren voorts de stelling dat bedrijfsartsen preventieve diensten verlenen aan de werknemers van de bij hun dienst aangesloten bedrijven. Reden waarom een bedrijfsarts slechts op strikt medische indicatie zou kunnen verwijzen. Welnu dat laatste geldt uiteraard voor elke verwijzing. Het probleem zit hem echter in de vraag wat een verwijzingsindicatie is en hoe die wordt vastgesteld. Op dit terrein hebben huisartsen met hun onder meer typisch op selectie van patiënten gerichte huisartsenopleiding een onmiskenbare voorsprong op bedrijfsartsen. Want zoals Weel en Verstraten zelf duidelijk aangeven ligt de kracht van bedrijfsartsen vooral in de preventie. Formeel hebben zij dan ook geen curatieve taak.

De huisarts heeft bovendien de tijd als grootste bondgenoot. Essentieel in de huisartsgeneeskundige benadering van verreweg de meeste aandoeningen en ziektes is een 'gezond' expectatief beleid. De bedrijfsarts kan zich een dergelijke afwachtende houding - zeker in de nu heersende omstandigheden - veel minder gemakkelijk veroorloven. Elke dag ziekteverzuim telt immers, dus zal er weinig of geen tijd zijn een probleem nog eens aan te zien. En al helemaal niet voor beslissingen 'à tête reposée'. Hoe merkwaardig het misschien ook klinkt: het stellen van diagnoses is bij een groot gedeelte van de aan de huisarts aangeboden problemen helemaal niet zo belangrijk. Juist bij de meest voorkomende klachten van het bewegingsapparaat en zeker bij psychische of psychosociale problemen is een afwachtende of ondersteunende en begripsvolle houding van de geneesheer van oneindig groter belang dan messcherpe diagnoses.

    • M.F.G. Haan
    • Huisarts te Wehl