Asielzoeker moet wijken voor toerist

NIJMEGEN, 19 MAART. Het toeristenseizoen in Nederland breekt aan, hotels en pensions openen hun deuren, de plezierboten komen weer in de vaart. Voor circa drieduizend asielzoekers betekent dit dat ze moeten verhuizen. De kamers waarin ze afgelopen winter verbleven, zijn in de lente en de zomer bedoeld voor gasten die vakantie komen vieren.

In Nijmegen is het bij twee schepen aan de Waal een drukte van belang. De telefooncentrale wordt vandaag van het ene naar het andere schip verplaatst. Een dek lager op de Diane breken mannen de directiekamer af, want morgen moeten de tachtig overgebleven asielzoekers hier hun maaltijden nuttigen. De manager en zijn assistent verhuizen naar een slaapkamer van twee bij twee meter. In het douchehok is ruimte voor de fax en de telefoon.

Onder de pijler van de Waalbrug, verscholen achter de Nijmeegse fabriek van Honig, lagen tot afgelopen woensdag drie schepen met 320 vluchtelingen uit 34 landen. Eén schip is al weg, zaterdagmiddag klokslag twaalf uur moest ook het tweede schip ontruimd zijn. De chaos is groot: overal uitgerolde kabels, grote dozen en hoge rijen kratten met brood in de kantine. Aan het einde van de loopplank naar de Diane heeft een man een receptie van triplex in elkaar gezet. Hij wijst trots op het plastic raam; er zitten zelfs gaatjes in waardoor de vluchteling kan spreken.

De drie schepen zijn in november vorig jaar afgemeerd in Nijmegen. Ze vormden een zogenoemd pre-opvangcentrum, een plaats waar 'nieuwe' asielzoekers verblijven alvorens ze naar een centrum verhuizen waar ze verhoord worden door ambtenaren van het ministerie van justitie. Nu vervalt deze pre-opvang grotendeels en breken voor de Centrale Opvang Asielzoekers (COA), onderdeel van het ministerie van WVC en verantwoordelijk voor de opvang van de vluchtelingen, hectische tijden aan. De organisatie dreigt tussen half maart en half mei zesduizend plaatsen kwijt te raken, omdat allerlei contracten aflopen. Voor tweeduizend zoekers zegt de COA nog geen oplossing te hebben. Even dacht ze met het afmeren van een boot met enkele honderden plaatsen aan de kade van Delfzijl ruimte te hebben gevonden. Maar het schip bleek dertig centimeter te hoog voor de brug. Nu wordt er gedacht aan kampen met verwarmde tenten.

Pag.2: 'Laat Justitie de pijn maar voelen'

In de eerste twee maanden van dit jaar meldden zich meer vluchtelingen aan de grens dan was verwacht: 9.500 tegen 3.556 in de eerste maanden van het vorige jaar. Met het toenemend aantal vluchtelingen lopen de kosten van opvang op. De COA liet deze week weten voor dit jaar 1,25 miljard gulden nodig te hebben en dan gaat de organisatie nog uit van een 'gunstig' scenario.

Op de begroting prijkt echter 636 miljoen gulden. Daaronder vallen ook de negen pre-opvangcentra, ook wel buffers genoemd. De COA wil echter van het buffer-systeem af. Ze vindt het te duur; kazernes, boten, hotels moeten slechts voor luttele weken worden ingericht. Bovendien zegt de organisatie duidelijk te willen maken dat het probleem van de opvang niet bij hen ligt. “Laat Justitie de pijn maar eens voelen”, aldus De Lange. Hij doelt daarbij op de lange wachttijden die zijn ontstaan voordat ambtenaren van Justitie de pas aangekomen asielzoekers verhoren. De COA wil terug naar het oude systeem, waarbij vluchtelingen direct na aankomst doorreizen naar een van de elf 'verhoorcentra'. Maar die barsten momenteel uit hun voegen.

Justitie is niet de enige boosdoener. De gemeenten lijken hun belofte om voor mei 30.000 plaatsen te scheppen voor mensen met een verblijfsvergunning, niet waar te kunnen maken. Dat ligt mede aan de gemeenteraadsverkiezingen, aldus directeur A. Groenendal van het pre-opvangcentrum in Wassenaar. Het contract met de gemeente loopt tot 1 april. Dan moeten de barakken, die eens aan het ministerie van VROM toebehoorden, leeg zijn. “Ik snap best dat een pas gekozen wethouder zich aan gemaakte afspraken wil houden”, zegt Groenendal.

Met nog twee weken voor de verhuizing te gaan, heeft Groenendal nog steeds geen andere plek voor de 500 asielzoekers. Na aanvankelijke tegenstand heeft de buurt de vreemdelingen inmiddels in de armen gesloten. “We hebben het rijkst gevulde kledingwinkeltje van alle opvangcentra. Maar ja, wij staan ook eenmaal in een buurt waar men nogal vaak van jasje wisselt.” Hij duwt de deur van het winkeltje open. Rijen gestreepte overhemden op een stapeltje, keurige badjassen en helblauwe pumps met stiletto-hakken liggen op de schappen. Aan de muur hangt de prijslijst: ondergoed 25 cent, kinderkleertjes 50 cent en een winterjas 5 gulden.

In de gangen hangen jonge, donkere mannen rond. Groenendal berispt een stel ex-Joegoslaven die op hun kamer roken. Een klein jongetje friemelt aan de brandblusser. Plotseling schiet het witte schuim door de gang. In de creche spelen kinderen met ingezameld speelgoed, tussen de groen-gele gordijnen en op het rode tapijt. Naar verluidt was dit vroeger de kamer van de minister.

Het tapijt zal niet mee worden verhuisd, ook de rookmelders en de branddeuren zullen in de barakken blijven. In tegenstelling tot de keuken en de mobiele douches, die zonder veel moeite naar een volgend opvangcentrum kunnen worden gebracht. “Maar eigenlijk zouden we wel willen blijven.”