Arabische landen brengen Arafat in netelige positie

TEL AVIV, 19 MAART. PLO-leider Yasser Arafat is door het besluit van Syrië, Jordanië en Libanon om in april het vredesoverleg met Israel te hervatten in een netelige positie komen te verkeren. Op de keper beschouwd is hij door deze Arabische landen op een voor hem uiterst kritiek moment in de steek gelaten. Bovendien is er van substantiële Israelische concessies inzake de veiligheid van de Palestijnen in de bezette gebieden, met name in Hebron, (nog) geen sprake.

Misschien heeft Israel nog iets aangenaams voor hem in petto als er volgende week op hoog niveau, waarschijnlijk in Kairo, weer contact tussen Israel en de PLO wordt gemaakt. Mogelijk zal de Israelische minister van buitenlandse zaken Shimon Peres Arafat dan iets in handen kunnen spelen waarmee de Palestijnse leider zijn zeer opstandige en verbitterde achterban kan overtuigen dat het een goede zaak is het vredesoverleg met Israel te hervatten. De vannacht door de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties uitgesproken unanieme veroordeling van de door de joodse kolonist dr Baruch Goldstein op 25 februari begane massamoord in de moskee in Hebron heeft echter meer de betekenis van psychologische dan politieke genoegdoening voor de PLO.

Op de veiligheidssituatie voor de Palestijnen in de bezette gebieden heeft deze resolutie geen invloed. Bovendien zei de Amerikaanse minister van buitenlandse zaken Warren Christopher vannacht dat zijn land nooit voor deze resolutie zou hebben gestemd indien de daarin vervatte formule over Jeruzalem als deel van de bezette gebieden niet in de inleiding maar in de uitvoerende tekst had gestaan. Met een krachtige waarschuwing van 82 senatoren aan het adres van de Amerikaanse regering, in de kwestie Jeruzalem niet aan de PLO toe te geven, kwam ook de politieke kracht van AIPAC, de pro-Israelische lobby, weer duidelijk om de hoek kijken. Veel politieke winst heeft Yasser Arafat dus vannacht niet in de Veiligheidsraad geboekt uit het - eveneens door Israel krachtig veroordeelde - bloedbad in Hebron. Gisteravond kreeg de Palestijnse leider Faisal Husseini na een gesprek met Shimon Peres in Jeruzalem ook niet de indruk dat er van Israel verregaande concessies aan de Palestijnse veiligheidseisen zijn te verwachten.

Op het eerste gezicht lijkt het dat het besluit van Syrië, Jordanië en Libanon om weer met Israel aan tafel te gaan, zitten de PLO geen andere keus geeft dan hetzelfde te doen. In feite wordt PLO-leider Yasser Arafat nu, met de VS en Rusland op de achtergrond, in de Arabische tang genomen. Dat kan gezien de historische achterdocht van de Palestijnen in de goede intenties van de Arabische landen ook een boemerang effect binnen de PLO hebben en Yasser Arafats positie nog meer verzwakken. De Palestijnse pers loopt tegenwoordig vaak over van woede over het Arabische verraad aan de Palestijnse zaak.

Hooggeplaatste Israeliërs die deze week met Yasser Arafat in Tunis spraken zijn er overigens van overtuigd dat de Palestijnse leider niets liever wil dan zo snel mogelijk verder onderhandelen met Israel. Hij heeft echter met een sterker worden oppositie in de PLO te maken die de woede van Palestijnse straat in de bezette gebieden over het drama in de moskee weerspiegelt. Aan uitspraken van Rabin dat de aanwezigheid van ruim 400 joden in het centrum van Hebron temidden van 120.000 Palestijnen “bezopen” is, heeft hij niet zoveel. Nuttiger is Rabins suggestie om Palestijnse politieagenten die tijdens de intifadah aftraden weer in dienst te nemen, in het bijzonder in Hebron.

In het Israelische standpunt zit althans verbaal - de oppositie maakt zich grote zorgen - wel degelijk soepelheid die, indien in daden vertaald, Yasser Arafat volgende week in staat zou kunnen stellen zijn oppositie te overtuigen om het vredesoverleg met Israel te hervatten.

Met Palestijnse bestuursautonomie in de Gazastrook en het district Jericho om de hoek staat Arafat opnieuw voor de gigantische opgave zijn volk over de kloof van wantrouwen naar harde grond onder Palestijnse voeten te leiden. Van Israels bereidheid hem daarin na Hebron wat te helpen hangt ook na de resolutie van vannacht af of dat zal lukken. Het topgesprek van Peres (of Rabin zelf) en Arafat krijgt daardoor volgende week bijzondere betekenis in de reeks van bijzondere gebeurtenissen die de Israelisch-Palestijnse toenadering kenmerken.