Amsterdam

Jan M. Baart, Hans Bonke, Joost Braat e.a.: Amsterdam, het beschouwen waard; 208 blz., geïll., Stadsuitgeverij Amsterdam / Gemeentelijk Bureau Monumentenzorg Amsterdam 1993, ƒ 89,50

Alsof het bang is de vijftig niet te halen, heeft het Gemeentelijk Bureau Monumentenzorg Amsterdam ter gelegenheid van het veertigjarig bestaan Amsterdam, het beschouwen waard uitgebracht. Geen jubileumboek over het Bureau Monumentenzorg zelf, maar een poging “kennis uit te dragen”, aldus het hoofd van het bureau in zijn Woord vooraf. De verscheidenheid in de onderwerpen die de twaalf auteurs in dertien hoofdstukken aansnijden, doet in ieder geval recht aan het pluriforme karakter van monumentenzorg.

Het leverde artikelen op die doorgaans onder collega's blijven; enkele zijn afgeleid van (nog te verschijnen) dissertaties. Over de stadswoningen van de architect P.J.H. Cuypers in de Vondelstraat (Aart Oxenaar), stucwerk in het 17de- en 18de-eeuwse woonhuis (Wijnand Freling) en de overkapping van het CS (George G. Nieuwmeijer). Over de 19de-eeuwse militaire gebouwen langs de Singelgracht (Marieke Kuipers), diamantslijperijen (Hans Bonke) en middeleeuwse woningen (Jan Baart). Over het samenspel van esthetische, constructieve en historische overwegingen dat tot het Scheepvaarthuis leidde (C. Hermsen) en over de lotgevallen van dat 'akelige ding' ofwel de Willemspoort (Meindert Stokroos). Stuk voor stuk interessante artikelen, al moet in sommige gevallen nietszeggende architectentaal geslikt worden (“De gevelwand, opgedeeld door vele variaties op het thema beeldkracht, begint een levendig spel met de straat, die daardoor als verblijfsruimte aan aantrekkelijkheid wint.”). Buitengewoon rijk, gevarieerd en ook voor een doorgewinterde Amsterdam-kenner verrassend geïllustreerd.

Eén van de interessantste verhalen is van de hand van Danielle de Loches Rambonnet. In Het waterland als bepalend element in de morfologie van Amsterdam beschrijft zij de ontwikkeling van de stad, vanaf de eerste dag tot aan die van vandaag, als gekenmerkt door een “constante dialoog met het water”. Aan de hand van de structuurverschillen tussen de middeleeuwse stad, de 17de-eeuwse ring, de 19de-eeuwse ring en de ring '20-'40 laat ze duidelijk zien hoe het water die ontwikkeling domineerde en bepaalde. Zeker, de grachten waren handig bij het vervoer van goederen en bij de verdediging van de stad. Maar wie meent dat de 17de-eeuwse grachtengordel is gebaseerd op een stedebouwkundig plan (laat staan op esthetische overwegingen), heeft het mis. Amsterdam is gebouwd rond slechts één begrip: afwatering. De schoonheid van de stad is daarvan slechts een afgeleide.

    • Eric Slot