Advies: Nederland moet hulp aan Oost-Europa verdubbelen

DEN HAAG, 19 MAART. Nederland moet de financiële hulp aan Midden- en Oost-Europa ten minste verdubbelen. Die extra uitgaven kunnen voorkomen dat bij Duitsland de indruk ontstaat dat vooral dit land moet opdraaien voor de kosten van de omwenteling van 1989 in die regio. Voorts dienen de politieke en militaire banden tussen Nederland en Duitsland worden aangehaald.

Dit stelt de Adviesraad Vrede en Veiligheid in een advies aan het kabinet over de relatie tussen Nederland en Duitsland. De voorstellen van de raad, de belangrijkste van de regering op buitenlands-politiek terrein, zullen volgende week naar de Tweede Kamer worden gestuurd.

Het advies is opgesteld naar aanleiding van de eenwording van Duitsland en de democratisering van landen in Midden-en Oost Europa. De raad, die wordt voorgezeten door de Leidse hoogleraar prof.dr. A. van Staden, moest onder meer aangeven of het herenigd Duitsland even veel als vroeger belang blijft hechten aan samenwerking met de NAVO en de Europese Gemeenschap, en de rol die Nederland bij die samenwerking kan spelen.

Er is volgens de raad geen reden aan te twijfelen dat de gevestigde politieke partijen in Duitsland de banden met NAVO of EG zouden willen verzwakken. Maar de leden van deze organisaties moeten wel onderkennen dat de positie van Duitsland in het midden van Europa anders geworden is en de binding van het land met het Westen daardoor gecompliceerder. Ze moeten daarom Duitsland terzijde staan bij de keuzes die het land daarbij moet maken. Dat zo'n houding niet vanzelfsprekend is, bewezen de spanningen tussen bijvoorbeeld Frankrijk en Duitsland over monetaire beslissingen van de Duitse Bundesbank, zomer 1993, en de grote onenigheid over de Europese politiek inzake het voormalig Joegoslavië.

Door de eenwording is het belang van Duitsland bij stabiliteit in Midden- en Oost Europa toegenomen, schrijft de raad. Uitbreiding van de Europese Unie met landen als Polen, Tsjechië, Slowakije, Hongarije en Roemenië kan bijdragen aan die stabiliteit. Anderzijds kan een dergelijke verbreding van de Unie gemakkelijk ten koste gaan van de besluitvaardigheid van de organisatie. Daardoor kan de verankering van Duitsland in de Europese Unie gevaar lopen.

Als uitweg uit dit dilemma stelt de raad voor om (kern-)groepen landen binnen de Europese Unie op bepaalde politieke en economische gebieden de samenwerking te laten intensiveren. Zo ontstaat een Europa van meerdere snelheden. De samenwerking tussen Duitsland en Frankrijk op militair gebied in het Euro-korps is daar in zekere zin al een voorbeeld van. Nederland doet er goed aan haar soms kritische houding tegenover dit korps wat te versoepelen, aldus de raad.

De raad ziet een tweeledige rol van Nederland tegenover Duitsland weggelegd. Gezien de historische band met Duitsland moet het de dialoog opvoeren. De raad stelt voor naast het gebruikelijke diplomatieke overleg eens per jaar een tweedaagse bijenkomst van politici, wetenschappers en economen te houden. Ook zou de bestaande militaire samenwerking, vooral in de marineluchtvaart en de onderzeediensten, kunnen worden uitgebreid.