Vriendschap gloort in Oost-Azië

TOKIO, 18 MAART. Tussen Japan, Zuid-Korea en China, de drie buren in Oost-Azië, ontwikkelt zich een mooie vriendschap. Wat hen bindt is, behalve hun nabijheid, de economische formule die ze gemeenschappelijk hebben. Een formule die eerst Japan heeft groot gemaakt, daarna, met de andere tijgers, Zuid-Korea krachtig deed groeien en die nu de fenomenale opkomst van China verklaart. En succes maakt mild. Ze verlicht het ondraaglijke verleden. Ze verzoent. Des te luider klinkt temidden van hun vreedzame betrekkingen het sabelgekletter uit Noord-Korea.

Tussen de drie landen is een hartelijk verkeer op gang gekomen, dat almaar intensiever wordt. China heeft Zuid-Korea, dat het eens met Noord-Korea aanviel, diplomatiek erkend. Zuid-Korea heeft de Japanse schuldbetuiging over het koloniale verleden als welgemeend aanvaard. Japan, dat eens China bruut bezette, hervatte als eerste de hulp na het gesmoorde Chinese studentenprotest.

Tegen deze vreedzame betrekkingen tussen de drie landen, die steeds meer stabiliteit brengt in de regio, steekt het Noordkoreaanse isolement schril af. Alle drie hebben er belang bij dat Noord-Korea de weldadige rust niet komt verstoren. Het probleem 'Noord-Korea' is het belangrijkste onderwerp van het driedaagse bezoek dat de Japanse premier, Morihiro Hosokawa, morgen in Peking begint. Zoals dat ook het geval zal zijn wanneer volgende week de Zuidkoreaanse president, Kim Young Sam, Tokio en daarna Peking bezoekt. Want in zowel Japan als Zuid-Korea gelooft menigeen dat de rol van China cruciaal is om het bewind in Noord-Korea tot inschikkelijkheid te bewegen. Maar de vraag is alleen: hoe groot is de invloed van China nog?

Groot, wordt er gezegd in Tokio. Want zoals China zich heeft bekeerd tot het kapitalisme, zo kan diens succes Noord-Korea overhalen zijn voorbeeld te volgen. En er zijn tekenen die erop wijzen dat het bewind in Pyongyang begint in te zien dat het daarbij alleen maar te winnen heeft. Waar het nu op aankomt, is Noord-Korea te overtuigen dat het met zijn nucleaire sabelgekletter alleen maar heeft te verliezen. Dat is, zeggen diplomatieke bronnen in Tokio, de cruciale rol die Peking kan spelen.

Premier Hosokawa zou de Chinese leiders vooral dat op het hart willen drukken. Peking zegt voortdurend voorstander te zijn van een atoom-vrij Koreaans schiereiland en dat het tegen sancties is van de VN. Onderhandelingen met Noord-Korea zouden alleen oplossing bieden. Hosokawa wil nu wel eens van Peking horen wat China doet nu de onderhandelingen tussen de VS en Noord-Korea almaar niets opleveren en de berichten over Noord-Korea steeds verontrusterder worden.

De Japanse premier heeft het voordeel dat hem een geheel andere ontvangst ten deel zal vallen als de Amerikaanse minister van buitenlandse zaken nog geen week geleden. Japan zal niet, zoals Warren Christopher deed, dreigen met economische sancties om Peking ertoe aan te sporen de mensenrechten te eerbiedigen. In Tokio beseft men maar al te goed dat juist de economische voorspoed van China de beste garantie biedt op vrijheid voor een vijfde van de mensheid.

Dat neemt niet weg dat Hosokawa de schending van de mensenrechten in China wel degelijk aan de orde zal stellen. Als drukmiddel, niet als sanctie, beschikt Japan daarbij over de miljarden aan hulp die het China geeft. Het huidige hulpprogramma loopt begin 1996 af en China heeft voor het nieuwe al een veelvoud (1,5 biljoen yen) van zijn grootste donor gevraagd. Daaraan valt tegemoet te komen, naar gelang de leiders in Peking hun menselijke gezicht laten zien.

Net als hij vorig jaar in Zuid-Korea deed, wil de Japanse premier in China zijn schuld bekennen over de Japanse oorlogsmisdaden. En ook dit keer zou hij het niet willen laten bij algemeenheden. In Zuid-Korea herinnerde hij aan het wrede besluit van de Japanse bezetter om de taal uit te roeien en iedereen te verplichten Japans te leren. Waarover hij in China zijn afschuw zou uitspreken, laat zich bijna raden.

    • Paul Friese