Volcker ziet langdurige en robuuste groei

DETROIT, 18 MAART. “Het trage economische herstel zou wel eens de aanloop tot de meest robuuste en langste periode van economische groei van na de oorlog kunnen zijn.” Dat zegt Paul Volcker, voormalig voorzitter van de Federal Reserve Bank, het Amerikaanse stelsel van centrale banken. “Wat moeten we daarvoor doen, hier, in Europa en in Japan? Het voornaamste is dat we niks fout moeten doen. We moeten dus de markten vrij houden en de prijzen stabiel.”

Volcker ziet als factoren die daarbij een rol spelen de verhoogde produktiviteit van het baanloze economische herstel in de VS en de inflatiebeheersing. Dat laatste is een gevolg van de onafhankelijke positie van de centrale bank, niet alleen in de VS maar ook in de meeste andere westerse landen. Bovendien is er voor de Amerikaanse economie het voordeel dat Europa en Japan er nu slecht aan toe zijn maar zich volgend jaar weer herstellen. De economie, die nu al flink groeit, kan daarvan profiteren.

Volcker was Fed-voorzitter van 1979 tot 1987. Onder zijn bewind concentreerde de Fed zich meer op beheersing van de geldvoorraad en beteugeling van de inflatie, die al sinds plusminus 1969 gevaarlijk hoog was. Nog steeds is waken voor inflatie het belangrijkste doel van de Fed. Ook tijdens de bijeenkomst van de Detroit Economic Council, die Volcker had uitgenodigd als spreker, waarschuwt hij: “De inflatie zit nu vrij stabiel net onder de drie procent maar olie en prijzen van geïmporteerde goederen zijn ongewoon laag geweest.” Omineus voegt hij eraan toe: “Dat blijft zo niet.”

Volcker was zeer te spreken over de verhoging van de Amerikaanse geldmarktrente vorige maand met een kwartprocent, nadat die anderhalf jaar op drie procent had gestaan. Op dit moment richt de Fed zich volgens Volcker meer dan ooit op prijsstabiliteit. “En daar ben ik het volledig mee eens”, zei Volcker, die blij was niet alle achttien vergaderingen te hebben hoeven bijwonen waarop de Fed besloot de rente niet te verhogen.

Volcker is na zijn periode als Fed-voorzitter bij de Newyorkse investeringsbank James D. Wolfensohn terechtgekomen maar hij is ook hoogleraar Internationaal Economisch Beleid aan Princeton. Hij is blij dat hij zijn woorden niet meer allemaal op een goudschaaltje hoeft te wegen en dat er niet de hele dag journalisten achter hem aan lopen die bijvoorbeeld vragen wat hij bedoelde toen hij zei: “We hebben gedaan wat we hebben gedaan en we hebben niet gedaan wat we niet hebben gedaan.”

Bij het concentreren op prijsstabiliteit en het scheppen van banen waarschwude Volcker ervoor dat het Amerikaanse begrotingstekort niet moest worden vergeten. Volgens hem was de aanpak ervan “slecht getimed” en “slecht opgezet”. “Om de economische expansie voort te zetten moet er nog meer produktiviteitsstijging komen, een verdere terugdringing van het begrotingstekort en meer besparingen”, aldus Volcker. Het groeipotentieel is niet meer zo groot als in eerdere periodes na de oorlog. De reële lonen in de VS zijn lager dan twintig jaar geleden en de levensstandaard is gedaald. “Er is nog nooit eerder in de geschiedenis van dit land een periode geweest waarin dat gebeurde”, aldus Volcker. “We sparen te weinig en we lenen te veel. Daardoor krijgen we een begrotingstekort en daar lijken we zo langzamerhand aan verslaafd.”

Volgens Volcker is een kloppende begroting aleen niet genoeg. Gestreefd zou moeten worden naar een overschot op de balans. De zogeheten overdrachtsbetalingen van de overheid, zoals Medicare en Social Security (Amerikaanse aow), maken inmiddels de helft van het overheidsbudget uit en ze komen veelal de middenklasse ten goede. Volcker ziet niet hoe budgetproblemen kunnen verdwijnen als daar niet op wordt gesnoeid. Clinton snijdt volgens hem te weinig in de overheidsuitgaven voor medische zorg en de oudedagsvoorzieningen.

Volcker: “Ik heb mijn studenten het Amerikaanse budget als probleem voorgelegd en gevraagd om oplossingen te bedenken. Ze sneden rigoreus in de Social Security. Ik dacht eerst nog dat ze dat deden om mij te pesten maar na veel heen en weer gepraat hebben ze mij overtuigd. De uitgaven, ook die ten bate van de ouderen, moeten terug.”

Overigens staat de Amerikaanse economie er op dit moment zeker beter voor dan in Japan en Europa. “Het Japanse wonder is niet meer”, aldus Volcker, die niet inging op de oorzaken van de Japanse recessie. Wel zei hij over het herstel dat het moet komen van fiscale stimulansen.

Protectionistisch gedrag, van onder meer Japan, veroordeelt hij en vrije handel ziet hij als een voorwaarde. “Numerieke eisen stellen aan de Japanners, zoals nu door Washington gebeurt, is echter niet de manier”, zei Volcker. “Dan maken wij ons ook schuldig aan gereguleerde handel. We moeten meer streven naar specifieke oplossingen voor problemen, produkten en markten.”

De economische problemen in Europa moeten volgens Volcker door monetaire maatregelen worden verholpen. Volcker begrijpt echter wel dat Duitsland worstelt met inflatie als indirect gevolg van de eenwording en dat de andere landen van de Europese Gemeenschap zich daar naar moet richten.

De grootste problemen ziet Volcker toch in eigen land op lange termijn. De hoge gezondheidskosten, de slechter wordende infrastructuur en het achteruitgaan van de scholen en opleidingen verdienen meer aandacht in de VS. Volcker: “Initiatieven om daar iets aan te doen vereisen fiscale steun maar er is veel wantrouwen tegen overheden en hun plannen. Belasting en monetair beleid lijken dichter bij huis en daar zijn we geneigd naar te kijken.” Volcker zou het accent in de Amerikaanse belastingheffing graag verschoven zien. Hij pleit voor een veel grotere portie van de belastinginkomsten uit heffingen op consumptieartikelen, onder meer door het invoeren van een btw. Dat is overigens iets dat volgens hem pas omstreeks de eeuwwisseling kan worden ingevoerd.

    • Lucas Ligtenberg