Van Doesburghuis

Met verbazing lazen wij het artikel over Sanatorium Zonnestraal van Wim Crouwel (NRC Handelsblad van 11 maart).

Crouwel is al sinds vele jaren voorzitter van de Stichting Het Van Doesburghuis, en daarmee in belangrijke mate verantwoordelijk voor beheer en restauratie van dit unieke architectuur-monument. Het Van Doesburghuis is de atelier-woning die Theo van Doesburg, in nagenoeg dezelfde periode dat Duiker en Bijvoet het ontwerp voor Sanatorium Zonnestraal realiseerden, voor zichzelf en Nellie van Moorsel liet bouwen. Het is ook het enige zelfstandige bouwwerk dat Van Doesburg op architectuurgebied heeft kunnen verwezenlijken.

Als tijdelijke bewoners in de periode '89-'90 van het Van Doesburghuis te Meudon, even ten zuiden van Parijs, moeten wij echter constateren dat Crouwels theorieën met betrekking tot restauratie van functionalistische architectuur volledig in tegenspraak zijn met de praktische uitvoering ervan. In dit bestek kunnen we niet op alle onderdelen van de door ons indertijd geuite bezorgdheden omtrent de restauratie van het bijzondere Van Doesburghuis ingaan. Maar een “restauratie in de filosofie van vandaag” is het Van Doesburghuis allerminst bespaard gebleven. Is Crouwel nù in zijn betoog lyrisch over “raamprofielen; van dun ijzer, weergegeven in een enkele inktlijn; die het vlies van glas suggereren”, nog maar drie jaar geleden zijn in het Van Doesburghuis oorspronkelijke, in ijzer uitgevoerde raampartijen vervangen door 'lomp' aluminium in een geheel gewijzigde maatvoering. Het aanzicht van de gevel alsmede de buitenbeleving vanuit het interieur zijn hierdoor verloren gegaan. En alsof dat niet genoeg is, zijn de originele, door de glas-structuur ondoorzichtige ramen van keuken en badkamer vervangen door helder vensterglas voorzien van een plakfolie.

We hebben de Stichting ruimschoots tevoren schriftelijk gewezen op de onverantwoorde consequenties van de voorgenomen ingrepen, en met het bouwwerk overeenstemmende alternatieven aangedragen. Het heeft niet mogen baten; zo is onder andere het kwetsbare dakterras nu voorzien van gewassen betontegels en de als gevaarlijk beoordeelde trap in het interieur mag zich verheugen op een aan de inventaris toegevoegd volleybalnet. Onze speurtocht via de uitvoerend architect, vervolgens aannemer, onderaannemer, chauffeur en uiteindelijk het slopersbedrijf naar de oorspronkelijke raampartijen, bevestigde alleen de gang naar een totale vernietiging. Crouwels “balans tussen reconstructie van de werkelijkheid en authentieke werkelijkheid” bleek hier een drama te zijn in veel meer dan twee bedrijven.

    • Eliane Stutterheim
    • Karel Kruijsen