Stel nou eens dat NEC van Ajax wint

NIJMEGEN, 18 MAART. Vraag aan NEC-doelman Wilfried Brookhuis. Zou hij, net zoals in 1985, tevreden zijn met een eervolle 2-0 nederlaag tegen Ajax? Een medespeler valt aan een andere tafel bijna van zijn stoel. “Hier word ik niet goed van.” Niemand tekent, maakt hij duidelijk, vooraf voor een nederlaag, hoe klein ook, zelfs niet als de tegenstander Ajax heet. “We gaan”, verklaart trainer Jan Pruijn resoluut “niet voor een dagje-uit naar Amsterdam”.

Zondag in Amsterdam: Ajax-NEC, halve finale KNVB-bekertoernooi. De koploper uit de eredivisie tegen de nummer twee uit de eerste divisie. Bij voorbaat een uitgemaakte zaak, zo lijkt het. De Ajacieden zijn een stuk sneller en technischer en ze zinnen op revanche na de Europese uitschakeling door Parma. Louis van Gaal had het er woensdagavond op tv al over. Tegen NEC moeten we er weer staan. Tegen NEC moeten we ons herstellen.

Dat voorspelt weinig goeds voor de NEC'ers. Toch is er bij de underdog altijd de hoop op een wondertje. Op die ene dag dat alles meezit. De toon bij NEC werd wat dat betreft gezet door keeper Brookhuis. Die zei meteen nadat zijn ploeg tegen Ajax had geloot: “Dan moet ik de nul maar weer houden.”

NEC zorgde ooit al eens bijna voor een wereldsensatie. Als eerste-divisieclub kwam de Nijmeegse club in 1983 in de tweede ronde van het Europa-Cuptoernooi voor bekerwinnaars met 2-0 voor tegen het vermaarde Barcelona. Het volle De Goffert barstte bijna uit zijn voegen. Uiteindelijk won Barcelona toch nog met 3-2.

Carlos Aalbers, op weg naar de 350 competitiewedstrijden voor NEC, was er toen bij en is zondag nog steeds van de partij. “Ik denk nog vaak aan die wedstrijd tegen Barcelona”, zegt hij. “Dat volle stadion, de Havenzangers die tijdens de warming-up stonden te zingen. Dan die 2-0. Dan heb je iets van: wat gebeurt er nou?” Hij noemt die wedstrijd één van de hoogtepunten uit zijn carrière, net zoals de dubbele KNVB-bekerfinale uit '82, tegen Ajax.

Vreemd genoeg zat Aalbers woensdagavond niet op het puntje van zijn stoel voor de televisie bij Parma-Ajax. Hij moest voor zijn werk naar Duitsland. Ook nam hij het duel niet op video op. Dat heeft niets met desinteresse te maken. “Maar ik ken Ajax door-en-door.” Zijn ploeggenoten zaten wel voor de buis. “Je kijkt toch intensiever dan anders”, zegt doelman Brookhuis. “Je let goed op de spelhervattingen, hoe Overmars en Van Vossen hun tegenstanders passeren, op hun sterke en zwakke been. Daar probeer je wat van op te steken.”

Ajax was donderdag voor en na de training uiteraard het onderwerp van gesprek bij de NEC-spelers. De Amsterdammers zijn niet in vorm, constateerden ze met de rest van Nederland. “Maar ze zullen nu in vier dagen tijd niet ook nog de tweede prijs willen opgeven”, waarschuwde trainer Jan Pruijn.

Hij trainde deze week zoals hij altijd trainde. En de ploeg zal zondag net zoals voor gewone competitiewedstrijden in het eigen stadion verzamelen, koffie en gebak in het spelershome en bespreking in de eigen kleedkamer. Daarna het vertrek met de bus naar Amsterdam. Niks trainingskamp, niks poespas.

Pruijn wil ook niet anders voetballen. “In ieder geval niet veel anders.” Daarover sprak hij gisteren en vandaag met de spelers uit de as van zijn elftal, met Aalbers, met Van der Linden, met Kooistra en met Lok. Ze waren het met hem eens. Gewoon het eigen gezicht laten zien. Zo goed als mogelijk, in ieder geval. “Want Ajax is natuurlijk twee klassen beter.” Aalbers: “Er kunnen altijd vreemde dingen gebeuren. Waarom niet? NEC is in vorm, Ajax is uit vorm.”

NEC speelt herkenbaar voetbal in de eerste divisie, aanvallend en risicovol in de achterhoede. Dat spelletje zijn de spelers gewend. Dus, zegt de trainer, nu zondag niet ineens met z'n elven op de eigen helft blijven staan. Dus niet alle ballen over de tribune flatsen. “Als je je fixeert op niet afgaan, bereik je niets. En stel dat het maar 1-0 of 2-0 wordt. Nou? Dan zijn we toch uitgeschakeld. En later vraag je je dan misschien af of er niet meer had ingezeten.”

Nee, al vanaf de aftrap moet NEC doen wat het altijd doet. De bal moet niet terug naar Brookhuis, maar zoals gebruikelijk door Van der Linden met een lange pass naar de lange Lok worden gespeeld. Gedurfd. En stel, dagdroomt Pruijn, stel dat Lok hem dan op maat kan geven aan Dekker. Dan kan Dekker misschien scoren. Dan staat het toch 0-1.

Maar het kan net zo goed aan de andere kant raak zijn, weet Pruijn. Dat moet dan maar, zegt hij. Als het maar niet te gek wordt. Tien-nul, of zo. Want dat zou weer kunnen doorwerken op het spel in de competitie. Op de wedstrijd tegen Eindhoven, komende dinsdag. Mocht Ajax de smaak te pakken hebben dan kunnen ze bij NEC in de rust alsnog besluiten met man en macht te gaan verdedigen. Maar Pruijn houdt geen rekening met een grote nederlaag. Het is alleen even afwachten hoe de spelers op de ambiance in De Meer zullen reageren. Vier van hen speelden nooit eerder tegen Ajax. Zullen ze onder de indruk zijn? Staan ze stijf van de zenuwen?

Voor keeper Wilfried Brookhuis is De Meer in ieder geval bekend terrein. Hij speelde er drie keer met NEC. Drie keer ook verloor hij: 2-0, 3-1 en 7-0. Die laatste keer, in '90, waren de verwachtingen hoog. NEC stond na zes wedstrijden achter Ajax op de tweede plaats in de eredivisie. Maar na negen minuten stond het al 1-0, na de eerste helft 4-0. “Dan heb je zoiets van: mag dit afgelopen zijn”, zegt Brookhuis. Dan bewaart hij veel prettigere herinneringen aan zijn eerste optreden in Amsterdam, op een woensdagavond in '85. Lang bleef het 0-0, Bosman en Van 't Schip bezorgden Ajax toen op de valreep de 2-0 overwinning. En Brookhuis werd tot man van de wedstrijd uitgeroepen. “Dat was echt een fijne wedstrijd.”

Op strafschoppen hebben ze deze week bij NEC niet getraind. Dat hebben ze voor de eerste drie bekerronden ook niet gedaan. Als het zondag tegen Ajax zo ver zou komen, dan nemen de spelers die zich goed voelen gewoon een strafschop. Keeper Brookhuis wil zichzelf zeker geen specialist in het tegenhouden van penalty's noemen. “Maar dat word je meestal op grond van één wedstrijd.” Dus wie weet.