Sober Daf verrijst als feniks uit as

EINDHOVEN, 18 MAART. Soberheid en bescheidenheid waren gisteren troef tijdens de presentatie van het jaarverslag 1993 van het als een feniks uit zijn as verrezen DAF Trucks N.V.. Uiterst behoedzaam waren de uitspraken van president-directeur C. G. Baan. Hoewel de onderneming, die vorig jaar maart na het debacle met het “oude” DAF ontstond, over de eerste 10 maanden van haar prille bestaan een winst boekte van 10,8 miljoen gulden, liet Baan zich niet verleiden tot een juichstemming. Immers afgezet tegen de omzet van ruim 1,3 miljard gulden is de winst maar een schijntje. “Het gaat met DAF Trucks steeds beter, maar het is nog niet goed genoeg en bescheidenheid siert de mens”, zoals Baan zei.

Wel meende hij in het bedrijf een “toenemende positieve sfeer” te kunnen vaststellen “nu de bedrijfsdrukte zichtbaar toeneemt”. De orderportefeuille voor de eerste helft van dit jaar schijnt aardig vol te zitten; men produceert nu gemiddeld per dag 44 vrachtwagens, wat hoger is dan de 40 waarvan tot dusver was uitgegaan. Vergeleken met het laatste jaarverslag over 1991 (over 1992 werd er geen gepubliceerd) kan toch worden gesproken van een riant herstel. Toen immers was het verlies 394 miljoen gulden, maar toen was de onderneming ook beduidend groter. Bestuurder G. van Os van de Unie BLHP: “Voorlopig is de stemming positief. Men barst van het werk. DAF heeft nog altijd een goede naam en een goed produkt, maar we zouden wel wat meer willen weten over de toekomst: of men inderdaad, zoals Baan zegt, zelfstandig kan blijven.”

Wat ook DAF Trucks echter tegenzit is de ontwikkeling van de Westeuropese markt voor bedrijfswagens, waarin Baan pas begin volgend jaar een herstel verwacht. De markt daalde ten opzichte van 1992 met bijna 22 procent tot 198.000 stuks. Het marktaandeel van DAF Trucks daalde met 2 procent tot 6,8 procent. Dat kwam niet alleen door de stagnerende markt, maar ook, zoals wordt gezegd, door “het stringent beleid om een zo goed mogelijk prijsniveau te handhaven”.

Tijdens de presentatie van het jaarverslag weigerde Baan met een zekere hardnekkigheid te praten over het “oude” DAF, hoewel in de reclame wel grif gebruik wordt gemaakt van 65 jaar ervaring. Niet zo zeer omdat de herinnering aan deze onderneming, waarvan hij eveneens president-directeur was, daarvoor te pijnlijk zou zijn, maar meer, zoals hij zei, omdat de accountants nog bezig zijn met de rapportage over wat er nu precies met het “oude” DAF gebeurd is. “Het is bij wijze van spreken nog onder de rechter.” Om dezelfde reden wilde hij ook niet ingaan op de vooral onder ontslagen werknemers gehoorde kritiek dat hij en andere medebestuurders na het faillissement wèl en zij nìet bij het nieuwe DAF mochten komen werken.

Voor een klein aantal hunner gloort er niettemin weer enige hoop nu de onderneming nieuwe werknemers denkt te kunnen aantrekken in overigens tijdelijke dienst; misschien worden het er wel 100 en bij voorkeur, zoals Baan zei, oud-werknemers. Van Os: “Dat aantal van 100 is meer dan verwacht. We moeten zien of er in plaats van een tijdelijk contract een blijvend kan komen.” De onderneming had vorig jaar in totaal 3445 mensen in dienst, van wie 2416 in Nederland. Ter vergelijking: in 1991 waren het er nog ruim 13.000 in Europa onder wie die van British Leyland.

Wie met DAF-medewerkers zelf praat bespeurt nog altijd iets van argwaan die in de geschiedenis tot 2 maart vorig jaar een vruchtbare voedingsbodem kreeg. Daarbij speelt, zo is uit hun uitspraken af te leiden, vooral de scepsis over de vraag of de leiding in staat zal zijn de boorling op te voeden tot een gezonde volwassene. Hier en daar in het bedrijf gonst het van geruchten over op handen zijnde reorganisaties. De kosten zullen, zei Baan, inderdaad nog verder moeten worden terugebracht maar dat zal, zo verwacht hij, niet leiden tot collectief ontslag.

Aan de kwaliteit van het produkt kan een gezonde toekomst niet liggen. Zonder meer imposant is het nieuwste model, de Super Space Cab, die door de vakpers werd uitgeroepen tot een supertruck en waaraan ook in de showroom van DAF Trucks in Eindhoven menigeen zich vergaapt. Het is een goedaardige, hoog op de poten staande reus, een comfortabele huiskamer op wielen. Volgens Baan is dit model ontwikkeld na maart vorig jaar en dat mag redelijk snel worden genoemd. De Super Space Cab, die binnenin een stahoogte heeft van 2.25 meter en 2 bedden telt, zal waarschijnlijk tegen het einde van mei in de produktie komen samen met de nieuwe 95-500. De eerste bestellingen zijn al binnen. De prijs ligt rond de 300.000 gulden.

Intussen blijkt dat DAF Trucks wel degelijk lering heeft getrokken van de fouten in het verleden. Heilig in de strategie van de nieuwe onderneming is het begrip build-to-order geworden. Waar men bij het “oude” DAF bleef produceren tegen beter weten in, wordt nu afhankelijk van de vraag gewerkt; alleen wat verkocht is wordt gemaakt. Maar dat vereist, zoals Baan, zei wel een grotere flexibiliteit in de arbeidsduur aangezien de vraag grillig verloopt. Daarover vinden onderhandelingen plaats met de vakbonden. Bij wijze van experiment werkt men nu gedurende zeven weken negen uur per dag.

DAF Trucks verkocht in 1993 10.004 vrachtwagens. De voorraad in Eindhoven, een ander euvel uit de oude tijd, liep terug met 51 procent tot 888 eind 1993. Hierbij moet worden opgemerkt dat DAF Trucks uit de oude voorraad vrachtwagens opkocht om te voorkomen dat de curatoren ze ver onder de prijs zouden verkopen waardoor de markt bedorven had kunnen worden. Verwacht wordt, zo staat in het jaarverslag, dat het voorraadniveau dit jaar nog verder zal afnemen.

    • Max Paumen