Rauwe plattelandsliedjes als simpel ambacht

De Amerikaanse zanger en liedjesschrijver Vic Chesnutt laat zich met rolstoel en al het podium op tillen. “Muziek is een manier om mijn ellende van me af te zingen.”

Ten tijde van zijn debuutalbum Little uit 1988 deed het verhaal de ronde, dat achter de naam Vic Chesnutt niemand minder dan zanger Michael Stipe van REM schuil ging. Hier zong iemand met hetzelfde nasale timbre, dezelfde semi-diepzinnige teksten en eenzelfde gave om de luisteraar te boeien met indringende en oorspronkelijke liedjes. Bovendien stond Stipe als producer op de hoes vermeld en voerde het spoor naar REM's thuisbasis in Athens, Georgia. “In het begin was ik niet zo blij met die veel gemaakte vergelijking,” zegt Chesnutt, “omdat ik mijn eigen plaats in de muziekwereld wilde veroveren. Inmiddels begrijp ik waar de overeenkomst vandaan komt. Michael en ik hebben exact dezelfde achtergrond en we zingen met een luie, zuidelijke intonatie.”

Begin jaren tachtig maakten Vic Chesnutt en Michael Stipe grootse plannen, hoe ze de wereld zouden veroveren met zelfverzonnen popmuziek. Stipe's droom werd werkelijkheid, maar Chesnutt was minder fortuinlijk. In 1983 kreeg hij een ernstig auto-ongeluk, waardoor hij verlamd raakte aan beide benen. Vrijwel onmiddellijk lijmde hij een plectrum aan het gips om zijn gebroken arm, waarna hij zich een even simpele als doeltreffende gitaarstijl eigen maakte. Tegenwoordig laat hij zich met rolstoel en al het podium op tillen, om zijn rauwe en emotionele songs op enigszins onbeholpen manier ten gehore te brengen. Met zijn strohoed en country & western-achtige liedjes doet hij zich gelden als de plattelandsdichter onder de hedendaagse singer/songwriters.

'Rock & rolstoel!' roept Vic Chesnutt triomfantelijk, wanneer hij de Nederlandse benaming van zijn noodgedwongen vervoermiddel heeft gehoord. Zijn gevoel voor humor is hij niet kwijt, hoewel in zijn muziek een diepgewortelde melancholie doorschemert. Het nummer Dodge van zijn nieuwe cd Drunk bijvoorbeeld, gaat over de demonen die hem overal op de hielen zitten. “Ik heb enorm veel pech gehad, maar het heeft geen zin om daar alsmaar bij stil te blijven staan. Eerlijk gezegd bevalt het me wel dat ik geen wereldberoemde rockster ben geworden. Naast musiceren is slapen een van mijn grootste hobby's. Het nummer Sleeping Man handelt daar over: bussen vol toeristen die zich komen vergapen aan de slapende man die in een glazen vitrine zijn geld verdient. Soms voel ik me als die treurig stemmende kermisattractie, maar meestal prijs ik me gelukkig dat ik mijn ellende van me af kan zingen.”

Chesnutt beschouwt zichzelf als een verhalenverteller, die de beperkingen van eenvoudige popsongs voor lief neemt. “Mijn achterland is het platteland van Georgia, waar je doorgaans alleen countrymuziek te horen krijgt. Tot op zekere hoogte beschouw ik mezelf als een folkmuzikant, in die zin dat ik inspiratie put uit mijn omgeving en de dingen die ik meemaak. Invloeden van buitenaf dringen nauwelijks tot me door, omdat ik bijna nooit luister naar andere muziek.”

Spontaniteit staat hoog in Chesnutts vaandel. De tien songs van Little stonden binnen een dag op de band en voor het iets geavanceerder klinkende Drunk waren slechts drie dagen nodig. “Die eerste plaatopname kreeg ik min of meer in mijn schoot geworpen, op een moment dat ik zelf niet eens klaar voor was. Mijn leven lang had ik er van gedroomd om een plaat uit te brengen, maar dit was zo ruw en zo echt dat ik schrok van het resultaat. Uiteindelijk was het Michael Stipe die me overtuigde van de waarde van die spontane benadering. Het was een perfecte momentopname. Zo onbevangen als toen kan ik nooit meer een plaat maken.”

In zijn woonplaats zag Chesnutt een ware stroom van toeristen aan zich voorbij trekken, die naar Athens kwamen op zoek naar de oorsprong van het succes van REM. “Dagelijks werd ons kleine dorpje overspoeld door honderden Europeanen, die met een reisbeschrijving in de hand informeerden waar ze de huizen van de groepsleden konden vinden. Meestal stuurde ik ze de verkeerde kant op. Gelukkig kwam er een eind aan toen Seattle opeens de hipste rockstad van de Verenigde Staten werd. Alle muzikanten die in Athens waren neergestreken om op de vleugels van REM een graantje van het succes mee te pikken, verhuisden van de ene dag op de andere naar Seattle. Nu is het in Athens weer net zo stil als ooit tevoren. Er gebeurt nooit iets, en zo hoort het.”

Liedjes schrijven is een ambacht, meent Chesnutt. “Iedereen kan het leren en oefening baart kunst. Niet elke popsong hoeft een hoog poëtisch gehalte te hebben. Een rechtlijnige song als Kick My Ass heeft geen verborgen metaforen of ingewikkelde rijmschema's nodig. Heel soms dwing ik mezelf er toe om achter mijn bureau te gaan zitten en een ontzettend knappe en indrukwekkende song te schrijven. Dat zijn de teksten die als eerste in de prullebak verdwijnen. De beste liedjes komen vanzelf aanwaaien, 's nachts als het raam open staat.”

Vic Chesnutt treedt op in het voorprogramma van Kristin Hersh: 18/3 Nighttown, Rotterdam. Zijn nieuwe cd Drunk is uitgebracht door Rough Trade.

    • Jan Vollaard