Privacy

In NRC Handelsblad van 26 februari beschreef Rita Kohnstamm het door haar als 'toverwoord' aangeduide begrip 'privacy'.

Privacy is geen nieuw toverwoord, maar een sinds ruim veertig jaar erkend grondrecht. Zo bevat de Europese Conventie voor de bescherming van mensenrechten en fundamentele vrijheden van 1950 een recht op privacy, en is ook in de Nederlandse grondwet een recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer opgenomen. De rechtsgeleerden en politici die zich ingezet hebben voor een grondrecht op privacy hadden zeker niet de rode streep op het postkantoor op het oog. Actuele voorbeelden voor immateriële en materiële schade van een inbreuk op de persoonlijke levenssfeer vindt men in de jaarverslagen van de privacy-commissies of ombudsmannen. Zo trof mij een bericht van een Duitse Datenschutzbeauftragte over een aids-patiënt. Bij maatschappelijk nuttig onderzoek over de oorzaken van een bepaalde kankerziekte bij kinderen konden de onderzoekers de ouders benaderen op basis van adressenbestanden die de behandelende artsen in strijd met hun beroepsgeheim ter beschikking hadden gesteld. Een groot aantal ouders reageerde boos omdat zij onvrijwilig met een verdriet over de ziekte of de dood van hun kind werden geconfronteerd. Uit dit voorbeeld blijkt dat niet eenzijdig rekening mag worden gehouden met de belangen van beleid, zoals mevrouw Kohnstamm stelt. In plaats van een toverwoord beschouw ik privacy als een zeer moeizame strijd voor menselijke eigenwaarde en een gevarieerde samenleving. Ridiculisering kan echter veel schade aanrichten.