Pierre Cuypers, aertsbouheer tussen twee eeuwen

P.J.H. Cuypers, aertsbouheer, Ned.3, 23.11-24.01u.

Eerst het geduldige geklop van paardehoeven op een landweggetje, dan een kar waarop een grote maquette van een kerk balanceert. Als een handelsreiziger ging de jonge architect Pierre Cuypers de Limburgse parochies af om zijn opdrachtgevers te overtuigen van het nut en de noodzaak van zijn geliefde neo-gothische stijl. Het heeft effect gesorteerd: tijdens zijn lange loopbaan zou P.J.H. Cuypers (1827-1921) meer dan zestig kerken bouwen en een aantal voor de hoofdstad gezichtsbepalende gebouwen zoals het Rijksmuseum en het Centraal Station.

Over de lange, door religieuze tegenstellingen gekenmerkte loopbaan van Cuypers zendt de NOS vanavond een documentaire uit van Jeroen Visser. Visser heeft al eerder historische architectuurfilms gemaakt, bijvoorbeeld over Berlage, en ze worden elke keer beter. In P.J.H. Cuypers, Aertsbouheer boort hij een breed scala aan middelen aan, niet alleen de gebouwen nu en bewegende en stille archiefbeelden, maar ook mensen die erover vertellen: Lydia Lansink die betrokken was bij de redding van de Vondelkerk, een medewerker van Cuypers' in 1945 opgedoekte 'kunstenaarswerkplaats', hoboïst Han de Vries die in Cuypers' eigen huis woont en het in de oorspronkelijke staat terugbrengt, en architectuurhistoricus Aart Oxenaar. Oxenaar promoveert op Cuypers en verzorgde eind vorig jaar samen met het Nederlands Architectuurinstituut, dat het Cuypers-archief beheert, een gesponsorde cassette met tekeningen van het Rijksmuseum. Nu ontpopt hij zich als een natural voor de camera.

Cuypers blijkt een trait d'union tussen twee eeuwen te zijn geweest. Zijn hoogste ideaal was een gebouw als een Gesamtkunstwerk waarvoor alles door ambachtslieden in kleine ateliers werd vervaardigd. Tegelijkertijd dwong de omvang van zo'n groot project als het Rijksmuseum, waar honderden arbeiders acht jaar lang aan werkten, hem een zeker systeem toe te passen. Hij was ook nog een van de eerste projectontwikkelaars: nadat zijn eerste ontwerp voor het Rijksmuseum was afgewezen besloot hij zelf te laten zien hoe een eigentijdse architectuur eruit moest zien. Hij kocht een terrein aan de rand van de stad en bouwde een rij 'voorbeeldige' woonhuizen aan wat later de Vondelstraat zou worden.

Cuypers' voorliefde voor de aan het katholicisme gelieerde stijl van de neo-gothiek, bleef een bron van problemen. Zo weigerde de koning de opening van het nationale kunstmuseum aan het Museumplein bij te wonen omdat hij het gebouw “een bisschoppelijk paleis” vond. En het Centraal Station ook al zo'n sprookjespaleis, was Cuypers' laatste opdracht in Amsterdam.

    • Tracy Metz