Nieuw!

In vroeger tijden werden de mensen aan de vergankelijkheid herinnerd door priesters en in hun gevolg door dichters en schilders die de voorstelling van een dodendans maakten: een geraamte met een zeis waarachter zich de mensheid had geschaard. François Villon heeft over de mooie molenaarsdochter geschreven; Rodin heeft er een beeld van gemaakt - om een paar beroemde voorbeelden uit de duizenden te noemen. Die algemene toewijding aan het memento mori is voorbij. Tegenwoordig gaat het er juist om, de vergankelijkheid zo ver mogelijk achter de horizon te houden. Denk aan het reclamefilmpje over een drumstel waarvan alle onderdelen met ongelofelijke kracht en snelheid worden bewerkt, met een vitaliteit waarachter we een geweldenaar van een jaar of twintig vermoeden. Dan gaat de camera omhoog: deze kabaalmaker is een man - ik noem geen leeftijd - in de vutgerechtigde sector. De mensen zijn voortdurend bezig zichzelf te vernieuwen en dat doen ze ook met hun omgeving. Nieuw! En wie zich het nieuwe aanschaft 'gaat met zijn tijd mee'; het bezit van het nieuwste bezorgt de eigenaar telkens een wedergeboorte; het is een permanente face-lift.

Degenen die de coulissen voortdurend vernieuwen zijn de designers, een woord waarvoor ik geen Nederlandse vertaling zou weten. Uitvinders, ontwerpers, kunstenaars, van al die beroepen kunnen ze iets hebben maar het wezen van hun werk ligt in het verzinnen van nieuwe verpakkingen. Nieuwverpakkers komt er het dichtst bij.

In het Cooper-Hewitt National Museum of Design in New York is een tentoonstelling ingericht van vijftig jaar nieuwverpakking - van 1925 tot 1975 - en om het maar meteen te zeggen: als je je ergens bij iedere stap ouder gaat voelen is het daar. Het is een tijdmachine in de overdrive achteruit gezet. Dat komt doordat alle apparaten, meubels, spullen die je grootouders en je ouders hadden nog vrijwel precies hetzelfde doen als wat je zelf gebruikt, maar dat ze er daarbij onherstelbaar bejaard uitzien. Ik geef toe: de techniek heeft sommige dingen kleiner gemaakt, maar aan het verkleinen is een grens, want om me tot het eten en drinken te beperken: een liter blijft een liter en een fles dus een fles en een pond kaas verandert niet van omvang zodat aan het volume van een ijskast niet veel gedokterd kan worden. Niettemin: de ijskast van 1934 is een heel andere dan die van 1964. Een mixer van 1950 klutst als die van een kwart eeuw later maar aan de buitenkant te zien zou je dat niet zeggen.

Bij mij veroorzaakte de aanblik van een Hoover stofzuiger uit 1936 bij wijze van spreken een brok in m'n keel. Het prachtstuk van mijn moeder. Ieder half jaar kwam er een man van de fabriek om de draaiborstels en het rubber drijfriempje te vernieuwen en dan mocht ik het oude hebben. Ik wist precies wat er onder de motorkap van deze oude stofzuiger in het museum van het design zat; niet veel anders dan wat de stofzuigers van 1994 te bieden hebben, en toch had het exemplaar uit 1936 een voorwereldlijke allure.

Dat de kunst van de verpakkers zo'n hoge vlucht heeft genomen, wordt in de toelichting tot de tentoonstelling wetenschappelijk verklaard. De massaproduktie vergde een nieuwe recametechniek, en de grote crisis werd bestreden door bij het publiek het 'consumentisme' aan te kweken. Blijf bij de tijd! Koop het allernieuwste! Enz. Broodroosters kregen gleuven in plaats van verticale klapdeurtjes, ijskasten werden van hun kromme pootjes ontdaan, auto's kregen staartvinnen. Wat niet volgens het nieuwste design was gelijnd, werd bij het grof vuil gezet.

De tentoonstelling bevat meer dan tweehonderd voorwerpen en affiches waaraan de ontwikkeling van het design wordt gedemonstreerd. Is het een ontwikkeling in de betekenis dat de ene vorm van design logisch of begrijpeljk uit de vorige voortvloeit? Zo'n lijn heb ik er niet in kunnen ontdekken. De deurtjes aan de broodroosters leken me beter dan de gleuven aan de bovenkant omdat je bij het deurtjesmodel beter de kruimels kunt wegblazen. Maar met zo'n vraagstuk houdt het design zich pas op als het echt hinderlijk gaat worden. Nieuw gaat boven doelmatig.

Dat heeft een onverwacht effect. Plotseling merk je dat je in deze uitstalling van al dat verjaarde nieuwe, de schatkamer van het design door de catacomben van je eigen archeologie loopt. Allemaal ouderwetsheid; achterhaald, en wat toen niet bij het grof vuil terecht is gekomen, staat nu in een museum opgesteld als een verzameling collectieve dierbaarheden. Design, als het tot de kunsten hoort, is het de minst krimpvrije van allemaal, om de taal van de reclame te gebruiken. Hoe nieuwer je vandaag bent, hoe ouder je morgen bent geworden.

    • H.J.A. Hofland