Louie Louie

Dave Marsh: Louie Louie. Uitg. Hyperion, 245 blz. Prijs ƒ47,50 (geb.)

Toen de Amerikaanse popcriticus Dave Marsh een paar jaar geleden 1001 singles becommentarieerde in The Heart of Rock and Soul, besteedde hij de meeste ruimte (meer dan drie bladzijden) aan 'Louie Louie' in de uitvoering van The Kingsmen (1963). Het was kennelijk nog niet genoeg: onlangs publiceerde hij Louie Louie, een veelgeprezen boek dat geheel gewijd is aan de vele verschillende versies (800!) die er ooit van dit klassieke rock 'n' rollnummer zijn gemaakt.

'Louie Louie' werd in 1956 gecomponeerd door de 21-jarige zwarte songschrijver Richard Berry (geen familie van Chuck). Hij voorzag een oud cha-cha-cha-deuntje van een romantische tekst en een opwindend rhythm 'n' bluesarrangement, maar had er in zijn woonplaats Los Angeles slechts bescheiden succes mee. 'Louie Louie' werd pas een hit toen het in 1963 tegelijkertijd gecoverd werd door twee uit Seattle afkomstige groepen: The Kingsmen en Paul Revere and the Raiders.

Het was het 'Louie Louie' van The Kingsmen dat als de definitieve versie de geschiedenis in zou gaan; niet alleen doordat het staccatoritme (duh duh duh. duh duh) zo aansloeg, maar ook doordat de onverstaanbare tekst - de zanger had een beugel - tot de verbeelding sprak van de Amerikaanse pubers. De op scholen stiekem doorgegeven transcripties van de tekst waren in de ogen van leerkrachten en opvoeders zo schunnig dat de FBI zich geroepen voelde om er een uitgebreid onderzoek aan te wijden - een voorafschaduwing van de latere acties tegen vermeende opruiing in rapsongs en geheime boodschappen in hardrocknummers. Na tweeëneenhalf jaar moest FBI-baas J. Edgar Hoover concluderen dat 'Louie Louie' zo onverstaanbaar was dat er niets zinnigs over te zeggen viel. Het nummer zelf was toen al uitgegroeid tot een van de invloedrijkste composities in de rock 'n' roll: onder de groepen die zich direct door het duh duh duh. duh duh lieten inspireren waren The Who ('My Generation'), The Kinks ('You Really Got Me') en The Troggs ('Wild Thing').

Het Montaillou onder de popboeken, zo zou je Louie Louie kunnen noemen: aan de hand van één liedje roept Marsh de geschiedenis van de rhythm 'n' blues en rock 'n' roll op. Dat het boek af en toe wat saai wordt, ligt dan ook niet aan aanpak of onderwerp, maar aan de grote hoeveelheid namen, songtitels en piepkleine details die over de bladzijden is uitgestort.