Liever een Dali dan een zoon; Schrijnende roman van Guido van Heulendonk

Guido van Heulendonk: De vooravond. Uitg. De Arbeiderspers, 219 blz. Prijs ƒ 34,90

Aan de jury van de AKO-prijs 1993 komt de eer toe dat ze de Vlaamse schrijver Guido van Heulendonk voor Nederland heeft ontdekt, door verhalenbundel De echo van de raaf op haar longlist te plaatsen, Met zijn nieuwe roman bevestigt Van Heulendonk dat hij een interessante schrijver is, maar zonder zijn doorbraakje in Nederland vorig jaar, zou De vooravond waarschijnlijk eenzelfde lot beschoren zijn geweest als zijn drie eerdere romans, die buiten België volledig onbekend zijn gebleven.

Aan De vooravond is duidelijk te merken dat Van Heulendonk geen aarzelende beginner is: hij schuwt de grote greep niet en behandelt, op een onnadrukkelijke manier, haast terloops, existentiële vraagstukken en de waanzin van de eeuw. Het boek laat zich vergelijken met een schilderij van Dali, zo beklemmend is het. Die vergelijking is niet toevallig: de hoofdpersoon is een groot deel van het verhaal op zoek naar een werk van Dali dat voor zijn eigen bestaan in de plaats had kunnen komen.

De vooravond gaat over een Bijna Dood Ervaring (BDE), een in de wetenschappelijke literatuur gebruikte term voor de vaak in vrijwel identieke termen beschreven gewaarwordingen van mensen die tussen leven en dood hebben gezweefd en daarvan later verslag uitbrachten. De hoofdpersoon, Dominiek Versteeg, is twee keer bijna dood geweest, waarvan een keer door eigen toedoen. Tijdens die mislukte zelfmoordpoging, ongeveer dertig jaar geleden, heeft hij zijn eigen grafsteen gezien met daarop de sterfdatum: 9-IV-1991. Het verhaal in het boek wordt verteld op 8 april 1991 en is zelf opnieuw een BDE. De laatste?

De verhaalstructuur lijkt gecompliceerd, maar is in al zijn raffinement toch betrekkelijk doorzichtig. Tijdens een BDE is de hoofdpersoon een cirkelvormige ruimte binnengeschoten waarin hij - als in een hologram die zich om hem heen uitstrekt - in een oogopslag een projectie van de belangrijkste momenten van zijn leven zag. Op die achtste april 1991 ziet het slachtoffer nogmaals zijn leven aan zich voorbij trekken en de verslaglegging daarvan levert deze roman op.

Hoe maakt iemand aan de vooravond van zijn dood de balans op van zijn leven? Van Heulendonks held steekt zijn verhaal af op een manier die mij doet denken aan Portnoys Complaint van Philip Roth, een monoloog gericht tot een enkele toehoorder. Versteeg, een geslaagde, rijk geworden veertiger is wat meer sophisticated dan Portnoy. Hij bevind zich dan ook niet op de divan van een psychiater, maar in een hotelkamer in Parijs waar hij, zoals tijdens al zijn zakenreizen, cassette-bandjes inspreekt. Dit keer is zijn boodschap echter niet gericht aan zijn secretaresse en minnares, maar aan een mevrouw Rosenthal, die bij nader inzien zijn moeder blijkt te zijn.

De joodse mevrouw Rosenthal is - zo heeft Dominiek als kind ontdekt - vlak na de geboorte van haar zoontje door de nazi's vermoord. Hoe, waar en wanneer ze om het leven is gebracht weet hij niet, zoals hij ook zijn eigen geboortedatum niet kent. Zijn ongewisse herkomst wordt een obsessie, vooral als hem ter ore komt dat zijn kunstminnende moeder hem eigenlijk niet wilde, omdat ze haar spaargeld liever had willen spenderen aan een peperduur schilderij van Dali.

Als zesjarige heeft Dominiek bij toeval in de bioscoop beelden van Auschwitz gezien, die zijn wereld voorgoed hebben veranderd in een nachtmerrie, waarvan hij de betekenis niet kan doorgronden. Auschwitz, de dode moeder en het schilderij van Dali zijn de drie draden van een kluwen die zich in zijn hoofd gevormd heeft. De ontwarring van deze kluwen wordt het enige doel in zijn leven. Terwijl hij opgroeit, schoolgaat, verliefd wordt, studeert, carrière maakt en zich ogenschijnlijk tot een evenwichtig mens ontwikkelt, zoekt hij in het geheim naar sporen van zijn verdwenen moeder en huurt hij een privé-detective die half Europa afreist om te achterhalen welk doek van Dali het was dat mevrouw Rosenthal ooit prefereerde boven hem.

In een consequent volgehouden virtuoze stijl vult de hoofdpersoon het ene na het andere cassettebandje om zijn moeder te vertellen over zijn leven. Alles wat daarin van waarde had kunnen zijn - vriendschappen, schoonheid en zelfs zijn grote liefde - heeft hij opgeofferd aan de dwingende vraag naar zijn bestaansreden, in de hoop het antwoord te zullen vinden in de angstaanjagende, ontmenselijkte en contactgestoorde droomwereld van Salvador Dali.

Absurd, verschrikkelijk en schrijnend mooi. Zelden heb ik eigentijdse waanzin, de krankzinnigheid van de naoorlogse generatie die met de beelden van Auschwitz op het netvlies, radeloos naar zingeving heeft gezocht, indringender verwoord gezien dan in Van Heulendonks Vooravond. Dieptepunten zijn er in dit boek niet aan te wijzen. De spanning wijkt geen moment. Tot aan de wonderlijke ontknoping, waarin Dali er niet meer toe doet omdat Dominieks leven zelf het surealistische schilderij blijkt te zijn waarnaar hij zocht, is dit verhaal een constante stroom van doorleefde wanhoop en haarscherp gevoel.

Uit: Guido van Heulendonk, De vooravond

Ik heb een horloge, mevrouw Rosenthal, een wekker, in de televisie zit een recorder met een klok, en als ik uit het raam kijk, zie ik de oplichtende digitalen van Radio France. Wat een uitvinding toch, tijd. En wat een passie voor het meten ervan. Van alle vragen die een mens stelt tijdens zijn leven is dit wellicht de frequentste: Hoe laat is het? Het hoeft ons niet te verbazen. De vraag naar het uur is de vraag naar de dood. Eigenlijk luidt ze: Hoe lang nog? Onze obsessie met tijd is gesublimeerde doodsangst. Niet dat ik angst voel. Het is deze avond die mij de woorden ingeeft, niet de zorg om het mij resterende bestaansvolume.