J.F. BERGHOEF 1903 - 1994; Tijdloos traditionalist

De architect Johannes Fake Berghoef is op woensdag 9 maart overleden. Hij was een van de laatste representanten van het traditionalisme. Zijn omvangrijke oeuvre weerspiegelt de voornaamste ontwikkelingen van de traditionalistische architectuur in Nederland tussen 1925 en 1960.

Nadat hij zijn kandidaats bouwkunde aan de Technische Hogeschool in Delft had behaald, vestigde Berghoef zich als zelfstandig architect in zijn geboorteplaats Aalsmeer. Pas in 1946 zou hij afstuderen; een jaar later werd hij benoemd tot hoogleraar aan de Technische Hogeschool en trad daarmee in de voetsporen van zijn leermeester M.J. Granpré Molière.

Een groot deel van het vroege werk van Berghoef bestaat uit woonhuizen in Aalsmeer. Ze onderscheiden zich door de ambachtelijke verfijning en de archetypische eenvoud. Door hun ogenschijnlijke tijdloosheid zijn ze typerend voor het traditionalisme.

Een belangrijk moment in zijn loopbaan was het ontwerp dat hij in 1938 samen met J.J.M. Vegter maakte voor de Amsterdamse raadhuisprijsvraag. Na de derde ronde in 1941 werd hun inzending voorgedragen voor uitvoering, maar de bouw van hun op laat-middeleeuwse Italiaanse palazzi geïnspireerde ontwerp vond wegens de oorlog geen doorgang. Toen eind jaren vijftig werd besloten het toekomstige stadhuis te verplaatsen van het Frederiksplein naar de Amstel kregen ze opnieuw een opdracht. Hoewel het nieuwe ontwerp aanmerkelijk minder monumentaal en historiserend was, werd het niet eigentijds genoeg gevonden. In 1967 werd daarom een nieuwe prijsvraag uitgeschreven, die uiteindelijk heeft geleid tot de Stopera.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog, toen de bouw stil lag, heeft Berghoef zich intensief beziggehouden met een toenadering tussen functionalisten en traditionalisten. Met W. van Tijen, S. van Embden en B. Merkelbach vormde hij de Kerngroep van de Studiegroep Woningarchitectuur. Daarnaast was hij een van de initiatiefnemers van de 'Doornse leergangen', bijeenkomsten waar architecten met uiteenlopende opvattingen begrip voor elkaar probeerden te krijgen. Het resultaat van deze toenaderingspogingen moet niet worden overschat, maar onmiskenbaar tekende zich na de oorlog een convergentie af van traditionalisme en functionalisme.

De modernisering van het traditionalisme is het duidelijkst terug te vinden in Berghoefs omvangrijke woningbouwproduktie in het Engelse Airey-bouwsysteem waarvoor hij en H.T. Zwiers de licentie voor Nederland hadden weten te verwerven. Tijdens de wederopbouw mochten gemeenten meer woningen bouwen als gebruik werd gemaakt van systeembouw. Daardoor stroomden bij Berghoef de opdrachten binnen om in dit systeem te bouwen.

Meer in overeenstemming met zijn principes was de wederopbouw van Middelburg. Berghoef had een belangrijk aandeel in het behoedzame herstel van het traditionele beeld van deze stad door middel van reconstructie, restauratie en zorgvuldig aangepaste nieuwbouw. Net als bij de Aalsmeerse woonhuizen komt hier het talent van Berghoef - die van Granpré Molière had geleerd de 'algemene en tijdloze beginselen te stellen boven individualisme en stromingen van de dag' - optimaal tot zijn recht.

    • Hans Ibelings