Expositie over ontstaan van strip over holocaust 'Maus'

AMSTERDAM, 18 MAART. In het Joods Historisch Museum in Amsterdam is gisteren de Nederlandse vertaling van het tweede deel van het stripverhaal van de Amerikaanse tekenaar Art Spiegelman over de holocaust, Maus II, En hier begon mijn ellende gepresenteerd. En vanaf vandaag is in dit museum een tentoonstelling te zien over het in totaal 295 pagina's tellende verhaal waarmee Spiegelman een Pulitzerprijs (1992) won, en waarvoor hij een Guggenheim werkbeurs ontving.

In 1972 publiceerde Spiegelman Prisoner on the Hell Planet, een stripverhaal waarin hij de zelfmoord van zijn moeder Anja, overlevende van Auschwitz, schetste. Dit verhaal bleek de aanzet te zijn voor het meer ingetogen, internationaal bekroonde verhaal Maus, een 'familie-biografisch' epos over de verschrikkingen van zijn joodse ouders in Polen en Duitsland tijdens de Tweede Wereldoorlog en zijn eigen tweede generatie-problemen. Spiegelman zet zichzelf in Maus letterlijk en figuurlijk te kijk als hij de moeizame relatie met zijn vader Vladek beschrijft: de ruzies en de gesprekken met een ongemakkelijke man die - geestelijk en lichamelijk verminkt - het concentratiekamp heeft overleefd en daar op verzoek van zijn zoon over vertelt.

Als vorm koos Art Spiegelman de strip waarbij hij de handelende personen als dieren uitbeeldde: nazi's als katten, joden als muizen, Polen als varkens en Amerikanen als honden. Het bezwaar dat zo'n beladen onderwerp als de jodenvervolging niet geschikt is om in een stripverhaal te verwerken pareerde de tekenaar/ schrijver met de opmerking: 'I'm a cartoonist. What do you want? Ballet?'

De smaakvolle, sober ingerichte tentoonstelling biedt een verhelderend inzicht in de werkwijze van Spiegelman. Aan neutrale lichtblauwe panelen zijn 74 originele pagina's uit Maus opgehangen, met daarboven 46 lijsten waarin een selectie uit de voorstudies, het documentatiemateriaal en de uitgewerkte teksten van gesprekken met zijn vader is opgenomen. Ook het Poolse paspoort van Anja Spiegelman en de Amerikaanse naturalisatiepapieren maken deel uit van de tentoonstelling evenals de notities die Art Spiegelman maakte tijdens zijn bezoek aan Auschwitz in 1980. De op de band opgenomen gesprekken met zijn vader Vladek (in totaal 40 uur) vormen de basis voor de teksten in Maus en zijn de ruggegraat van het verhaal. Op de tentoonstelling is een selectie van 40 minuten te horen uit deze gesprekken. Spiegelman koos uit de teksten de sleutelmomenten en dikte ze in tot passende tekstballonnen bij de tekeningen. De voorstudies laten zien dat Spiegelman veel 'mooier' kan schetsen dan blijkt uit de ruwere en kale - en toch zeer compacte - tekeningen die verschenen in de uiteindelijke versie van Maus. Maar het is vooral deze gekozen combinatie van tekst en beeld waardoor Maus bij de lezer een onuitwisbare indruk achterlaat, zo wordt duidelijk op deze bescheiden, maar overzichtelijke en informatieve tentoonstelling.

De expositie, die eerder in het Museum of Modern Art in New York te zien was, gaat na 14 augustus weer terug naar de Verenigde Staten om daar een rondreis te maken. Art Spiegelman zal op 5 juni in Amsterdam voor het John Adams Instituut een lezing over zijn werk houden in de serie American Literature Today. De uitgeverij Oog & Blik bereid een bundel voor met ander werk van Spiegelman, dat verband houdt met Maus, onder de titel Maus tracks.

Kat en muis, Spiegelman's Maus, t/m 14/8, Joods Historisch Museum, Amsterdam. Dag 11-17u, entree ƒ 7 volwassenen, ƒ 3,50 10 tot 17 jaar, tot 10 jaar gratis. Art Spiegelman: Maus II, vertelling van een overlevende,vertaling Jessica Durlacher, lettering Peter Pontiac. Uitgeverij Oog & Blik, ISBN 90-73221-09-9, ƒ 29,95.

    • Dik Rondeltap