Een omgekeerde Decamerone; Vormbewuste verhalen van Yann Martel

Yann Martel: De geschiedenis van de Roccamatio's uit Helsinki. Vert. Barbara de Lange. Uitg. Meulenhoff, 200 blz. Prijs ƒ 34,50

De verhalenbundel De geschiedenis van de Roccamatio's uit Helsinki, het debuut van de Canadees Yann Martel, heeft indruk gemaakt in zijn eigen land. Waaròm is niet moeilijk te begrijpen; hier is een redelijk jonge schrijver wiens ambities nu eens verder gaan dan het zo realistisch en schrijnend mogelijk weergeven van zijn eigen leefwereld. Deze vier verhalen gaan weliswaar stuk voor stuk over de angsten en verlangens van een man van ongeveer dezelfde leeftijd als de auteur (die in 1963 werd geboren), maar wat ze opvallend maakt is de manier waarop Martel het verwoorden van authentieke emoties weet te paren aan een geraffineerd vormbewustzijn. Martel schrijft over herkenbare situaties en mensen, maar wat hij duidelijk niet wil zijn is een verteller. De nadrukkelijk afwijkende vorm die hij voor elk van zijn verhalen afzonderlijk heeft geconstrueerd, werkt telkens als een klein schokeffect.

Gevangenis

In het titelverhaal is de ik-persoon getuige van de lijdensweg van een schoolvriend die door een bloedtransfusie aids blijkt te hebben opgelopen. Om aan het ziekbed de moed erin te houden, besluiten ze elkaar om beurten verhalen te vertellen. Nìet zoals in de Decamerone, besluit de ik-persoon: 'Tien gezonde mensen die een aan de pest stervende wereld ontvluchten en elkaar pikante verhaaltjes vertellen alleen om de tijd te doden - die structuur heeft me nooit erg aangestaan. Onze situatie zou heel anders zijn. Wij, de vertellers, zouden ditmaal de zieken zijn die een gezonde wereld ontvluchten. En we zouden elkaar verhalen vertellen niet om de wereld te vergeten, maar om haar te gedenken, te herscheppen.'

Dat herscheppen voltrekt zich aan de hand van de geschiedenis van de twintigste eeuw. De verteller en zijn zieke vriend Paul verwerken uit ieder jaar vanaf 1901 een belangrijke gebeurtenis in het fictieve verhaal van de familie Roccamatio uit Helsinki, waardoor een familiekroniek ontstaat die de hele moderne geschiedenis in zich draagt. Martel onthoudt de lezer dat verhaal, maar hij vlecht wel keurig opgesomde historische feiten door het trieste relaas van Pauls aftakeling: '1922 - Benito Mussolini, wiens fascistische squadristi in Italië een toestand van anarchie hebben ontketend en aangewakkerd, krijgt een telegram van koning Vittorio Emmanuele III. De Duce is aan de macht.'

Eeuwcyclus

Doordat de twee vrienden de gebeurtenissen zelf uitkiezen en die keuze steeds meer bepaald wordt door hun stemmingen, krijgt de wereldgeschiedenis langzaam maar zeker de kleur van hun kleine, persoonlijke geschiedenis; aan het einde, wanneer de cirkel rond is, en de eeuwcyclus opnieuw kan beginnen, is Paul gestorven en heeft zijn nietige verhaal tegen de achtergrond van de geschiedenis betekenis gekregen.

'De geschiedenis van de Roccamatio's uit Helsinki' is een heel mooi verhaal - als je het iemand hoort navertellen. Wanneer je het leest doet het vooral bedacht aan; de emotie die Martel bij de lezer wil losmaken, bleef in mijn geval dan ook achterwege. Het hele idee van die familiekroniek en de twintigste-eeuwse geschiedenis blijft iets van de schrijver, wordt nergens noodzakelijk voor zijn personages. Dat zou geen bezwaar zijn wanneer Martel zichzelf als een aanwezigheid in het verhaal manifesteerde, maar hij blijft zorgvuldig afwezig.

Ook in de overige verhalen krijgt de vorm zoveel nadruk. 'Sterfwijzen' bestaat uit een aantal genummerde brieven van een gevangenisdirecteur aan een moeder, waarin tot in de details de executie van een ter dood veroordeelde jongen wordt beschreven; alleen volgen de brieven geen relaas van opeenvolgende feiten, maar vertellen ze steeds opnieuw hetzelfde verhaal. De werkelijkheid blijft een mysterie: zijn de brieven probeersels van de directeur om de gruwel van de doodstraf zo adequaat mogelijk aan de achterblijvende moeder over te brengen? Hier is het probleem dat het mysterie zelf ongeloofwaardig blijft; er gaat geen suggestieve kracht van uit, het lijkt te veel een briljante truc.

Het beste verhaal is 'De dag van het soldaat Donald J. Rankin - strijkconcert met één dissonante viool van de Amerikaanse componist'. Het heeft een raadselachtige sfeer, er blijft veel onverklaard, maar achter die sfeer blijkt uiteindelijk opnieuw een nogal schematische opzet schuil te gaan: een concert van Vietnamveteranen, waarbij een indrukwekkend vioolconcert van een van hen ten gehore wordt gebracht (een man die 's nachts als schoonmaker van kantoren zijn geld verdient) wordt gecontrasteerd met de zielloze zakenwereld waarvoor de verteller wordt klaargestoomd.

Zoals in een van de verhalen blijkt, koestert Martel een grote bewondering voor Joseph Conrad, en dan vooral door de manier waarop deze schrijver zijn literaire techniek gebruikte om zijn verhalen een suggestieve lading te geven. Een betere leermeester kan Martel zich niet wensen, maar in zijn debuut is hij nog te veel de goochelaar die met mooi gespeelde achteloosheid een konijn uit een hoge hoed tovert. Zijn lezers willen na afloop vooral weten hoe hij dat voor elkaar heeft gekregen; wat het konijn voelt laat hen koud.