Duisenberg: vergroten tekort rijk is funest

DEN HAAG, 18 MAART. De president van De Nederlandsche Bank, dr. W.F. Duisenberg, heeft forse kritiek op het kabinet. Hij hekelt de overschrijding van het financieringstekort.

Duisenberg uitte zijn kritiek vanmorgen als kroonlid van de Sociaal-Economische Raad (SER) tijdens de behandeling van het advies over het sociaal-economische beleid op middellange termijn. Duisenberg onderstreepte dat het voor incidentele dekkingen gecorrigeerde financieringstekort in 1994 oploopt tot “circa 5,5 procent van het nationaal inkomen”. “Daarmee wordt de doelstelling uit het regeerakkoord van 3,25 procent met enkele procentpunten overschreden.”

Ook de werkgevers verklaarden zich bij monde van VNO-voorzitter A.H.G. Rinnooy Kan voor een verdere reductie van het financieringstekort. Hij zei de bezorgdheid van de Nederlandsche Bank hierover “te delen”.

De president van de bank gaf te kennen dat hij “enige moeite” heeft met de omvang van de lastenverlichting van 15 miljard gulden die de overgrote meerderheid in de SER vanaf het begin als uitgangspunt heeft gekozen. Duisenberg zou hier alleen voor zijn als andere belangrijke doelstellingen, zoals de reductie van het financieringstekort, niet in gevaar worden gebracht. En volgens hem is dat wel het geval. Het tijdpad voor het financieringstekort, zoals dat is vastgelegd in het regeerakkoord van het kabinet-Lubbers/Kok, is volgens Duisenberg “in het laatste jaar van de huidige kabinetsperiode losgelaten”. Duisenberg beschuldigt het kabinet ervan het door budgettaire tegenvallers ingegeven 'tandje minder' met het financieringstekort (3,9 procent van het nationaal inkomen in plaats van 3,25 procent) niet teruggedraaid te hebben toen de voorziene tegenvallers bij de belastinginkomsten zich in mindere mate bleken voor te doen dan verwacht. “Sterker nog, bij dat tandje minder lijkt het inmiddels niet te zijn gebleven”, aldus Duisenberg, doelend op recente incidentele maatregelen van het kabinet.

De president van de bank waarschuwt voor “een te eenzijdige benadering, waardoor terugdringing van het financieringstekort het kind van de rekening wordt”. Volgens Duisenberg is het een misvatting dat het bij het terugdringen van het financieringstekort en de lastenverlichting om van elkaar onafhankelijke grootheden gaat.

SER unaniem voor verkleining 'wig'

De president van De Nederlandsche Bank waarschuwt voor “een te eenzijdige benadering, waardoor terugdringing van het financieringstekort het kind van de rekening wordt”.Volgens Duisenberg is het een misvatting dat het bij het terugdringen van het financieringstekort en de lastenverlichting om van elkaar onafhankelijke grootheden gaat. Volgens Duisenberg zijn tekortreductie en lastenverlichting “communicerende vaten”. “Het tekort van vandaag is de lastenverzwaring van morgen.”

Duisenberg vindt dat “we niet mogen verslappen in het streven naar tekortreductie” en biedt daarmee tegenwicht tegen de voltallige SER (inclusief de Nederlandsche Bank zelf, die zich te elfder uren bij de meerderheid van werkgevers, kroonleden, CNV en MHP aansloot) en de grootste politieke partijen, die zonder uitzondering pleiten voor een flinke lastenverlichting. In de komende kabinetsperiode moet het financieringstekort van het Rijk volgens Duisenberg verder worden teruggebracht tot 1,75 procent van het bruto binnenlands produkt in 1998. Dit vergt volgens hem een ombuiging van 9 miljard gulden. Duisenberg gaf aan dat hij het jammer vindt dat “velen in de SER het tekort in de komende kabinetsperiode niet verder willen terugbrengen dan tot 2,25 procent van het bruto binnenlands produkt”. Toch ziet hij die inzet wel “als een belangrijk signaal aan de politiek dat het tekort in 1998 aanzienlijk lager dan 3 procent van het bruto binnenlands produkt dient te zijn.”

Rinnooy Kan van het werkgeversverbond VNO zei de bezorgdheid van de Nederlandsche Bank hierover “te delen”. Hij zei verheugd te zijn “dat de Bank uiteindelijk is teruggekomen op zijn aanvankelijke keuze integraal een afwijkend standpunt in de nemen binnen de SER”.

De SER besloot unaniem het volgende kabinet te adviseren om 15 miljard gulden aan te wenden voor het verkleinen van de afstand tussen bruto loonkosten en het netto loon dat werknemers ontvangen en 2,5 miljard gulden aan te wenden voor structuurverbeterende maatregelen. Over de financiering van deze plannen liepen de meningen uiteen.