'Doorbraak impasse met Suriname nodig'; Pronk over topoverleg in New York

DEN HAAG, 18 MAART. Volgens minister J. Pronk (ontwikkelingssamenwerking) is het voor Nederland en Suriname “nu, of voorlopig niet meer”. Morgen doet hij in New York met zijn Surinaamse ambtgenoot R. Assen een uiterste poging de langdurige impasse in de hulprelatie tussen beide landen te doorbreken.

Tijdens de ontmoeting in de Surinaamse VN-missie is voor het eerst ook een hoge functionaris van het Internationale Monetaire Fonds (IMF) aanwezig. Alles zal draaien om de vraag of Suriname bereid is het IMF te accepteren bij het toezicht op de uitvoering van een structureel aanpassingsprogramma.

De regering in Paramaribo heeft tot nu toe geweigerd een “directe” rol van het IMF te aanvaarden vanwege de binnenlandse politieke gevoeligheid en uit vrees de oppositie van ex-legerleider D. Bouterse in de kaart te spelen. Pronk eist dat het IMF “een rol” speelt als 'monitor' bij de uitvoering van het economisch saneringsprogramma, omdat financiële steun anders in een bodemloze put dreigt te verdwijnen.

“Het gaat niet alleen om de 'monitoring' op zich”, aldus Pronk. “Suriname moet het vertrouwen herwinnen bij het internationale bedrijfsleven en de geldinstellingen. Pas dan zal men willen investeren. Daarom is een rol van een internationaal instituut met groot gezag nodig. Stel dat Nederland in een positie was dat het lange tijd internationale steun behoefde. Dan kon je ons eigen Centraal Planbureau natuurlijk best toezicht laten uitoefenen, maar daarmee herstel je het vertrouwen niet.”

Een toezichthoudende taak voor het IMF is in het geval van Suriname geen automatisme, omdat niet het IMF maar Nederland de financiële hulpverlener aan Paramaribo is. Dit maakt het gesprek in New York nog extra gecompliceerd. Suriname gaf de voorkeur aan het particuliere Britse Warwick Institute - ook bij het gesprek in New York aanwezig - als toezichthouder. Maar dit instituut wil slechts technische bijstand verlenen. De Europese Unie haakte al eerder af, omdat met Suriname geen goede afspraken te maken zouden zijn.

Of Den Haag en Paramaribo er morgen uit komen? “De wensen van betrokken partijen lijken elkaar uit te sluiten. Iedereen wil bij de economische sanering van Suriname worden betrokken, maar niet in de rol die de ander wenselijk acht”, zo filosofeert Pronk. Er lijkt welhaast een toverformule nodig om iedereen tevreden te stellen. Pronk spreekt liever van een “optimaliseringsprobleem”. Daar moet volgens hem in het “open gesprek” uit zijn te komen. Hij meent dat het klimaat tussen beide landen is verbeterd nu zowel de Eerste als de Tweede Kamer het raamverdrag hebben aanvaard.

De tijd dringt met de naderende verkiezingen in Nederland. Vóór 16 april moet er volgens Pronk duidelijkheid zijn, want dan vergadert de huidige Tweede Kamer voor het laatst. “Ik heb het parlement tenslotte de toezegging gedaan de kwestie te bespreken”, aldus de bewindsman. Ook Pronk zelf heeft na komend weekeinde geen tijd meer vanwege de verkiezingen. “Ik heb natuurlijk wel tijd voor het onderwerp, maar niet meer om met nieuwe ideeën te komen en vergaderingen met de Surinamers te beleggen.” Volgens hem is aan Suriname duidelijk gemaakt dat er geen tijd meer te verliezen is. “Als er nu geen duidelijkheid komt, betekent het dat je moet wachten op de regeringsverklaring van een volgend kabinet. Het is dan al gauw november. Voor er echt wat kan gebeuren, ben je een jaar verder.”

Minister Pronk ziet enige beweging aan Surinaamse zijde. “Alleen al het feit dat Suriname mijn uitnodiging zo snel heeft geaccepteerd”, zegt hij. Al achtte de Surinaamse regering Washington vanwege de symboliek niet gewenst als plaats van handeling, omdat daar het IMF zijn zetel heeft. Volgens de bewindsman zullen beide zijden tijdens het gesprek in New York elkaars randvoorwaarden moeten “kennen en erkennen”. Dat betekent dat Suriname het IMF niet volledig buiten de deur mag houden. “Als ik dat zelf al zou willen, dan zou ik daarvoor van de Tweede Kamer niet eens de ruimte krijgen”, zegt hij. Pronk van zijn kant zegt nadrukkelijk rekening te willen houden met de Surinaamse politieke gevoeligheden.

Volgens de bewindsman is een “genuanceerd” oordeel op zijn plaats wanneer het gaat om de eisen die aan een structureel aanpassingsprogramma voor Suriname moeten worden gesteld. “Suriname heeft een kleinschalige economie, dat maakt macro-economisch beleid sowieso moeilijker. Bovendien heeft het land in kwantitatieve zin een capaciteitsprobleem door het wegtrekken van geschoold kader.” Pronk meent dat ook het IMF met dergelijke zaken rekening zal houden. Het IMF is volgens hem “wijzer en genuanceerder” geworden en houdt veel meer dan vroeger rekening met de armste groepen in de samenleving. Die wetenschap zou zo langzamerhand ook tot Paramaribo zijn doorgedrongen. “De minister van financiën uit buurland Guyana zei onlangs in een speech te Paramaribo dat hij aanvankelijk ook tegen het IMF was, maar blij is dat zijn land toch met het fonds in zee is gegaan.” Suriname is bovendien nog in het voordeel, omdat de Nederlandse miljoenenhulp de vorm van een schenking heeft.

Pronk wijst erop dat Suriname ondanks alle traagheid toch enige vordering in het saneringsproces heeft gemaakt. Zo zijn de energieprijzen geliberaliseerd en kent het land inmiddels een vrij zwevende wisselkoers. Dat zou Suriname volgens Pronk toch enig vertrouwen moeten geven in het oordeel van een internationale toezichthouder. “Bovendien vind ik dat je van Surinaamse zijde nu een zeker staatsmanschap mag verwachten”, aldus de minister.

Pronk hoopt dat in New York in elk geval een “opening” kan worden gemaakt. Kort daarna zouden dan echt spijkers met koppen moeten worden geslagen.

Volgens de bewindsman is het dan zelfs niet uitgesloten dat premier Lubbers bijvoorbeeld na de verkiezingen van 3 mei alsnog het bezoek aan Suriname brengt, dat eerder wegens de problemen tussen beide landen van de agenda werd geschrapt. “Dat zou iets in de betrekkingen tussen Nederland en Suriname bezegelen, in die zin dat we door de kinderziektes heen zijn.”

    • Hans Buddingh'