De verjaardag van de pad; In de toekomst

Na lang oefenen en veel mislukkingen had de pad geleerd om in de toekomst te kijken.

Op een ochtend zat hij handenwrijvend in het gras onder de wilg.

De eekhoorn zag hem daar zo zitten.

“Hallo pad,” zei hij. “Wat zie je er vrolijk uit.”

“Ja,” zei de pad, “ik ben morgen jarig en ik krijg prachtige cadeaus”.

“Jarig?” zei de eekhoorn verbaasd. “Maar je bent gisteren net jarig geweest. Weet je dat niet meer?”

Het was even stil. O jee, dacht de pad, zou ik nu niet meer in het verleden kunnen kijken? Hij fronste zijn wenkbrauwen en keek in de richting van het verleden. Maar hij zag niets. Nou ja, dacht hij, daar is dan niets aan te doen, vrees ik.

Hij schraapte zijn keel en keek zo scherp mogelijk in de toekomst. Ah, dacht hij, daar heb je mijn verjaardag.

“Ja hoor,” zei hij, “ik ben echt morgen jarig.”

De eekhoorn haalde zijn schouders op en liep door.

De pad keek in de toekomst rond en zag toen dat alleen de aardworm op zijn verjaardag kwam, met een kussen waar je heel gemakkelijk op kon zitten.

Mooi, dacht hij. Zo'n kussen wou ik net hebben. Hij wreef zich in zijn handen. Die middag ging hij voor alle zekerheid bij de aardworm langs en zei dat hij de volgende dag jarig was en dat hij heel graag een lui kussen wilde hebben.

“O,” zei de aardworm die zelden op verjaardagen kwam. “Een lui kussen. Dat is goed.”

De volgende dag zat de pad voor zijn huis en zag de aardworm aankomen. Hij zeulde een lui kussen met zich mee.

“Gefeliciteerd, pad,” zei hij.

“Dank je wel, aardworm,” zei de pad.

Zij vierden de verjaardag van de pad.

De pad zat op zijn cadeau en probeerde de aardworm te leren ook in de toekomst te kijken. Maar de aardworm zag de zon en een groot vuur, hij hoorde enorme dreunen boven zijn hoofd en zijn deur werd ruw opengerukt.

“Nee,” zei hij. “Dat hoef ik allemaal niet te zien. Dank je wel, pad.”

“Het is heel moeilijk om precies goed te kijken,” zei de pad.

Daarna dansten zij wat en dronken iets modderigs.

Toen de aardworm weer naar huis was ging de pad op zijn luie kussen zitten, in een hoek van zijn kamer. Hij knikte tevreden. Af en toe wierp hij even een blik in de toekomst. Maar daar gebeurde niet veel. Hij zag zichzelf jarenlang op zijn kussen zitten en in zijn handen wrijven. En tevreden deed hij zijn ogen dicht.