De spaarzame opmerkingen van Bram van Velde; De woorden wijzen mij af

Charles Juliet: Gesprekken met Bram van Velde. Vert. Dick Willems. Uitg. Sauternes/Boekhandel Valeton & Henstra, Amsterdam. Prijs ƒ 39.50

“Met zo'n bril kunt u niets zien”, stelde een verbaasde oogarts vast toen hij de ogen en bril van Bram van Velde onderzocht. Van Velde had de bril twintig jaar eerder gevonden in een afvalbak. Hij paste en beviel. Dat was voor hem het belangrijkste. Op de vraag van de arts wat hij eigenlijk voor de kost deed kwam als antwoord: “Ik schilder mijn innerlijk leven.”

Bram van Velde (1895 Zoeterwoude-Rijndijk - 1981 Grimaud) was een schilder van weinig schilderijen en een man van weinig woorden. De weinige woorden die de Franse schrijver/dichter Charles Juliet optekende tijdens zijn ontmoetingen met Bram van Velde vielen tussen 1964 en 1977.

“Wie over schilderen praat, zit er meteen naast”, zo lijkt Van Velde zijn vele zwijgen en spaarzame opmerkingen te willen verantwoorden. Juliet was duidelijk onder de indruk van de uitspraken van de schilder en vroeg hem eens of hij er nooit aan had gedacht om het penseel voor de pen te verruilen.

“Nee, schilders hebben al te veel geschreven”, antwoordde Van Velde. “Je moet zwijgen. En zoals u weet, de woorden wijzen mij af,” en dan (het tachtig pagina's tellende boekwerkje is gecomponeerd met 'one-liners'): “Het is ongelukkig dat het woord van zoveel belang is. Toch is het woord het leven niet.”

Over zijn jeugd wil Van Velde niet meer kwijt dan dat hij 'een schuw jongetje' was. Hij ziet zichzelf als 'een wezen in verdunde toestand'. En over de schrijver die Juliet opvoert als zijn enige vriend in zijn Parijse periode: “Beckett? Niemand is zwijgzamer. Van tijd tot tijd liet hij een paar woorden los. Die echter geen nieuwe moed gaven.”

Als Van Velde het over Beckett heeft spreekt hij waarschijnlijk over zichzelf. De abstract-expressionistische beeldende kunst van Van Velde lijkt uit dezelfde wereld te komen als de woorden van Beckett.

Nadat Beckett in 1969 de Nobelprijs voor literatuur had gekregen zei Van Velde in een interview met een Zwitserse krant iets over Beckett dat niet alleen veel over hem zelf zegt, maar ook goed de teneur weergeeft van de uitspraken die Juliet noteerde. Van Velde betoogt dat we ons vaak bevinden in een toestand die elk verband met de zogenaamde reële wereld heeft verloren. “Samuel Beckett”, zei hij in dat interview, “helpt ons, door zijn werk, om onze plaats in de werkelijkheid terug te vinden.” Een groot deel van ons leven ervaart Van Velde als 'mechanisch'. “We zijn bang om te ontdekken wat er werkelijk gebeurt, bang om onze breekbaarheid te onderzoeken, en we vinden de woorden niet om dat te formuleren. Beckett geeft daar zo goed uitdrukking aan dat de herkenning ons sterker maakt. Hij is vrij, hij laat zich niet leiden door gezichtspunten. Hij gaat alleen voort, op zoek naar dat wezen dat we slecht kennen en dat diep in ons verborgen ligt.”

Wat er precies de oorzaak van is dat de schilderijen van Van Velde soms het huilen lijken te verbeelden wordt niet precies duidelijk, maar het zou weleens te maken kunnen hebben met zijn angst om voor een tweede keer in een armenhuis terecht te komen. “Het leven van een kunstenaar is mooi. Ontroerend. Maar achteraf. In boeken.”

    • Mark Peeters