De halsstarrigheid van Kreon en Antigone

Première Antigone door het Ro-theater, 26 maart. Rotterdamse Schouwburg. 20u15 (try-outs wo. 23 t/m vr. 25)

Een tragedie is een drama tussen levenshoudingen die elkaar uitsluiten. Daarom worden we van een tragedie kiezers. Wij, de toeschouwers, kijken ernaar en willen kunnen zeggen dat de bloederige afloop voorkomen had kunnen worden. Maar die oplossing geeft het drama zelf niet. Die wakkert het vuur onder de tegenstellingen genadeloos aan. De personages kiezen elk voor hun houding, en de schrijver gedraagt zich als de directeur van een zweefmolen die er behagen in schept de motor nu en dan plotseling uit te zetten. Hoe de mandjes dan botsen, dat is zijn werk.

Dit weekend gaat bij het Rotterdamse Ro-theater een Antigone van Sophocles in première. Dat is het stuk waarin een jonge vrouw ter dood veroordeeld wordt omdat ze haar broer wil begraven. Zij is de titelheldin en staat tegenover Kreon. Die wil het lijk laten liggen als afschrikwekkend voorbeeld. Dat is begrijpelijk, de broer heeft namelijk het ergst denkbare gedaan: hij is met een groot leger ten strijde getrokken tegen zijn eigen samenleving, Thebe. Als hij had gewonnen, dan zou iedere Thebaan zijn uitgeroeid of, wat even erg is, slaaf zijn gemaakt.

Wanneer je vroeger een Antigone zag, werd je gevraagd Kreon te beschouwen als de man die fout zit. Die zienswijze hoorde bij de jaren zestig en zeventig, toen het correct was om mensen met verantwoordelijkheid de schuld te geven; dit maakte je zelf minder verantwoordelijk. Het ging er in die jaren aan het toneel dikwijls om te kunnen zeggen wie goed was en wie fout. En ook een decennium later was het nog gebruikelijk Kreon de schuld van de tragedie te geven, want Antigone kon fungeren als een ikoon voor het feminisme. Dat was allemaal overzichtelijk, want zo bevredigde de hoofdrol het verlangen naar zuivere, boven elke morele twijfel verheven personages. Antigone kwam op voor een Recht, en daar gaf ze haar leven voor: het recht op het eren van overlevenden.

Met de laatste Antigone die ik zag, drie jaar geleden, bij Het Zuidelijk Toneel, leek dit romantische tij gekeerd te zijn. In de regie van Ivo ten Hove was Kreon een man van vlees en bloed, en enigszins vergelijkbaar met Bolkestein: een man met opvattingen maar zonder gezag. Hij zag er in de voorstelling heel anders uit dan de liberalenleider, want hij werd gespeeld door een heel jonge, frêle acteur, maar waar het om ging was dat hij als een redelijk man begon, als iemand die er al vergaderend wel uitkomt. Terwijl het drama voortschreed, en de problemen onbeheersbaarder werden, ontwikkelde hij zich tot de despoot door wiens onverzoenlijkheid er doden gingen vallen, en de stad overgeleverd wordt aan een toekomst van nieuwe burgeroorlogen.

Het was een heldere, bijna parlementarische interpretatie. Kreon is inderdaad het enige personage in dit stuk dat een ontwikkeling doormaakt. De enige die voor een dilemma komt te staan: moet ik Antigone laten executeren of niet. Hij krijgt van andere personages, vooral van zijn zoon Haimon en van de ziener Teiresias, alle argumenten te horen die hem verzoenlijker zouden kunnen doen zijn. Maar hij begrijpt pas wat er werkelijk op het spel staat als het te laat is, wanneer hij, in zijn eigen woorden, 'een wandelend lijk' is geworden. Bij Sophokles is het altijd te laat, hij is de meester van de consequentie die pas tot de hoofdfiguren doordringt als het toneel bezaaid is met lijken. Er heeft boven zijn schrijftafel vermoedelijk een tegeltje gehangen met daarop de woorden: de afloop komt te vroeg.

Oekaze

Ten Hove maakte in ieder geval duidelijk dat Kreon de hoofpersoon is van deze tragedie, want Kreon staat voor de opgave waar een overlegsamenleving, die zelf zijn regels wil stellen, voor staat. Hoe verwerft iemand in een democratie het gezag nodig om aan grote, 'primitieve' problemen daadwerkelijk een eind te maken?

Kreon vaardigt een harde oekaze uit: wie de gesneuvelde vijand van het volk begraaft en eert, krijgt straf. Er was juist een wrede, slepende oorlog gevoerd. Dit lijk laten liggen was zoiets als de dode Mussolini aan het eind van de Tweede Wereldoorlog ondersteboven ophangen. Het is voor Kreon, als het stuk begint en er overal nog soldaten in de klinieken liggen te kermen, onmogelijk om te tolereren dat deze vijand eer bewezen wordt. De wet die hij uitvaardigt is begrijpelijk en, hoe dan ook, eigenmachtig. Het is eigenlijk een instructie, waarbij Kreon geen beroep doet op enig overgeleverd, heilig recht, maar op een harde redelijkheid. Wij, Thebanen, willen de noodlottige doem die over onze stad hangt met een heldere beslissing doorbreken.

Die doem - die heeft alles te maken met wetten die wél heilig zijn. De gestorven broer is de zoon van Oidipoes, de spreekwoordelijke moederminnaar. Van die schennige familie zijn nu nog maar drie leden over: de dochters van Oidipoes (Antigone en haar zuster) en Kreon, hun volle oom van moederszijde. Antigone blijft zich vastklampen aan de Wetten die haar ouders geschonden hebben, en wil nu haar al eveneens schandalige broer begraven, omdat het haar broer is. En dus komt ze in botsing met Kreon, die nu eindelijk van de vloek af wil door de belangen van de stad, de 'publieke zaak' hoger te stellen dan die van bijvoorbeeld zijn nichtje.

Dat Kreon iemand is die uit alle macht een goddelijke Wet wil weerstaan was bij Ten Hove niet goed te merken. Dat is het ongeluk van de Bolkesteinen: ze vaardigen hun oekazes hoe dan ook uit aan de rand van een zwembad. Ze spreken de taal van iemand die nooit een nederlaag zal leiden. En daarom was bij Ten Hove, herinner ik me, niet echt duidelijk waarom Antigone zo gevaarlijk voor Kreon was.

Toch is dit, net als de Oidipoes, het verhaal van een man die moet erkennen dat de goden met hun Wetten het van de mensen winnen. Telkens weer is het alsof Sophokles met zijn stukken wilde zeggen: wij, Atheners, denken wel dat we ons eigen werk zijn, maar als je goed kijkt zie je dat elke vorm van zelfbeschikking zijn eigen, oeroude, primitieve tegenkracht oproept.

Ook de Antigone erkent zo'n tegenkracht. Erkennen is iets heel anders dan wensen. Sophokles zegt niet dat hij voor laatste eerbewijzen is, hij zegt alleen maar dat een verbod op laatste eerbewijzen, hoe schijnbaar verstandig ook, een niet te beheersen, destructieve rouw oproept. Deze erkenning dwingt hij af, en daarom alleen al is iedere nieuwe Antigone-enscenering iets om naar uit te zien. Ook wij opereren, zoals Max Frisch het noemde, 'vanuit een schitterende weide', een reservaat waar de tegenkrachten beheerst lijken te zijn. Lukt het de spelers om duidelijk te maken dat Antigone geen heilige is, geen politiek correcte ijveraar voor Mooi Begraven, en ook geen revolutionaire - maar een gedrevene? Dat er aan haar verlangen, zoals zij het in daden omzet, iets primitiefs en noodlottigs kleeft, en dat zij iets doet wat alleen maar suïcidaal genoemd kan worden?

Kinderen

Er is iets onrustbarends aan Antigone, van meet af aan, iets wat voor een man als Kreon, die hartstochtelijk wil dat de wereld weer in het gareel komt, afstotelijk moet zijn. Hij wil dat er weer kinderen geboren kunnen worden, bij voorkeur van zijn eigen zoon, de enig overgebleven mannelijke telg van het noodlottige verhaal. En voor hem staat een jonge vrouw die niet alleen haar broer begraven wil, maar ook sterven. Niks geen kinderen wil ze, ook niet van Haimon, met wie ze verloofd is. Ze is, zegt ze, de 'bruidegom van de dood'. Ze wil met haar broer mee. Geen seconde denkt ze aan nageslacht, aan continuïteit, ofschoon ook zij een laatste telg is. En dat kan ze ook niet, de vloek van haar familie is haar te groot.

Je krijgt sterk de indruk dat zelfs wanneer ze haar broer wél zou mogen begraven, zij vervolgens net zo lang zou rouwen tot ze zelf ook zou sterven. Dat moet voor Kreon het verontrustende, het onbegrijpelijke zijn: de toekomstige vrouw van zijn zoon wil domweg niet dat het leven doorgaat. Ze komt niet tegen hem in opstand, maar tegen de toekomst.

In een tragedie volhardt de held dikwijls in zijn genomen beslissing nadat hij begrepen heeft dat de tegenkracht hem naar de ondergang zal sleuren. Juist dat ogenblik, waarop hij de overmacht als het ware op een presenteerblaadje krijgt aangereikt, en zou mogen zwichten, maakt hem tot een tragediefiguur. Kreon maakt dat ogenblik ook mee, twee keer zelfs, tijdens de fameuze dialoog met zijn zoon die hem vertelt hoe grondig het recht is waar Antigone een beroep op doet, en tijdens de toespraak van de Ziener. Toch blijft hij bij zijn besluit Antigone in te laten metselen. Dat heeft iets fatalistisch - alsof Sophokles wil zeggen dat mensen gedetermineerd worden. Ze kunnen niet ontsnappen aan hun rol. Uiteindelijk moeten ze zijn wat de tragedie van ze vergt dat ze zijn.

Voor mij is dat, ook in de Antigone, het raadsel - deze halsstarrigheid van Kreon om, als alles eigenlijk duidelijk is, niet te buigen voor de overmacht. Uiteindelijk is hij, die de redelijkheid van het publiek belichaamt, even destructief als Antigone. En dat uit naam van de zelfafgekondigde wet, die de vloek had moeten helpen opheffen. Het is alsof juist het feit dat deze oekaze mensenwerk was, waar Antigone een beroep deed op de goden, Kreon verhardde: als om zelf een god te zijn.

Van een andere tragedie, de Ajax, ook van Sophokles, zei Elias Canetti: 'Er zit meer in dan ik begrijp'. Dat is de reden om ook weer naar de Antigone te willen gaan, en te hopen dat het Ro-theater niet wil kiezen of voor Antigone, of voor Kreon: er zit in haar, maar vooral ook in hem, meer dan te begrijpen is.