De bedroefde verkoper

Het was plotseling hard gaan dooien. De sneeuw werd zo modderig dat m'n schoenen aan alle kanten lekten. Ze waren nog redelijk nieuw, toch sijpelde het zwarte water naar binnen.

Vlug naar huis? Veel te ver, ik liep in een buitenwijk van de stad. Het was beter de eerste de beste zaak in te gaan om nieuwe schoenen te kopen. Wat was dat een godverlaten straat. Nergens een winkel te bekennen.

Ik ging een hoek om en daar was het. Op de gok was ik toch nog de goede kant opgelopen. Dit moest het winkelcentrum van de buurt zijn. Een bakker, daarnaast een slager en tussen een apotheek en een bloemisterij lachte een heuse schoenenwinkel me tegemoet.

Op een drafje liep ik er naar toe. Nu schoot er nog meer water naar binnen en toch was er aan het glimmende zwarte leer niets te zien. Het moesten de zolen zijn.

Vreemd genoeg was er verder niemand. Het kon toch dat m'n stadgenoten door die dooi ook lekke schoenen hadden. Maar ik was meteen aan de beurt.

En wat een verkoper! Hij moest ook wel de eigenaar zijn, zo voortvarend hielp hij zijn klant. O, hij had niet een maar wel tien paar waterdichte schoenen. Een te hoge doos liet hij met een pinkbeweging van een plank tuimelen en die ving hij met beide handen als een doelverdediger op.

Past u die bruine eens en u moet natuurlijk ook die grijze proberen, ze zijn met bont gevoerd. U moet ze wel alle twee aandoen en eerst een eindje lopen, dan weet u pas of het de goede zijn.

Deksels en dozen waaruit van dat gekreukelde witte vloeipapier stak, lagen om ons heen. Ik had er misschien wel twaalf verschillende gepast toen ik m'n keus maakte. De muisgrijze met het bont van binnen. Daar kon geen dooi tegen op.

Tevreden liep ik door de zaak, zakte af en toe door m'n knieën, geen twijfel mogelijk, dit waren ze. Achter me hoorde ik het lichte geklap van met karton werkende handen en toen ik mij omdraaide stond er niets meer op de vloer. De verkoper was een volleerde schoengoochelaar die de dozen nog vlugger op dan van de plank kon krijgen.

Ik betaalde en wilde al weggaan, toen ik me ineens mijn oude schoenen herinnerde. Of had de verkoper die al weggegooid? Ze waren misschien nog goed genoeg voor de lente. Een lieflijk regentje was heel wat anders dan die smerige dooi.

Heel achteloos vroeg ik naar het lekke paar. Toen versomberde het gezicht van de verkoper. Hij leunde met beide handen op de toonbank en liet zijn ogen langs de tientallen dozen op de planken dwalen.

Vliegensvlug had hij gejongleerd en nu wist hij niet meer op welke plank hij de nieuwe doos met mijn oude schoenen per ongeluk had neergezet.

    • K. Schippers