CBS past definitie inflatie fors aan

DEN HAAG, 18 MAART. Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) hanteert voortaan een andere berekeningswijze van de inflatie, die mede daardoor volgens de meest recente gegevens drie procent bedraagt, meer dan de laatste maanden gebruikelijk was. Bij hantering van de oude berekeningswijze zou de prijsindex met 2,4 procent zijn gestegen.

De drie procent is het cijfer van medio februari in vergelijking met een jaar eerder. Anders dan vroeger zijn nu ook de prijzen van overheidsdiensten meegerekend, evenals contributies van sportverenigingen en andere organisaties. Ook rekent het CBS voortaan de ontwikkelingen mee van belastingen die aan consumptie zijn gebonden: de onroerend-zaakbelasting, de motorrijtuigenbelasting, de verontreinigingsheffing, de rioolrechten, de reinigingsrechten en de hondenbelasting.

Tegenover deze toevoegingen staat dat de prijzen van de medische zorg uit de berekening van de zogenoemde consumentenprijsindex worden gehouden. Zij hadden daarop het laatste jaar, doordat ze vrijwel constant waren, een dempend effect. Verder heeft het CBS wijzigingen aangebracht in het zogenoemde 'huishoudmandje', de circa duizend artikelen waarvan de prijsontwikkelingen worden gevolgd.

Het nieuwe cijfer is tot stand gekomen in overleg met ministeries, werkgevers-, werknemers- en consumentenorganisaties. Volgens ir. P. de Mik, hoofd van de hoofdafdeling statistieken van het CBS, heeft in de discussies hierover de maatschappelijke behoefte aan een prijscijfer dat de werkelijkheid zo goed mogelijk weergeeft, centraal gestaan. Politieke belangen speelden geen rol, aldus De Mik.

De betekenis van het prijscijfer is groot. De rente wordt er door beïnvloed, huren en belastingtarieven worden mede op basis van dit cijfer vastgesteld. Ook bij de CAO-onderhandelingen wordt de inflatie als belangrijk gegeven gehanteerd. Daarom blijft het CBS ook met een afgeleid inflatiecijfer komen, waarbij overheidsmaatregelen die tot prijsopdrijving leiden niet worden meegerekend.