Burcht (2)

Als aan het eind van Vondels Gijsbreght de heer van Aemstel zijn slot opgeeft en met de zijnen per schip naar Marken vertrekt, is zijn hele stad, op dat slot na, in handen van zijn vijanden.

Nadat die eerst vanuit de Haarlemmerpoort de Nieuwe Zijde hebben veroverd is het hun immers gelukt de fel verdedigde Oude Zijde te bereiken. Vondel wist wel dat onder andere in de bekende stadsgeschiedenis van Pontanus (1611) het slot van de Aemstels aan de Nieuwe Zijde, bij de Nieuwendijk, werd gesitueerd, maar hij week daarvan af en plaatste het bij de Schreierstoren, die hij voorstelde als een van de slottorens. Vondel had dus ook in zijn eigen tijd geen 'historisch gelijk', maar beriep zich op 'de gouden vryheit der edele poëzye'. De verdediging van het slot, als laatste bolwerk tegen de vijandelijke overmacht, moest het dramatisch hoogtepunt zijn van zijn tragedie over een verloren zaak, waarin de Amsterdamse verdediging tot een uiterste punt van de stad werd opgerold. Dat betekende dus een verplaatsing van het slot naar de Oude Zijde, aan het IJ. Het wordt tijd dat we Vondels Gijsbreght weer eens horen en lezen.