Verkiezingen in Italië betekenen nog lang geen waterscheiding

In Italië is de euforie over de aanstaande verkiezingen inmiddels omgeslagen in ontnuchtering. Het nieuwe kiesstelsel heeft niet het beoogde effect gehad. Volgens correspondent Marc Leijendekker zal vervanging van de heersende politieke klasse nog niet het einde betekenen van de bestuurlijke chaos.

Aan het begin van het jaar leek het nog simpel. De Italianen zouden opnieuw gaan stemmen en de corrupte oude garde naar huis sturen. Toen alle pogingen tot uitstel van de vervroegde verkiezingen waren verijdeld, vierde de linkse en rechtse oppositie feest.

Na een halve eeuw zonder echte verandering zouden de kiezers op 27 en 28 maart de eerste steen leggen voor de Tweede Republiek. Een bestel waarin corruptie binnen de Europese norm blijft, met regelmatige machtswisselingen en de mogelijkheid tot duidelijke politieke keuzes, en ook de instrumenten om efficiënt en effectief beleid te voeren. Maar naarmate de campagne vordert, wordt duidelijk dat niet zeker is of het leven na de parlementsverkiezingen beter wordt.

Buiten kijf is dat dit de belangrijkste verkiezingen zijn sinds 1948. Een hele politieke klasse wordt in één keer afgeschreven. Nog maar twee jaar geleden gingen de socialistische leider Bettino Craxi, de christen-democratische voorman Arnaldo Forlani en hun minder bekende paladijnen vol hoop de verkiezingen in. Nu staan ze machteloos langs de kant. Ongeveer de helft van de zittende parlementsleden is niet meer kandidaat. Bij de traditionele regeringspartijen is nog maar vijftien procent opnieuw kandidaat, en veel van hen zullen het niet redden. Nog nooit zijn verkiezingen in Italië zo'n duidelijke wisseling van de wacht geweest. Alleen de eeuwige Giulio Andreotti blijft. Zonder dat daarover de kiezers worden geraadpleegd, want Andreotti is twee jaar geleden tot senator voor het leven benoemd. De oude vos doet zijn bijnaam l'intramontabile, de man wiens zon nooit ondergaat, opnieuw eer aan.

Naarmate de grote dag nadert, verandert de euforie over het verwachte feest in een gevoel van ontnuchtering. Het nieuwe kiesstelsel werkt minder goed als breekijzer op het oude bestel dan was gehoopt. En bovendien is Italië er niet met een vervanging van zijn politieke klasse.

Toen Italië in april vorig jaar bij referendum stemde over een nieuwe kieswet, werd deze gezien als een effectief instrument voor politieke verandering. Daarom zei een overweldigende meerderheid 'ja' tegen de voorgestelde wijziging van de kieswet. Alsof de 'verandering' al een feit was, knalden de kurken van de flessen spumante.

Met hun massale ja gaven de kiezers het parlement de opdracht het systeem van evenredige vertegenwoordiging te veranderen in een districtenstelsel waarin een simpele meerderheid genoeg is voor een zetel. Het doel was drieledig: een machtswisseling vergemakkelijken, de kiezer een directere invloed op de politiek geven, de bestuurbaarheid van het land vergroten.

Het is nog te vroeg om te kunnen zeggen of de eerste en belangrijkste doelstelling is bereikt. Ook onder de oude regels zouden de traditionele regeringspartijen terrein hebben moeten prijsgeven. Het is al een grote verfrissing in de Italiaanse democratie dat links voor het eerst sinds de oorlog een reële gooi naar de macht kan doen, maar dat is meer het gevolg van Tangentopoli (het smeergeldschandaal) dan van de nieuwe kieswet.

Het tweede doel wordt maar half bereikt. Veel kiezers weten niet wie de kandidaten zijn in hun district en stemmen voornamelijk op de partij die hun vertrouwen heeft, al heeft dat ook te maken met de onvermijdelijke periode van gewenning aan de nieuwe regels. Belangrijker is dat er nog steeds een uitweg is voor politici die de directe confrontatie met de kiezer vrezen. Driekwart van de parlementszetels wordt verdeeld volgens het districtenstelsel, maar een kwart wordt nog steeds op de oude manier van evenredige vertegenwoordiging verdeeld, met een correctie ten gunste van de kleinere partijen. In bijna alle partijen hebben prominente politici deze parachute op hun rug gegespt. Zij hebben zichzelf hoog op de lijst gezet die volgens evenredige vertegenwoordiging wordt gekozen, om zo hun zetel veilig te stellen.

Het derde doel, vergroting van de bestuurbaarheid, is het verste weg. De gedachte was dat twee of drie brede allianties met elkaar om de regeringsmacht zouden strijden. De winnende alliantie zou homogeen genoeg zijn om te regeren zonder de voortdurende interne twisten die het bewind van de christen-democratische partij hebben gekenmerkt.

De politieke versnippering is echter nog steeds groot. Nog nooit hebben er zoveel partijen en partijtjes meegedaan aan verkiezingen. In totaal zijn er 320 partijsymbolen geregistreerd. In veel districten hebben lokale beroemdheden een doe-het-zelf lijst gemaakt. Een aantal van deze politieke goudzoekers heeft een gerede kans om op de golven van hun lokale populariteit of op basis van de nog aanwezige systemen van cliëntelisme in het parlement te komen. Het is een bevestiging van de sterke lokale oriëntatie in Italië.

Bovendien is binnen de drie hoofdstromingen de homogeniteit ver te zoeken. De centrum-alliantie van de Italiaanse volkspartij en Mario Segni, gangmaker achter de nieuwe kieswet, spreekt nog het meest met één stem. Zij hebben geen kans om te winnen, maar hopen dat links of rechts niet voldoende wint om alleen te regeren en bovendien het centrum nodig heeft.

Links spreekt zichzelf regelmatig tegen. De ene dag praat de coalitie bij monde van de communistische hardliners en de volgende dag via de sociaal-democratische Democratische Alliantie. De rechtse bondgenoten, minder gedisciplineerd dan het linkse blok, rollen zelfs vechtend over straat. Umberto Bossi van de federalistische partij Lega Nord en Gianfranco Fini van de neofascisten leven op voet van oorlog met elkaar. En Bossi is ook voortdurend aan het stoken tegen Berlusconi's Forza Italia. Wie moet er regeren als rechts wint, zoals de opiniepeilingen voorspellen? Bossi en Fini samen lijkt onmogelijk, en ook Bossi en Berlusconi hebben veel glad te strijken. Het risico is groot dat de lang-verwachte Tweede Republiek in chaos wordt geboren.

De hoofdoorzaak van die interne verdeeldheid is opnieuw de kieswet. Omdat een kwart van de zetels volgens evenredige vertegenwoordiging wordt toegewezen, willen de partners in een alliantie zich van elkaar blijven onderscheiden. Omdat er geen tweede ronde is, zijn ze tezelfdertijd wel gedwongen om een alliantie te sluiten, want geen partij is groot genoeg om alleen te winnen.

Zelfs Mario Segni, die zo hard en zo lang heeft gevochten voor een nieuwe kieswet, geeft nu toe dat hij moet worden veranderd. Bij de gemeenteraadsverkiezingen in de afgelopen maanden hebben de nieuwe regels goed gefunctioneerd, maar daarbij is dan ook een tweede ronde gehouden. Als de verkiezingen later deze maand geen duidelijke uitslag geven, is de kans groot dat de kieswet wordt gewijzigd en dat het land binnen een paar maanden opnieuw moet gaan stemmen.

Maar zelfs dan is de Tweede Republiek niet gereed. De verandering die een meerderheid van de kiezers wil, ongeacht hun politieke kleur, gaat verder dan een wisseling van de wacht. Decennia christen-democratische dominantie hebben diepe sporen achtergelaten in de samenleving. Voor een echt nieuw begin moet de politieke machtswisseling vergezeld gaan van veranderingen op zeker drie andere terreinen. Ten eerste de economie: de rol van de staat moet verminderen, onder andere door privatisering, en binnen de particuliere sector moet meer concurrentie komen. Ten tweede moet het maatschappelijk leven worden gedepolitiseerd, nadat het jarenlang voor een belangrijk deel in handen is geweest van de politieke partijen, in de zogeheten partitocrazia. Ten derde moet de overheidsbureaucratie volledig worden gereorganiseerd, waarbij zowel de efficiëntie groter moet worden als de soms uitgesproken vijandige houding tegenover de burger moet verdwijnen.

Staatsbedrijven, partitocrazia en bureaucratie zijn drie verklarende factoren van Tangentopoli. Het is een gigantische uitdaging om te proberen echte veranderingen door te voeren op deze terreinen. Vergeleken daarmee lijkt de strijd tegen de mafia een simpel project. En op de achtergrond dreigt het gevaar dat oude gewoontes de kop opsteken en dat de veranderingen schijnveranderingen zijn. De Italiaanse politiek is vaak getroffen door het virus van het trasformismo, metamorfoses die de traditionele machthebbers in staat hebben gesteld aan de macht te blijven.

Dit gevaar is nu weer aanwezig, levensgroot in het politieke centrum, maar ook links en rechts. Berlusconi's weigering om te erkennen dat in de liberale democratie die hij preekt, geen plaats is voor een vermenging van economische, politieke en mediamacht is geen goed teken. Hij is niet de enige politicus ter wereld met een eeuwige glimlach en een zorgvuldig geregisseerde mediacampagne, maar wel de enige in een westerse land die tegelijkertijd de helft van de ether controleert. Bovendien heeft een aantal ex-christen-democraten en ex-socialisten zijn toevlucht gezocht bij Berlusconi's Forza Italia. Sommigen zijn te goeder trouw, maar er zitten ook pure opportunisten bij, en het is nog onduidelijk hoeveel ruimte zij krijgen.

Ook een linkse regering kan paradoxaal genoeg in het teken staan van het trasformismo. Hoewel zij sinds de oorlog oppositie hebben gevoerd, hebben de Italiaanse communistische partij PCI en haar opvolger, de Democratische Partij van Links, de afgelopen twintig jaar niet buiten het systeem gestaan. Sinds de jaren zeventig, toen het christen-democratische streven naar consensus zich noodgedwongen uitbreidde naar de oppositie, hebben zij mede vorm gegeven aan het bestel. Met zijn eigen tv-zender, zijn enorme invloed in de universiteiten, de justitie en de wereld van de kunst, heeft de PCI/PDS meegedaan in de partitocrazia. Vandaar dat ook (ex)communisten verdacht worden in de corruptie-affaires.

De verkiezingen zijn wel een mijlpaal in de geschiedenis van Italië, maar waarschijnlijk geen waterscheiding. Daarvoor is de verwarring te groot, daarvoor behelst echte verandering teveel andere factoren dan alleen maar nieuwe politieke leiders. De kans is groot dat op de avond van de 28ste maart blijkt dat het echte feest van de vernieuwing voor enige tijd is uitgesteld.