V-raad blijft bij zijn sancties tegen Bagdad

NEW YORK, 17 MAART. De Veiligheidsraad van de Verenigde Naties heeft gisteren tijdens zijn maandelijkse beraad over Irak besloten de sancties tegen dat land te handhaven.

Irak voert intensief campagne voor intrekking van de sancties. Maar volgens de Britse VN-ambassadeur Sir David Hannay “was geen delegatie in de raad van mening dat ze zouden moeten worden opgeheven of gewijzigd”. Wel was er gisteren nog onenigheid over de verklaring die het besluit moet begeleiden.

Frankrijk, Rusland, China, Brazilië en andere landen vinden dat in de verklaring melding moet worden gemaakt van vooruitgang wat betreft de ontmanteling van het Iraakse militaire potentieel. De Verenigde Staten en Engeland, die een aanzienlijk harde positie ten aanzien van Bagdad innemen, zijn daartegen.

Irak zelf stelt zich op het standpunt dat het volledig heeft voldaan aan de voorwaarden van de bestandsresolutie aan het eind van de oorlog om Koeweit inzake ontmanteling van zijn massa-vernietigingswapens en lange-termijn controle op zijn wapencontroles. Paragraaf 22 van resolutie 687 voorziet in dat geval in opheffing van het verbod op Iraakse olie-export.

De Iraakse vice-premier Tareq Aziz is deze week naar New York gereisd om deze boodschap, omlijst met aanbiedingen en verhulde dreigementen, nog eens te onderstrepen. In een brief aan de voorzitter van de raad, de Franse ambassadeur Jean-Bernard Merimée, liet hij aan de ene kant doorschemeren dat Irak de nieuwe, door de VN gemarkeerde grens met Koeweit zal accepteren en erkennen als het embargo wordt opgeheven en de VS, Frankrijk en Groot-Brittannië hun eenzijdig afgekondigde vliegverbod voor de Iraakse luchtmacht boven grote delen van het land intrekken. Aan de andere kant onderstreepte hij, zonder in details te treden, dat als de sancties gehandhaafd blijven Irak “zou moeten handelen op een manier” die het Iraakse volk beschermt tegen het lijden dat het ondergaat. De Iraakse president, Saddam Hussein, uitte zondag dezelfde waarschuwing: “als de huidige weg geen resultaten oplevert, heeft Irak het recht een nieuw pad in te slaan”.

Verscheidene leden van de Veiligheidsraad namen dit soort waarschuwingen op als een waarschuwding dat Irak niet langer zal meewerken met VN-functionarissen die de controle op de Iraakse bewapeningsprogramma's opzetten, als het embargo niet op enigerlei wijze wordt versoepeld. Tegelijk wordt gespeculeerd over nieuwe prikacties tegen de Koerden in het noorden of tegen Koeweit, zoals de afgelopen jaren periodiek werden ondernomen om het Westen te tarten.

Intussen groeit de verdeeldheid binnen de Veiligheidsraad over de kwestie-Irak. De VS zijn absoluut tegen (gedeeltelijke) opheffing van het embargo, en proberen beëindiging van de Iraakse schendingen van de mensenrechten als nieuwe voorwaarde in te voeren. Van de permanente leden van de raad verzetten Frankrijk, Rusland en China zich hiertegen. Zij vinden in principe dat het olie-embargo moet worden opgeheven zodra de speciale VN-commissie die de Iraakse ontwapening organiseert, haar taak heet volbracht. (Reuter, AP, AFP)