Toneel in Parijs; Veel en mager

Honderdtien theaters, honderddertig als je de buitenwijken meerekent. Een selectie voor wie in Parijs naar toneel wil, maar niet weer naar de Comédie Française of Molière.

Comédie Française: 00-3340150015; Théâtre Hébertot 00-3343872323; Théâtre Silvia Monfort 00-3345311096; Lucernaire 00-3345445734; Guichet Montparnasse 00-3143278861; Espace Marais 00-3148049155; La Balle au Bond 00-3140518706; Mare au Diable 00-3140469072; Théâtre du Vieux Colombier 00-3144398700; Michodière 00-3147429522

De vraag wat er in Parijs van de bekendste schrijvers voor nieuws te zien is, en wie de nieuwe bekenden zijn, levert onbevredigende antwoorden op. Jean-Claude Brisville moet in het oog gehouden worden; Le Souper vier jaar geleden, een gesprek tussen Talleyrand en Fouché, sprak tot de verbeelding met een dramatisering van gezag en opportunisme, maar er loopt niets nieuws van hem. Jacques Rampal, van wie twee stukken worden opgevoerd, lijkt de volgende nieuwe te willen worden.

Met hun tweeën kunnen zij het Parijse toneel geen model geven. De Pariscope, het wekelijkse standaardwerk voor de vermaakzoeker, helpt weinig bij het richting bepalen. Honderdtien theaters, honderddertig als de buitenwijken meegerekend worden, staan op een alfabetische rij ieder met enkele woorden over hun opvoeringen, maar niets over wat die waard zijn of zouden willen zijn.

Dus moet de bezoeker weer naar de Comédie Française: Caligula van Camus, De wilde eend of Hamlet - en voor het vergelijken van Hamlets in het Frans is er een tweede, geregisseerd door Terry Hands (metteur-en-scène anglais) in de Marigny. Bijna even betrouwbaar als het klassieke werk is dat van Henry de Montherlant, al is die pas twintig jaar dood: La ville dont le prince est un enfant in de Hébertot, La guerre civile in het Théâtre Silvia Monfort.

Zo zijn er nog enige mogelijkheden: een Molière hier, een Marivaux daar, maar dat zijn bevestigingen van wat Frankrijk al eerder gepresteerd had, geen ontdekkingen. Wat hebben de kleine theaters te bieden voor werk waar niemand aan gedacht had?

Er is een overvloed, maar zelden iets dat meteen de aandacht opeist, en ook zelden iets dat langer dan een paar weken vertoond wordt. De aanbevelingen zouden wekelijks bijgesteld moeten worden. Anders kan de toneelganger zich beter richten op sommige theaters die vaak iets goeds brengen, en hopen dat dat deze keer ook het geval is.

De hoop wordt soms vervuld in de Lucernaire in de rue Notre Dame-des-Champs, waar zes kansen per avond zijn, drie in ieder van de twee zalen: opvoeringen om zes uur, acht uur en half tien. De Guichet Montparnasse, zowat het kleinste theater van de stad, biedt ook een keuze uit een stuk of drie kleine voorstellingen per avond. De Espace Marais klinkt veelbelovend en heeft nog minder foyer-ruimte dan de Guichet, zodat het publiek op het trottoir moet wachten tot het zaaltje beschikbaar komt: maar hun Mariage de Figaro, het stuk van Beaumarchais met flarden Mozart, is beneden peil, en de rest van hun repertoire is ook klassiek. De boten op de Seine dan: niet de Docteur Paradis tegenover de Notre Dame, want daar was iets aan kapot en hij is weggevaren, maar La Balle au Bond en de Mare au Diable, naast elkaar gemeerd aan de Quai Malaquais tegenover het Louvre: daar wordt wel nieuw werk opgevoerd.

Wie niet waagt zal geen ontdekkingen doen. Een theater dat in ieder geval op zichzelf verdient gezien te worden sinds zijn heropening vorig jaar, is de Vieux Colombier bij Saint-Germain-de-Prés, dat de namen van Jacques Copeau en Louis Jouvet in zijn geschiedenis heeft en gerestaureerd is met blank hout en zachte stoelen; alleen is het verstandig te wachten tot april wanneer ze daar klaar zijn met Monsieur Bob'le van Georges Schehade, een komedie waar alleen echte Fransen tegen kunnen.

En Jacques Rampal, de bovengenoemde nieuwe schrijver? Zijn meest recente werk is La fille à la trompette, in een gewoon burgermanstheater, de Michodière. Het vertelt van een Poolse dienstbode die in 1919 bij een Parijs echtpaar komt werken en efficiënt is, maar door demonische impulsen gedreven wordt die zij in zichzelf opzweept door op haar trompet te blazen. Het loopt slecht af met het echtpaar, en de Poolse gaat springend van voldoening op zoek naar nieuwe slachtoffers. De fantasie heeft een gering gehalte aan menselijke waarheid, maar er wordt sterk geacteerd onder meer door een blonde actrice genaamd Beata Nilska voor wie Rampal het stuk wel geschreven zal hebben.

Van de nieuwe Parijse toneelschrijvers moet meer verwacht worden. Op een goede dag zullen zij losbreken, dat kan niet anders wanneer er zoveel theaters zijn die hen kunnen verwelkomen.

    • J. J. Peereboom