Spreiding kunst was zwakke punt van Sonsbeek 93

ARNHEM, 17 MAART. Een van de belangrijkste redenen voor het falen van de tentoonstelling Sonsbeek 93 in Arnhem is geweest, dat bezoekers door de spreiding van de kunstobjecten over de stad niet in staat waren binnen een dag alle kunstwerken te bezichtigen. Daarnaast straalde Sonsbeek te weinig een 'eigen warme identiteit' uit en had er naast artistiek directeur Valery Smith een zakelijk directeur moeten worden aangesteld om publiciteit, financiën en marketing beter te organiseren. Tenslotte heeft ook de zuinige kritiek in vooral de landelijke pers niet bijgedragen aan een positief beeld. Dat zijn enkele van de conclusies uit drie evaluatie-rapporten over Sonsbeek '93 die vandaag in Arnhem zijn gepubliceerd.

De tentoonstelling vond plaats van juni tot september 1993 volgens een artistiek concept van de Amerikaanse Valery Smith. Zij kwam met een door het bestuur van Sonsbeek als 'hedendaags en gedurfd' omschreven concept. De tentoonstelling zou niet zoals gewoonlijk in en rond het stadspark Sonsbeek plaatsvinden, maar de kunstwerken zouden in de stad zelf worden ingebed. Dat betekende dat bezoekers met een plattegrond van Arnhem door de stad moesten trekken om de tentoonstelling te zien.

Er waren niet veel kunstminnaars die daar de moeite toe namen. In plaats van de verwachte en voor een sluitende begroting noodzakelijke 60.000 bezoekers kochten er slechts 12.000 een kaartje. De organisatie kwam met een tekort op de begroting van 1,2 miljoen gulden te zitten.

De vandaag gepubliceerde rapporten bevestigen in veel gevallen veronderstellingen die ook al in publieke discussies over doel en nut van de tentoonstelling werden geventileerd. De spreiding van de kunstobjekten is 'niet de kracht maar de zwakte' van de tentoonstelling geweest. Mensen konden sommige objekten gewoon niet vinden en klaagden daar veel over. Een tentoonstelling moet (als het kan te voet) in een dag te bezoeken zijn, zo luidt een van de aanbevelingen uit de rapporten dan ook.

Dat Sonsbeek 93 een 'elitair karakter' had blijkt uit een bezoekersprofiel: 40 procent van de bezoekers bestond uit mensen die beroepsmatig met kunst te maken hebben, nog geen 10 procent van de bezoekers had een opleiding lager dan VWO.

Publicaties over de tentoonstelling hebben ook niet bijgedragen aan groter bezoek, zo concludeert men verder. Vooral de landelijke dagbladen waren sterk in snerende opmerkingen ('thuisblijven en de catalogus lezen; gezocht: kunstwerk; goede bedoelingen.. te hoog gegrepen idealen'). Publicaties over vernielingen waren veelvuldiger dan die over de artistieke waarde van Sonsbeek, waarover het oordeel ook nog bijna steevast negatief was. Toch concludeert de voorzitter van het Sonsbeek-bestuur dat de tentoonstelling “artistiek een geslaagde schakel in de keten van Sonsbeektentoonstellingen was” en dat “Arnhem trots kan zijn op de durf het avontuur te zijn aangegaan.”