Ook witte steenkool is slecht voor het milieu

Nederland gaat 'witte steenkool' uit Noorwegen importeren. En op termijn misschien ook uit IJsland. Waterkracht is schone stroom, juicht de SEP. Maar daarop valt wel wat af te dingen.

In het najaar verschijnt bij uitgeverij Novib/Jan van Arkel het boek 'De keerzijde van de dam' van Rijkert Knoppers en Walter van Hulst.

Met het Noorse elektriciteitsbedrijf Statkraft heeft Nederland in principe afgesproken om elektriciteit te importeren. IJslandse waterkrachtcentrales moeten in de volgende eeuw circa tien procent van de Nederlandse elektriciteitsvraag voor hun rekening nemen. Hiervoor worden - als de haalbaarheidsstudie positief uitvalt - op IJsland twee nieuwe waterkrachtcentrales van 500 megawatt gebouwd, die in 2005 en 2009 klaar zullen zijn.

Nederland is niet het enige land in Europa dat hydro-elektriciteit importeert. Vanaf 1998 krijgt ook Duitsland per jaar 2 miljard kilowattuur elektriciteit uit Noorwegen. Het in Hamburg gevestigde elektriciteitsbedrijf Preussen Elektra heeft hiervoor onlangs een contract getekend met Statkraft. Vanaf 2003 moet een nieuwe kabelverbinding tussen Nedersaksen en Noorwegen het mogelijk maken dat jaarlijks 8,5 miljard kilowattuur aan elektriciteit van eigenaar verwisselt.

Maar dit transport onder water zal niet zonder milieuproblemen verlopen. De gelijkstroomkabel gebruikt de zee als tweede stroomgeleider, waardoor een elektrolyse-proces op gang komt. Milieu-organisaties zien met lede ogen aan hoe ook tussen Zweden en Duitsland een kabel in aanleg is, die 450 volt gelijkstroom van 1330 Ampère gaat transporteren. Aan de negatieve pool aan Duitse zijde zal jaarlijks 17 ton natronloog vrijkomen, twee kilo per uur. Aan de anode bij Malmö komt ongeveer eenzelfde hoeveelheid chloor vrij. De aanleg van een twee-aderige kabel, waarbij geen elektrolyse optreedt, kost 400 miljoen D-mark meer.

Jojo

Hoewel waterkracht als milieuvriendelijk bekend staat, vooral door de afwezigheid van schadelijke emissies, is de opwekking van hydro-elektriciteit niet zonder problemen voor de natuur. Tøre Braend, van het Norges Naturnvernforbund: 'In totaal is zo'n 70 procent van de Noorse rivieren in gebruik voor elektriciteitsopwekking. Duizend kilometer rivier is omgeleid en zes van de acht grote watervallen zijn verdwenen. Het grote probleem is dat de reservoirs voortdurend in hoogte variëren, de waterspiegel is als een soort jojo. Planten verdrogen als het water in de stuwmeren laag staat of ze verdrinken als het peil hoog is.' Door stuwdammen wordt de bovenloop van een rivier afgesloten van de benedenloop, waardoor vissen en andere waterorganismen van elkaar worden afgesneden. Ook vertoont een 'getemde rivier' meestal een onnatuurlijk stroomgedrag - kalm in de zomer en woest in de winter omdat dan de vraag naar elektriciteit het grootst is. Maar voorlopig ziet Braend nog reden om zich tegen de toepassing van waterkracht in Noorwegen te verzetten, tenzij er weer opnieuw centrales bijgebouwd worden.

Enkele jaren geleden gaf de bouw van een waterkrachtcentrale in Noord-Noorwegen wel aanleiding tot veel protesten. 'Murder of nature,' staat nog op een recente inscriptie in een hek van het observatieplateau bij de Altadam in de provincie Finnmark. Maar er kon nog beter staan 'murder of culture'. De rendierhoudende Samen (vroeger Lappen geheten) verzetten zich vanaf 1970 tegen de bouw van de dam. De protesten mochten niet baten, in 1987 kwam de dam gereed. Nog steeds is de toegang verboden: 'als gevolg van de protesten in verband met de constructie, laten de autoriteiten geen verkeer tot de centrale toe, tenzij er speciale toestemming is verkregen.'

Tekort in winter

Noorwegen en IJsland betrekken verreweg de meeste elektriciteit uit waterkracht. Respectievelijk 99 en 94 procent van de totale elektriciteitsopwekking komt van hydro-centrales. Oostenrijk volgt met 72 procent, Zwitserland met 58, Frankrijk met 16 en Duitsland met 4 procent.

Zwitserland breidt sinds kort zijn capaciteit weer uit. In het jaar 2000 moeten hydro-centrales 5 procent meer elektriciteit leveren dan nu. 's Winters is er een tekort aan elektriciteit, het verbruik ligt dan tien procent hoger dan in de zomermaanden. Maar uitgerekend dan staan de stuwmeren leeg, zij krijgen juist in de zomer aanvoer van smeltwater van de gletsjers. Import vult dat het tekort aan. In 1991 importeerde Zwitserland 13.300 GigaWattuur uit Frankrijk, afkomstig van kerncentrales.

In Zwitserland staan een kleine honderd pompaccumulatiecentrales. 's Zomers wordt het overschot aan elektriciteit gebruikt om hooggelegen reservoirs te vullen, in de winter stromen deze weer leeg om de turbines aan te drijven. Een op het oog omslachtige methode, maar het betekent wel een betere afstemming van vraag en aanbod.

De geplande uitbreiding van de capaciteit aan hydro-centrales is niet eenvoudig. Sinds het begin van 1991 zijn er weliswaar acht nieuwe centrales bijgekomen, maar het aantal geschikte lokaties is beperkt.

De nieuwe centrales roepen steeds meer bezwaren op van milieu-organisaties. Wie precies wil weten welk projecten in discussie staan kan bij de Zwitserse Greina Stichting (Postfach 137, CH-8033 Zürich) een boekje bestellen, waarin tien wandeltochten langs bedreigde landschappen beschreven worden. In 1986 wist de lokale bevolking in samenwerking met natuurorganisaties een gepland reservoir in de Greina tegen te houden.

Of ze succesvol zijn of niet, protesten leveren op zijn minst grote vertragingen op, reden waarom de Zwitserse overheid eerder haar hoop vestigt op uitbreiding van bestaande centrales, dan op het bouwen van nieuwe. De Mauvoisindam in de Rhône - de op één na hoogste boogdam ter wereld - is onlangs verhoogd met 13,5 meter tot ruim 250 meter. Hierdoor nam de capaciteit van het stuwmeer toe met 30 miljoen kubieke meter water, wat een extra opbrengst van 100 miljoen kilowattuur aan elektriciteit betekent.

Bij het bestaande Oberhasli hydrocomplex moet het grootste pompaccumulatiereservoir van Zwitserland komen. Tegen dit nieuwe reservoir wordt fel te keer gegaan - niet alleen door natuurorganisaties, maar ook door de toeristenindustrie, die vreest dat toeristen in de zomer niet van de Aare kunnen genieten. Van de Aare zal weinig overblijven als het reusachtige stuwmeer straks elke zomer wordt volgepompt.

Dergelijke kritische geluiden klinken ook in Oostenrijk, waar de bevolking erg afhankelijk is van het toerisme. Ook hier heerst de angst dat vakantiegangers wegblijven als zij in plaats van ruisende watervallen langs steeds meer stuwmeren moeten wandelen. Stuwmeren lenen zich helaas slecht voor watersport, omdat ze te koud zijn. Ze hebben door het wisselende peil en onnatuurlijke lokatie zelden aantrekkelijke oevers.

'Harmonisch'

Waarom toch niet meer van de nood een deugd maken? 'Techniek kan ook anders zijn: kunstig, begrijpelijk en boven alles mooi. Bijna geen bouwwerk toont dat duidelijker dan de Jugendstil-waterkrachtcentrale in Heimbach.'

Met deze tekst probeert de Duitse Informationszentrale der Elektrizitätswirtschaft e.V. de in techniek geïnteresseerde toeristen te verleiden tot een bezoek aan deze centrale. De brochure 'Mit 100 Touren auf Technik spuren' verwijst niet alleen naar deze oude centrale uit 1905, maar ook naar de 'harmonisch in het landschap passende' Walchenseecentrale, naar de pompaccumulatiecentrale bij Hamburg en naar de stuwdam aan de Edersee.

Zouden de bezoekers aan de Edersee-centrale te weten komen dat voor de aanleg van dit stuwmeer rond 1911 900 mensen moesten verhuizen? Honderdvijftig boerderijen en woningen verdwenen onder water, iets wat nog steeds te zien schijnt te zijn als het peil laag staat. Krijgen zij te horen dat deze dam tijdens de Tweede Wereldoorlog door Engelse vliegtuigen gebombardeerd is? De genoemde brochure zwijgt over deze, destijds in Duitsland verzwegen, 'geheime catastrofe'.

In Duitsland spelen waterkrachtcentrales voor de energievoorziening een bescheiden rol. De meeste centrales zijn hier zogenaamde 'Laufwasser'-centrales, betrekkelijk kleine centrales waarvan de grootste een vermogen heeft van 100 MW, die zonder stuwmeer en met een klein verval het stromende rivierwater gebruiken om turbines aan te drijven. De Moezel heeft tussen Trier en Koblenz tien van dergelijke centrales, met een totaal vermogen van 180 MW. Duitsland bezit daarnaast een kleine zestig centrales met een stuwmeer, waarvan de grootste een vermogen van 72 MW heeft, en 16 pompaccumulatiecentrales.

Gevaren

Helemaal zonder gevaren verloopt de produktie van witte steenkool evenmin. Het Franse energiebedrijf Electricité de France (EDF)waarschuwt met aanplakbiljetten het publiek voor plotseling lozingen.

Een ernstiger gevaar is het bezwijken van de stuwdam. Ruim vierhonderd mensen verloren het leven toen in 1959 de Franse Malpassetdam nabij Fréjus bezweek. De dam was, toen hij in 1954 gereed kwam, de dunste boogdam ter wereld. Toch was het niet de constructie die leidde tot het bezwijken. Een onderzoek bracht na een jaar aan het licht dat het ontwerp correct was, maar dat onvoldoende rekening was gehouden met krachten in het onderliggende gesteente.

In Frankrijk vindt jaarlijks een competitie plaats welke waterkrachtcentrale het 'groenst' is. De kleine waterkrachtcentrales winnen het vaakst. Dit zijn centrales met vermogens van 500 tot 10.000 kilowatt, die in Frankrijk zo'n zes procent van de totale hydro-elektriciteit opwekken. De EDF, die een monopoliepositie bekleedt, is sinds 1955 verplicht om elektriciteit van onafhankelijke producenten af te nemen. De toepassing van kleinschalige waterkracht wordt gestimuleerd door ADEME, Agence de l'Environnement et de la Maitrise de l'Energie, te Valbonne.

Nederland

Wat doet Nederland op het gebied van waterkracht? Vier watercentrales bij Hagestein, Maurik, Linne en Alphen wekken in totaal 36 megawatt op. Hiermee dekken de centrales 0,2 procent van de totale elektriciteitsvoorziening. Ook in Nederland is nog uitbreiding mogelijk. De onlangs verschenen Vervolgnota Energiebesparing spreekt over een mogelijke elektriciteitswinning van 100 megawatt in het jaar 2000.

Het onlangs verschenen rapport 'Overzicht Duurzame Energie in Nederland' van het Utrechtse adviesbureau Ecofys is wat minder optimistisch, en gaat uit van 70 megawatt in 2000. Het blijven druppels op een gloeiende plaat, maar in Nederland zijn het wel schone druppels.