Musea tegen fusie in R'dam

ROTTERDAM, 17 MAART. De musea Boymans-van Beuningen en het Rotterdams maritiem museum willen zelfstandig opereren, en niet in een groot Rotterdams museaal verband samenwerken. Zij wijzen zowel de extreme fusieplannen van het adviesbureau Berenschot af, als het minder vergaande 'federatie samenwerkingsmodel' dat directeur Jan Vaessen van het Nederlands Openluchtmuseum voorstelde.

Vaessen heeft een advies uitgebracht op verzoek van de Rotterdamse cultuurhouder De Rijk, die wil dat de vier gemeentelijke musea (de beide genoemde musea en het museum Volkenkunde en het Historisch Museum) gaan samenwerken. Vaessen pleit, in tegenstelling tot het Berenschot, voor het behoud van de identiteit van de afzonderlijke collecties. Vaessen stelt een verzelfstandiging voor van de vier musea, gemodelleerd op de verzelfstandiging van de rijksmusea, zodat het management de werkelijke eindverantwoordelijkheid krijgt over het bestuur van de eigen instelling. Collectiebeheer, wetenschappelijk onderzoek, de presentatie van de eigen collectie en de marketing en pr zouden per museum geregeld moeten worden, onder de verantwoordelijkheid van de eigen directeur. Daarnaast zouden de vier musea op drie terreinen moeten samenwerken: zij zouden een gemeenschappelijke organisatie moeten leiden voor het personeel en de financiën, het fysieke beheer van de collecties (depots, restauraties) en de facilitaire zaken (gebouwen en beveiliging). Hiervoor zouden de vier directeuren een gezamenlijk bestuurscollege moeten vormen, met de directeur van Boymans als voorzitter. Boymans en het Maritiem, samen goed voor 70 procent van het bezoekersaantal, hebben het college per brief laten weten dat ze ook niets in het Vaessen-plan zien.