Italiaanse sterren kleineren bleek en machteloos Ajax

PARMA, 17 MAART. Zo klein is Ajax nooit geweest, zo gekleineerd is Ajax nog nooit als gisteravond in Parma. Op bijna alle onderdelen van het edele voetbalspel waren de Ajacieden minder dan AC Parma. Heel weinig Ajacieden die zich konden meten met spelers van Parma. Als deze wedstrijd de graadmeter is voor kwaliteit, dan behoort Ajax niet tot de Europese top.

Ze waren er nog genadig vanaf gekomen, met een 2-0 nederlaag. Ze waren murw gespeeld. Met bloeddoorlopen ogen staarden ze voor zich uit. Danny Blind was getergd, Frank de Boer voelde zich vernederd. Ze waren de beste Ajacieden geweest. Zij hadden zich nog kunnen weren. Ze zochten naar excuses, ze maakten verwijten naar medespelers. Dit was onverklaarbaar, dit was te veel geweest. Uit hun woorden sprak machteloosheid.

Even verder in de persruimte ging een mannetje met een baseball-cap schuil achter een batterij van tv-camera's en microfoons. Hij was opvallend klein. Niet zo groot, zo indrukwekkend groot als hij in het veld was geweest. Gianfranco Zola heette hij, 27 jaar. Hij sprak met zachte stem.

Hij klaagde, hij had niet gescoord. Hij was kwaad dat hij vlak voor tijd met een verschrikkelijk schot met zijn linkervoet geen doel had getroffen. Zo groots spelen, zo explosief. Dat zou bondscoach Sacchi op de tribune toch wel gezien hebben, veronderstelde de kleine gigant. Eens speelde hij bij Napoli, soms met Maradona. Zo goed als hij is Zola zeker niet. Maar overweldigend is deze fantasista wel.

Hij en Faustino Asprilla, het warrige genie uit Colombia, zoals deze twee de Ajax-verdedigers op de proef stelden en soms eenvoudig voor schut zetten, dat is in de Nederlandse competitie zelden vertoond. Parma is een sterk collectief, zonder de individuele klasse van met name dit duo, zou het elftal niet zo sterk zijn, verklaarde trainer Scala. Dat had iedereen in het sfeerrijke stadion kunnen zien.

Aandoenlijk groot was het verschil in balvaardigheid, lenigheid, loopsnelheid en inzicht tussen de spelers van Parma en de meeste Ajacieden. Geroemd en geprezen zijn ze de voetballers uit Amsterdam. Maar of ze nu Overmars, Pettersson, Petersen, Davids of zelfs Rijkaard heten, hun sterren verbleekten bij die van welke Parma-speler dan ook. Van den Brom en vooral Silooy en Van Vossen maakten duidelijk dat zij schromelijk tekort schieten voor confrontaties met teams van Europees topkaliber.

“Gebrek aan vorm, al weken”, meende Ajax-trainer Van Gaal, die toegaf dat Ajax nog nooit zo kansloos had verloren. Maar wat is de betekenis van 'vorm' als Ajacieden zo op alle fronten worden overtroefd door Parma, een team dat in de Italiaanse competitie nota bene een straatlengte achterstaat op AC Milan. Er was gewoon verschil in kwaliteit.

En roepen dat de Nederlandse competitie de sterkste van Europa is. En maar roepen dat het Ajax-systeem een voorbeeld is voor alle clubs in Europa. Die grootspraak gaat irriteren. In Ajax-kringen doet men er goed aan na gisteravond enige bescheidenheid in acht te nemen. Vorig jaar Auxerre, nu Parma, de provincieclubs van Europa blijken sterker.

Zo laatdunkend er in Nederland over het spelpeil in de Italiaanse competitie wordt gedaan, zo duidelijk werd gisteravond hoe sterk een Italiaans elftal is gewapend voor een belangrijke wedstrijd. Elke wedstrijd in de Serie A is een finale, wordt regelmatig beweerd. Zo verbeten, geconcentreerd en professioneel als Parma gisteren vanaf het begin te werk ging, dat verried ervaring in zware confrontaties. Dat verried de kracht van de Italiaanse competitie. Zie elk jaar het grote aantal clubs in de slotfase van de respectieve Europese bekertoernooien.

Die wekelijkse ervaring heeft Ajax niet. Voetballers die ongestraft slecht kunnen spelen tegen Cambuur en VVV, zijn niet gehard voor wedstrijden tegen Parma. Trainer Scala zei onder de indruk te zijn geweest van Ajax, met name in de eerste twintig minuten: “Maar Ajax speelt mooi voetbal en dat maakt het elftal kwetsbaar.” En hij legde uit hoe strak zijn middenvelders de Ajacieden hadden moeten bespelen. “Geen ruimte geven, dat zijn ze bij Ajax niet gewend.” Maar dat wisten we al.

Van Gaals verwijt gold al die spelers die te veel balverlies leden. De helft van het elftal, zei hij. Hij voegde er eerlijkshalve aan toe dat dat een verdienste van Parma was. Blind wees beschuldigend naar spelers die “duizend keer dezelfde fout maakten”. Zoals naar Seedorf, die maar niet begreep dat de bal verplaatst moet worden naar de kant van het veld waar ruimte was.

Frank de Boer wilde Seedorf niet afvallen, omdat die jongen nog zo jong (17) is. De vraag rijst dan waarom zo'n jonge jongen wordt opgesteld. Het antwoord is: omdat Van Gaal mede door blessures van Litmanen en Oulida en de afwezigheid van Finidi zich daartoe gedwongen voelde.

Voetballers die in de Italiaanse competitie spelen, beseffen dat één fout fataal kan zijn. Eén doelpunt achter en de strijd is gestreden. Voetballers van Ajax zijn opgegroeid met het idee dat een fout zich laat herstellen. Misschien was die instelling de inleiding tot de ondergang in de kwartfinale van de Europa Cup. Want zoals de Ajax-verdediging zich gedroeg bij het eerste doelpunt, dat had iets amateuristisch.

Eerst de nonchalance van Frank de Boer, die bij het uitverdedigen de bal aan Zola verspeelde en vervolgens zijn hand gebruikte. Toen de opstelling van de muur en van doelman Van der Sar bij de vrije trap. Iedereen die weleens verder kijkt dan voetbal in De Meer voelde aan dat Minotti met zijn linkervoet de vrije trap van rechts zou nemen en niet Zola met zijn rechtervoet. Maar er was twijfel bij de Ajacieden over wie zou schieten. En dus kon Minotti de bal zomaar langs de muur en Van der Sar door het midden in het doel schieten.

Met een 1-0 voorsprong kon Parma zich uitleven in countervoetbal. De onnavolgbare Asprilla deed alleen dingen die voetbal aantrekkelijk maken, Zola kapte, draaide en speelde als een grootmeester. Zo snel als Parma een counter met 'onetouch-voetbal' opbouwde, vooral via de backs Di Chiara en Benarrivo, dat was prachtig. De Ajacieden geloofden wel in de gelijkmaker, maar verder dan een paar hoekschoppen en één schot op doel kwamen ze niet. In alles waren ze de minderen. Soms zo schutterend, dat men zich afvraagt waarom sommige Ajacieden zo opgehemeld worden.

Vlak na rust schoot Brolin Parma naar een 2-0 voorsprong, na een weergaloze actie van Zola die Silooy en Seedorf met een paar fraaie kapbewegingen simpel omzeilde. Asprilla, Zola, Brolin en Crippa waren vervolgens dicht bij nog twee, drie of vier doelpunten. Maar de speelsheid van Asprilla, het gebrek aan geluk bij de anderen èn ook de kwaliteiten van Ajax-doelman Van der Sar stonden een grote overwinning van Parma in de weg. Een marge van minimaal vier doelpunten zou de krachtsverhouding juist hebben weergegeven.

    • Guus van Holland