Het verhaal van het rode hoedje

Vier op de vijf Braziliaanse kinderen maakt de lagere school niet af. In Santa Julia, een arme buitenwijk van São Paulo, probeert Els van Swaay via Montessori-onderwijs iets aan die hoge uitval te doen.

Met haar ogen strak gericht op het kleurige boek in haar handen, vertelt Meruane (6) het verhaal van het rode hoedje. Het lijkt alsof ze voorleest, maar later bekent Meruane dat ze het verhaal verzonnen heeft aan de hand van de plaatjes in het boek. Ze kan nog niet lezen, al zou ze dat graag willen, 'net als de grote meisjes''. Als het verhaal van het rode hoedje uit is, klappen en juichen haar klasgenootjes.

Alle dertig zingen ze vervolgens 'musicas dos dedinhos', een liedje om de namen van je vingers te leren. Daarna deelt lerares Monica Conceiçao da Silva (18 jaar) schriftjes uit, waarop met grote letters staat 'Para Casa': huiswerk. Golflijnen en rondjes moeten de zes-jarigen thuis tekenen, om hun motoriek te oefenen. Thuis hebben ze vaak nog geen pen gezien, deze Braziliaanse kinderen uit Santa Julia, een arme buitenwijk van de miljoenenstad São Paulo.

Meruane is één van de 180 kinderen die dagelijks vier uur naar de Crèche Padre Simon Switzar gaan. Ze vallen niet onder de leerplichtwet, die in Brazilië geldt van zeven tot vijftien jaar, maar worden vast voorbereid op de lagere school. Nauwelijks gestimuleerd door hun ouders, die grote gezinnen onderhouden en vaak analfabeet zijn, hebben ze een grote achterstand. Soms blijven ze in de eerste klas al zitten. Daarom leren ze op de kleuterschool basisvaardigheden zoals het verschil tussen links en rechts, het vasthouden van pen en potlood, kleuren herkennen en ook wat cijfers en letters.

Alleen de armste kinderen uit de buurt komen in aanmerking voor de gratis kleuterschool. De helft komt 's ochtens, de andere helft 's middags. De twintig baby's op de 'ber çario' (baby-afdeling) kunnen de hele dag blijven. De kleuterschool is een eenvoudig, stenen gebouw met golfplaten dak. De lokalen zijn spaarzaam ingericht met een schoolbord dat één wand bedekt, aan de muur een landkaart van Zuid-Amerika en in de hoek triangels, tamboerijnen en sambaballen.

De Crèche Padre Simon Switzar werd twaalf jaar geleden opgericht door de Nederlandse Els van Swaay (49). Sinds 1965 woont zij in Brazilië, waar ze een florerend computerbedrijf runt. 'Ik werd rijker en rijker en wilde iets doen voor de mensen hier.'' Via een Nederlandse missiezuster, die al lang in het Braziliaanse onderwijs zat, kwam ze op het idee voor een kleuterschool. Op de school wordt gewerkt volgens de Montessori-methode. 'Ik heb hiervoor gekozen omdat Maria Montessori ook werkte in arme wijken en met jonge kinderen'', zegt Van Swaay. 'En omdat het Montessori-materiaal zo geschikt is.'' Ze laat kleurige blokkendozen en een houten 'telrups' zien - geschenken van een lerares op een Nederlandse Montessori-school.

De kleuterschool in Santa Julia wordt draaiend gehouden met geld uit Nederland, onder andere van Terre des Hommes, en met subsidies van de Braziliaanse lokale en nationale overheid. Met de officiële lagere school in Santa Julia heeft Van Swaay een haat-liefde verhouding. 'De school komt hier regelmatig klagen dat we te snel gaan. Toch waarderen ze wel wat we doen. Ze hebben inmiddels een aparte klas opgezet voor onze leerlingen.''

Analfabetisme

Braziliaanse scholen, zoals de lagere school in Santa Julia, kampen met ten minste drie problemen: weinig geld, zwaar belaste leraren en hoge uitval. Wat het geld betreft is in Brazilië niet de hoeveelheid het probleem, maar de verdeling. Op zich trekt Brazilië relatief veel geld uit voor onderwijs. Van het bruto nationaal produkt (in 1990 5.360 gulden per hoofd van de bevolking) wordt 4,6 procent uitgetrokken voor onderwijs - een hoger percentage dan in Spanje of Griekenland. Maar er gaat tien keer zo veel naar de universiteiten, waar de sociale elite wordt opgeleid, als naar de eerste vier jaar lagere school (escola primario), het enige volksonderwijs.

Bijna alle Braziliaanse kinderen (95 procent) gaan naar de eerste klas lagere school. Maar van hen haalt slechts driekwart het einde van de tweede klas, zo blijkt uit het World Education Report 1993 van Unesco. De helft van de leerlingen haalt de vierde en slechts een op de vijf maakt de lagere school af. Toezicht op de leerplichtwet is er nauwelijks. 'Veel kinderen moeten al op jonge leeftijd geld gaan verdienen'', zegt Van Swaay. 'Ze hebben hier nauwelijks de tijd om kind te zijn.''

Leerlingen op openbare lagere scholen gaan vier uur per dag naar school. Per schooldag zijn er drie lichtingen, 'turmas': 's ochtends, 's middags, en 's avonds. Leraren geven vaak drie turmas les en werken dus twaalf uur per dag - vaak op verschillende scholen. Ze verdienen ongeveer 400 gulden per maand, terwijl de prijzen voor levensonderhoud ongeveer even hoog zijn als in Nederland. Om meer respect en meer geld af te dwingen, gingen leraren eind vorig jaar in staking. Twee maanden lang stonden de kinderen op straat.

De resultaten die het Braziliaanse onderwijs boekt zijn slecht. Van de ongeveer 160 miljoen Brazilianen kan 19 procent lezen noch schrijven. Voor vrouwen ligt dit iets hoger (20 procent) dan voor mannen (18 procent). In Zuid-Amerika scoort alleen Bolivia met een analfabetisme van 23 procent slechter. In een land als Argentinië is het 4,7 procent, in Suriname 5,1. Volgens Unicef staat Brazilië zevende in de lijst met slechtste schoolresulaten. Alleen landen als Bangladesh of de Centraal Afrikaanse Republiek doen het nog minder goed.

Als Braziliaanse ouders het zich enigszins kunnen permiteren, sturen ze hun kinderen naar een privéschool. De kosten daarvan zijn zo'n 100 tot 400 gulden per maand - bij een minimumloon van 120 gulden per maand. Vooral de privéscholen die gebaseerd zijn op een buitenlands onderwijssysteem, zijn in trek. Zoals de English School in een chique buitenwijk van São Paulo, waar sommige leerlingen in auto met chauffeur worden afgezet.

Per 100.000 Brazilianen gaan 1.000 naar de universiteit, in Nederland ligt dat drie keer hoger. Er is geen verschil tussen het aantal vrouwelijke en mannelijke studenten in Brazilië. 'Om op de universiteit te komen, moet je wel een privéschool doorlopen hebben'', zegt Zeuler Lima, docent landschapsarchitectuur aan de Universiteit van São Paulo. 'Dan alleen kun je het zware vestibular (toelatingsexamen) halen. Dat betekent dat vooral de rijkere kinderen profiteren van de openbare universiteiten.''

Ook lager onderwijs is niet voor iedereen weggelegd, want er zijn te weinig plaatsen. Volgens de toonaangevende krant O Estado de São Paulo zijn er in dit nieuwe schooljaar, dat op 26 februari begon, in São Paulo voor vierduizend kinderen geen plek op school. De nacht voor de inschrijvingen posteren ouders op straat om voor hun kroost een plaatsje te bemachtigen - als ze er al belangstelling in stellen dat hun kinderen naar school gaan en niet liever willen dat ze geld verdienen als schoenenpoetser, kauwgomverkoper of als bedelaar.

Huiswerk

De Crèche Padre Simon Switzar in Santa Julia probeert behalve kinderen beter voor te bereiden op de lagere school, ze daar ook te houden. Daarom wordt op het schooltje huiswerkbegeleiding georganiseerd. Ook zorgt de stichting waar de kleuterschool onder valt, voor beurzen voor kinderen die willen doorstuderen. Bijvoorbeeld voor de vier leraressen die op de kleuterschool lesgeven - zelf nog allen in opleiding.

Monica Conceiçao da Silva, die sinds anderhalf jaar 's middags de oudste groep leerlingen lesgeeft, studeert 's ochtens en 's avonds om haar diploma als onderwijzeres te halen. Als ze haar onderwijzersopleiding heeft afgemaakt, wil ze naar de universiteit. 'Mijn toekomst is leren, leren, leren.'' De drie overige leraressen zijn onlangs geslaagd voor het vestibular aan de universiteit van São Paulo, waar ze pedagogiek gaan studeren.

Het zal nog even duren voor de zes-jarige Meruane zo ver is. Voorlopig vindt ze het op de kleuterschool 'behoorlijk leuk'', vertelt ze als haar klas uit is. 'Ik speel hier of ik verf - een zon of huisjes. En ik heb hier mooi leren schijven.'' Trots laat ze haar huiswerkschrift zien. 'Kijk, hier staat dat ik het goed doe. En als ik zeven word, ga ik naar een andere school.'' Het is vijf uur, ze gaat nu naar huis: 'douchen, eten en huiswerk maken''.

    • Birgit Donker