Haas toont vos de borst maar rent weg voor hond

Bij gedragsonderzoek wordt veel gespeculeerd over de betekenis van staartbewegingen die sommige herten en antilopen maken wanneer ze benaderd worden door roofdieren. De oplichtende witte plekken op de onderkant van de geheven staart vormen een duidelijk signaal.

Maar dient dat om groepsgenoten te alarmeren, en bij een eventuele vlucht bij elkaar te houden, of is het vooral een boodschap aan het roofdier zelf? Bij dat laatste moet men denken aan het signaal: ik ben zo fit, het heeft geen zin mij te achtervolgen.

Bij sociaal levende dieren is de vraag niet makkelijk beantwoorden. Maar onlangs is vergelijkbaar gedrag onderzocht bij dieren die niet in groepsverband leven.

Een haas die van dichtbij door een vos verrast wordt, vlucht onmiddelijk. Ziet hij echter een vos over het open veld naderen, dan richt hij zich op zijn achterpoten op, toont zijn witte onderkant, spitst de oren en kijkt het roofdier recht aan. In zo'n geval valt de vos nooit aan en de haas vlucht niet.

Dat de haas niet rechtop gaat staan om zijn vijand beter te zien blijkt wanneer hij in dezelfde situatie benaderd wordt door een hond. Een korte blik is voor hem voldoende om er direct vandoor te gaan.

Volgens een bioloog van de universiteit van Durham, die 5.000 uur bij hazen in het veld doorbracht, is het tonen van de witte borst een signaal dat een belager duidelijk maakt dat hij is gezien. Als een haas op tijd een vos ziet aankomen, rent hij hem er makkelijk uit. Beide soorten handelen daarnaar. Als de haas en de vos van een achtervolgingsrace afzien, spaart dat de haas tijd en energie.

Bij een hond ligt dat geheel anders. Zelfs een kleine hond is in de achtervolging gevaarlijker dan een vos. De haas maakt het onderscheid feilloos, en ziet af van buikvertoon.