El Salvador is wonderkind van Midden-Amerika

SAN SALVADOR, 17 MAART. Het geroffel is van hamers, niet langer van machinegeweren. De zware voertuigen zijn draglines, geen tanks. Twee jaar na het uitbreken van de vrede is El Salvador verwoed bezig te bouwen aan een welvarende economie. In de hoofdstad San Salvador is de boom in de bouwsector het duidelijkst zichtbaar. Kantoorgebouwen, shoppings malls compleet met tientallen fast-foodrestaurants, op bijna elke hoek een benzinestation-annex-supermarkt - sommige gedeeltes van de Salvadoraanse hoofdstad zouden met groot gemak kunnen doorgaan voor een Amerikaanse provinciestad. De grondprijzen zijn de afgelopen anderhalf jaar verdubbeld. Om acht uur 's ochtends zorgt het overvolle wagenpark er, samen met de oude dieselbussen, voor dat de zon gefilterd wordt door een dikke laag smog.

Na een cumulatieve, negatieve groei van het bruto nationaal produkt tijdens het oorlogsdecennium van de jaren tachtig, gaf de Salvadoraanse economie in de afgelopen twee jaar een groei te zien van respectievelijk 4,7 en 5,0 procent. De inflatie bleef stabiel op 12 procent.

El Salvador ontwikkelt zich tot het economische wonderkind van Midden-Amerika. Het land (vijf miljoen inwoners, de helft van Nederland) is in elk geval de lieveling van investeerders uit Azië, die er in ijltempo assemblagebedrijven vestigen. Langs de grote toegangswegen tot San Salvador wordt het ene na het andere industriepark gebouwd, veelal een free zone waar de fabrikanten belastingvrij kunnen produceren voor de herexport.

Manager Young Ryool Kim van de Zuidkoreaanse textielproducent Hanchang betrok nog geen anderhalf jaar geleden de immense, uit golfplaat opgetrokken loods langs de snelweg van het internationale vliegveld naar de hoofdstad. Daar zetten nu 1400 jonge Salvadoraanse vrouwen achter lange rijen naaimachines overhemden in elkaar die Hanchang exporteert naar de Verenigde Staten. “Na twaalf jaar burgeroorlog is er hier gebrek aan werk, aan know-how en aan machines”, zegt Young. Voor zijn bedrijf vormden daarnaast de lage lonen (het gemiddelde salaris bij Hanchang in El Salvador bedraagt nog geen driehonderd gulden per maand) een aantrekkelijke factor. Maar boven alles het feit dat de VS (nog) geen invoerquotum hebben vastgesteld voor Salvadoraanse textiel. Het onbreken van vakbonden en belastingen speelt uiteraard ook een belangrijke rol.

De industriële arbeid zoals bedrijven als Hanchang die bieden in een van oorsprong agrarisch land met een geschatte werkloosheid van 40 procent onder de beroepsbevolking, is van groot belang nu de traditionele koffiesector een minder stabiele bron van inkomsten is geworden. Koffie is bovendien al lang niet meer het belangrijkste exportprodukt. Dat zijn de Salvadoranen zelf. Naar schatting 1,5 miljoen Salvadoranen (oftewel een kwart van de totale bevolking) wonen in de Verenigde Staten van wie ruim een miljoen in Los Angeles en omgeving. Hun geldzendingen naar het thuisfront bedragen momenteel meer dan 2 miljoen dollar per dag en zijn de grootste valuta bron geworden. “Deze remisas hebben de economie drijvende gehouden”, zegt onderzoeker en vice-rector pater Rodolfo Cardenal van de Middenamerikaanse jezuïetenuniversiteit 'José Simeon Cañas' in San Salvador.

De kleine miljard dollar die de Salvadoranen jaarlijks naar huis sturen en de buitenlandse investeringen van vorig jaar van officieel slechts 70 miljoen dollar vormen slechts gedeeltelijk de verklaring voor de grote bouwactiviteit in San Salvador en de oostelijke stad San Miguel. Buitenlandse waarnemers en diplomaten in San Salvador vermoeden dat een belangrijke reden voor de boom in de bouw is te vinden in het witwassen van drugsgelden. Een Europese diplomaat vertelt het verhaal van een man die met 100.000 dollar in contanten een wisselkantoor in de hoofdstad binnenstapte en het bedrag zonder verdere vragen kon omzetten in Salvadoraanse colones tegen een provisie van tien procent voor de eigenaar van het kantoor.

De bouwactiviteiten en de mooie groeicijfers vormen slechts één kant van de medaille. “Het huidige economische systeem sluit het belangrijkste deel van de bevolking uit”, zegt Schafik Handal, oud-guerrillacommandant en nu kandidaat namens de voormalige guerrillabeweging FMLN voor het burgemeesterschap van San Salvador. “Het gaat er niet om of het kapitalistisch is of niet, het gaat erom dat 80 procent van de mensen wordt uitgesloten. Bijvoorbeeld door de hoge rentetarieven waardoor het lenen van geld veel te duur is.” Dit probleem speelt vooral op het platteland, waar, naast de schaarste aan landbouwgrond, de dure kredieten het voor vele kleine boeren ondoenlijk maken rendabel te produceren.

De verpaupering neemt dan ook snel toe onder grote delen van de bevolking. Irma, een 26-jarige inwoonster van San Salvador en de ongehuwde moeder van een kind, had tot een paar jaar geleden een goede betrekking als kamermeisje in één van de luxe hotels. Bij een algemene ontslagronde raakte ook zij haar baan kwijt. Nu tracht ze als prostituée de kost te verdienen in één van de vele semi-legale clubs. “Mijn moeder denkt dat ik nog steeds in de nachtploeg van het hotel werk.” Een buitenlandse inwoner van de hoofdstad vertelt over een recent ongeluk op de grote vuilstort van de hoofdstad. “Daar is laatst een aantal mensen omgekomen toen ze wegzakten in een gat in het vuilnis. Ze zochten er naar eten.”

Vriend en vijand van de regerende ARENA-partij is het er over eens, dat de regering van president Alfredo Cristiani de afgelopen jaren vrijwel niets heeft gedaan om het probleem van de werkloosheid en de verpaupering aan te pakken. Weliswaar is er een fonds voor sociale investeringen (FIS) dat, grotendeels gefinancierd door het buitenland, door het hele land infrastructurele projecten uitvoert. Maar, zo schrijft het blad El Salvador Proceso, een uitgave van de Middenamerikaanse universiteit, “de buitenlandse leningen staan niet in verhouding tot het probleem waarvoor ze een oplossing moeten bieden.”