De riffs zitten al diep in onze mind

MANTGUM - Het kleine aanplakbiljet, meer een briefje eigenlijk, had op het bord gehangen onder het afdak van Het wapen van Baerderadeel, aan de zijkant van het café, op het pad naar de ingang van de feestzaal en de paardestallen, u weet wel, waar ook het biljarttoernooi en de koorrepetities worden aangekondigd. Er stond op: Snein 13 maart, rock and roll mei The Clitt, fanof 17.00 oere in de WJUK ijn Mantgum. Muziek in het jeugdhonk dus, maar dan in het Fries.

Het had die hele zondag hard gewaaid. Jonge lammetjes zochten trillend beschutting bij hun moeders, het landbouwplastic klapperde oorverdovend boven de mesthopen. In het zaaltje waar The Clitt zou optreden waren de gordijnen stevig dichtgetrokken om de juiste ambiance te creëren. Dat was ook wel nodig want het zwerk was werkelijk goed schoongeveegd en de zon ging dus zeer stralend onder. De jongens die ik 's ochtends nog met een polsstok in de hand door de weilanden had zien lopen, hadden hun overall verruild voor een geblokt houthakkershemd of het zwarte uniform van de Generatie Nix. Ze waren uit de wijde omgeving naar Mantgum gekomen, uit Jorwerd, uit Baerd, uit Wieuwerd en Britswerd, uit Weidum en misschien zelfs wel uit Hylaert en Oosterlittens. Toch zullen het er niet meer dan dertig zijn geweest, want de gemeente Litenseradeel behoort in ons land tot de wat minder dichtbevolkte.

Friesland is voor mij exotisch. Maar hoe zo'n middag eruitziet weet ik precies en hoe hij klinkt kan ik voorspellen. De band die bij gebrek aan een kleedkamer al op het podium zit en op voorhand een professioneel gat slaat in de van bestuurswege verstrekte pijpjes. Het publiek dat zich cool tegen de muren heeft opgesteld. Hoe één jongen of twee meisjes iets te luidruchtig een uitval wagen van het ene naar het andere groepje. Gerommel met de microfoonstandaard. Testing, een, twee. Gezoem. De vier tikken van de drummer wanneer we, precies anderhalf uur te laat, dan toch gaan beginnen. En het oemph-gevoel dat daar bijhoort; een snel zinken en weer rijzen van het hart als voorbode van het geluksgevoel dat iedereen nu deelachtig zal worden. Rock'n'roll schept een band tussen provincies die steviger is dan de Afsluitdijk.

In Imagining America: Dutch Youth and Its Sense of Place wordt uitgelegd hoe het komt dat Amerikaanse inheemse muziek die rol van lingua franca kan vervullen tussen culturen die voor het overige nog wel degelijk prijs stellen op het bewaren van hun eigen taal en eigen gebruiken. De Tilburgse hoogleraar Mel - ik hoop dat dat van Melvin komt, maar het zal wel van Melchior wezen - van Elteren maakt aannemelijk dat die muziek allang niet meer als iets van elders wordt ervaren. Zij is van ons. Wie vindt dat we ons moeten weren tegen het cultureel imperialisme van de Verenigde Staten, bestrijdt dus een hersenschim, of levert op zijn best een achterhoedegevecht.

Voor de oorlog werden crooners en dixieland-orkesten wel degelijk nog gezien als importprodukten uit het wondere land van de wolkenkrabbers; al wijst Van Elteren er fijntjes op dat de roaring twenties vooral via Berlijn naar Nederland kwamen. Ook de beatgolf van de jaren zestig was nog iets van overzee, uit Engeland en Amerika. Wij waren ongelovigen, die een warm welkom bereidden aan de zendelingen met hun gitaren. Inmiddels zijn wij niet alleen gedoopt maar maken de riffs en de refreinen deel uit van ons wezen en van onze eigen cultuur. Als het om muziek gaat is Amerika niet meer de naam van een plek aan de andere kant van de aarde. Het is zelfs geen symbool meer. Amerika is een gevoel geworden. Wie met dat gevoel is grootgebracht, spreekt zonder erbij na te denken Amerikaans.

Als bewijs voor zijn stelling noemt Van Elteren Nederlandse bands die zich richten op een groep of streek met een eigen taal en daarbij moeiteloos gebruik maken van muziek uit Amerika. Normaal zingt over de Achterhoek, maar klinkt als de blanke blues uit het zuiden van de Verenigde Staten. Rowwen Hèze komt uit de Peel en speelt zulke goeie tex-mex dat ze ook wel Los Limbos worden genoemd. De Osdorp Posse rapt in het Nederlands over de Amsterdamse stadsjungle; McSranan doet hetzelfde in het Sranan Tongo. Als Van Elteren gelijk heeft, zullen ze hun geleende muziek als volkomen authentiek ervaren. Ik denk zelfs dat de teksten geen doorslaggevende factor zijn voor hun succes.

The Clitt speelde die zondagmiddag ruige rock'n'roll voor drie gitaren en een drummer, met af en toe ook mondharmonica en schuiftrompet. Ze komen uit Sint-Annaparochie en spreken onder elkaar Bildts, iets dat het midden houdt tussen Fries en Hollands. Nee, zei zanger Jan Visser, ze hebben absoluut geen behoefte om ook in hun eigen taal te zingen. Eén keer hebben ze een lied met een Nederlandse tekst gemaakt. Dat ging over een baby die op de autoloze zondag door een Duitser werd platgereden. Rampzalig nummer. Veel te wreed. Sloeg dood. Het Engels past veel beter bij het gevoel dat ze willen overbrengen. Daarbij komt: zelf is hij niet erg tekstvast. Soms zingt hij gewoon een tijdje over iets dat hij in de zaal ziet gebeuren. Geen hond die het merkt. Dat wou hij graag zo houden.

The Clitt speelt niet alleen eigen werk. Ook nummers van anderen. Ik herkende de muziek, het idioom, maar kon niet één titel thuisbrengen. Dat kwam, legde Jan Visser uit, omdat die anderen ook geen Amerikaanse bands waren maar Amsterdamse. Claw Boys Claw, de Fatal Flowers. Het was moeilijk uit te leggen, maar daar hadden ze toch net iets meer affiniteit mee dan met die rockers uit de Staten. Misschien is Amsterdam, beaamde Jan, voor het Bildt ook wel een soort New York. Ik noteerde in gedachten weer een bewijs voor de stelling van Van Elteren.

Toen ik langs de jassen naar buiten liep en de deur open duwde - even een golf muziek over het verlaten schoolplein en het wijde Friese land - spookte er een zinnetje in het Duits door mijn hoofd. Verdammt, die Amis haben unser Unterbewusstsein kolonisiert. Dat zegt een van de twee hoofdrolspelers uit de film Im Lauf der Zeit tegen de andere wanneer ze, 's nachts, een beetje dronken en gezeten in een Amerikaanse bunker, vaststellen dat ze hun herinneringen en emoties het best met behulp van Amerikaanse songteksten onder woorden kunnen brengen. Die film, een road-movie over Duitsland, heeft destijds een verpletterende indruk op mij gemaakt. Nu begrijp ik waarom, en dat het ook helemaal niet vreemd is wanneer er een Duitse regisseur voor nodig is om je het Amerika-gevoel uit te leggen. Mel uit Tilburg heeft daar namelijk, in het Engels, een verdomd goed boek, een echte ogenopener over geschreven.

    • H.M. van den Brink