Communicatie-onderwijs toe aan sanering en samenwerking; Journalisten in overvloed

De tijd is rijp voor sanering van wildgroei, voor samenwerking tussen HBO en WO in opleidingen voor de gehele communicatieve sector. Dit constateert de School voor Journalistiek en Voorlichting in Utrecht in het cahier Wildgroei en toekomstperspectief in het communicatie-onderwijs. Aanleiding is de sterke stijging van het aantal afgestudeerden, de dalende werkgelegenheid en de groei van het aantal opleidingen in journalistiek, voorlichting en communicatie.

In Nederland leiden meer dan vijftig opleidingen op voor de communicatieve sector. Daarmee heeft ons land op dit gebied de hoogste opleidingendichtheid ter wereld. Slechts een deel van de afgestudeerden vindt werk in de journalistiek: de media vragen vaak liever 'gewone doctorandussen' zonder specifiek journalistieke scholing. Jaarlijks is op de arbeidsmarkt plaats voor ruim vijfhonderd nieuwe journalisten, een aantal dat ver achterblijft bij het aanbod van de scholen. Overigens mag iedereen in Nederland zich journalist noemen.

De voorzitter van de Amsterdamse afdeling van de Nederlandse Vereniging van Journalisten (NVJ), O. de Jong, pleitte in het vaktijdschrift De Journalist dan ook voor drastische maatregelen. 'Als overheid, werkgevers (uitgevers en hoofdredacteuren) en werknemers over de kwantiteit en de kwaliteit van de journalistieke scholen geen afspraken kunnen maken, dan moet op rabiater stappen worden bezonnen. Een jaar geen nieuwe leerlingen aannemen bijvoorbeeld.''

Het probleem van de wildgroei aan opleidingen is een nieuw fenomeen. De eerste school voor journalistiek werd in 1966 in Utrecht opgericht. Het was een zogenaamde 'vleugelschool' die de drie zuilen in zich herbergde. In het begin van de jaren tachtig ontstond de behoefte aan meer opleidingen, door een grotere vraag en door onvrede met de school in Utrecht. Die zou onder invloed van de studentenbeweging te vrijblijvend zijn. Weliswaar toonden studenten een grote maatschappelijke betrokkenheid, maar de vakmatige kant van de journalistiek kwam er bekaaid af. Gesteund door de christelijke partijen in de Tweede Kamer, werden twee nieuwe scholen opgericht: in 1980 een rooms-katholieke in Tilburg en in 1981 een protestant-christelijke in Kampen (nu Zwolle). Later kwam er in Amersfoort een tweede protestantse opleiding, ditmaal van 'evangelische' signatuur.

In de jaren tachtig en negentig begonnen veel HBO-opleidingen (vooral de scholen voor Hoger Economisch en Administratief Onderwijs) met een studierichting communicatie, voorlichting of public relations. Ook namen als 'marketing' of 'marketingcommunicatie' kwamen voor. Daarnaast verschenen de universiteiten op de markt. Populair als ze waren - en mede door de grote aantallen studenten die bij de traditionele scholen voor journalistiek bot vingen - liep het aantal opleidingen op tot het nu bekritiseerde aantal van ruim vijftig.

De Wet op het Hoger onderwijs en Wetenschappelijk onderzoek van vorig jaar augustus bepaalt dat in principe iedereen die zich bij een opleiding meldt, moet worden aangenomen. De scholen die een enorme toeloop krijgen te verstouwen, mogen beroep doen op de uitvlucht van de capaciteitsfinanciering: een opleiding hoeft maar honderdvijftien procent van haar huidige aantal studenten op te nemen. Selectie verloopt via een systeem van gewogen loting.

Drie Utrechtse HBO-opleidingen hebben inmiddels besloten de krachten te bundelen. Per 1 januari 1995 zullen de faculteiten journalistiek, voorlichting en communicatie van de Hogeschool Midden Nederland, de Hogeschool voor Economie en Managament en de Hogeschool Utrecht opgaan in een nieuwe faculteit Communicatie en Journalistiek, die uit meer dan 2000 studenten zal bestaan.

De huidige directeur van de faculteit Journalistiek en communicatie opleidingen in Utrecht P. Hagen noemt het idee van De Jong 'dwaas''. Hij wijst erop dat de school voor journalistiek zichzelf al beperkingen oplegt. 'De school in Utrecht telt per jaar twaalfhonderd aanmeldingen en een kleine driehonderdvijftig toelatingen. We waarschuwen aankomende leerlingen: als je geen talent hebt, als je niet hard genoeg werkt, als je niet overtuigd bent van je keuze, doe het dan niet. Als de andere opleidingen zich ook beperkingen zouden opleggen, is er niets aan de hand.''

Hagen is voorstander van concentratie van opleidingen in de communicatie en journalistieke sector. 'Meer dan vijftig opleidingen is te veel. De overheid is teruggetreden en je ziet waartoe dat leidt. De overheid moet dringend met de VNSU, de Vereniging van Samenwerkende Nederlandse Universiteiten, en de HBO-raad gaan praten om het aanbod te reguleren.''

'Er moet op rabiater stappen worden bezonnen. Een jaar lang geen nieuwe leerlingen aannemen bijvoorbeeld.'

    • Jan 't Hart