BESCHUITTAART

Jaren geleden vertelde de moeder van één van mijn kookgrage vrienden eens hoe heerlijk de beschuittaart van haar nicht wel was.

Ze zou haar wel om het recept vragen. De moeder werd ziek en het recept raakte op de achtergrond. Maar de beschuittaart werd niet vergeten. Niet zo lang geleden was ik te eten genood bij de betreffende vriend. Bij aankomst trof ik hem in de keuken, omringd door zandtaartdeeg, pakken beschuit en een kom vol losgeklopt eierstruif. Hij was snel nog even beschuittaart aan het maken: niet volgens het recept van de nicht van zijn moeder maar volgens een samengesteld recept uit de twee joodse kookboeken die hij in huis heeft. Het bleek een loodzware taart, goed om een horde uitgehongerde kinderen de mond volledig mee te snoeren rond theetijd en lang daarna. Maar de smaak was goed. Toetjes die zich rond het etensuur nog snel even in elkaar laten flansen hebben altijd mijn bijzondere aandacht. Met weglating van de deegbodem en de helft van de beschuiten is het resultaat aanzienlijk minder zwaar. Beschuittaart is een sympathiek soort toetje omdat het allemaal niet zo nauw luistert. De tweede laag beschuit kan vervangen worden door kaneelbeschuitjes, er kunnen krenten worden gebruikt of rozijnen of fijngesnipperde gedroogde abrikozen, de sucade kan geheel of gedeeltelijk worden vervangen door sinaasappelsnippers en de amandelen kunnen ingewisseld worden voor hazelnoten, walnoten of pecannoten. Nèt wat voorhanden is. Omdat beschuittaart naar mijn smaak toch wel wat aan de droge kant is, heb ik er een appeltje bijgedaan en - nadat ze uit de oven is gehaald - de taart royaal besprenkeld met zoete oloroso sherry. (Geen zorgen, beschuit kan oneindig veel vocht absorberen.) En dan wordt beschuittaart opeens een heel erg vrolijk verhaal. Wie nog wat vanillevla in de ijskast heeft staan, serveert die apart bij de beschuittaart. Maar de kern van het verhaal blijft natuurlijk dat snel te maken toetje met huis-tuin-en-keukeningrediënten.

Voor 4-6 personen:

2 grote eieren

120 gram suiker

1 deciliter volle melk

1 theelepel kaneelpoeder

1 theelepel gemberpoeder

zoete oloroso sherry

55 gram boter

8 beschuiten

50 gram krenten (of rozijnen), geweekt

50 gram sucadesnippers

1 zure appel, geschild en uitgeboord

40 gram gepelde amandelen, middelfijn gehakt

Doe eieren, suiker, specerijen, melk en 2 eetlepels oloroso sherry in een kom en klop alles met een garde door elkaar. Vet een vuurvaste schaal of taartvorm (doorsnede 20-22 cm) in met 5 gram van de boter. Dompel de helft van de beschuiten één voor één in het eiermengsel en bedek er de bodem van de schaal mee. (Breek een van de beschuiten in stukken en vul er de openvallende plekken mee op.) Snijd de appel in dunne plakjes en leg ze op de beschuiten. Strooi 3/4 van de krenten en van de sucadesnippers over de beschuiten. Dompel de resterende beschuiten in het eiermengsel, breek ze in grove stukken en leg ze als tweede laag kriskras in de schaal. Strooi de resterende krenten en sucadesnippers tussen de stukken beschuit en bestrooi de taart met de gehakte noten. Roer het eiermengsel nog even door (zodat de niet opgeloste suiker loskomt van de bodem) en giet het gelijkmatig uit over de beschuittaart. Verdeel de resterende boter in klontjes en leg ze op de taart. Bak de taart 45 minuten in een voorverwarmde oven (200 graden celsius), of tot de bovenkant goudbruin is en krokant. Laat de taart 3 minuten bekoelen en besprenkel hem dan royaal (tenminste 4 eetlepels) met oloroso sherry. De taart is het lekkerst wanneer ze lauw wordt gegeten.

    • Florine Boucher