Begonia's aanwijzing voor regenbosrefugia uit laatste IJstijd

In de laatste IJstijd, zo'n 70.000 tot 12.000 jaar geleden, was het in Afrika een stuk koeler en droger dan nu. Het areaal laaglandbos kromp aanmerkelijk in en viel waarschijnlijk uiteen in een aantal regenbos-refugia. Op deze groene eilandjes in een droge omgeving vonden planten en dieren uit het regenwoud een toevluchtsoord en van daaruit hebben ze terrein heroverd, toen het klimaat in Afrika weer warmer werd. Nog steeds bezitten deze refugia een hoge soortenrijkdom, daarom zouden natuurbeschermers ze graag willen opsporen.

Begonia's zijn daarvoor het ideale hulpmiddel, zo blijkt uit het onderzoek van Marc Sosef, die op 11 maart aan de Landbouwuniversiteit promoveerde. Op grond van de verspreiding van een aantal vocht- en schaduwminnende begoniasoorten denkt de promovendus verschillende regenbosrefugia te kunnen aanwijzen in Kameroen, Gabon, Liberia en Ivoorkust.

Er bestaan zo'n duizend soorten begonia's, vrijwel allemaal tropisch. In Afrika zijn er 'maar' 120 soorten, waarvan Sosef er 40 onderzocht. De meeste zijn moeilijk te kweken. Omdat ze strikt gebonden zijn aan beschaduwde, vochtige standplaatsen hebben ze zich in de laatste IJstijd vermoedelijk alleen in de toenmalige regenwoud-refugia kunnen handhaven. Sindsdien zijn ze niet zoveel verder gekomen omdat hun zaadverspreiding weinig efficient is. De aanwezigheid van dergelijke soorten zou dus op een refugium wijzen. Inderdaad groeien sommige begonia's op bepaalde plaatsen die al eerder op grond van andere overwegingen als regenwoudrefugium waren aangeduid. Daarnaast denkt Sosef nog twee nieuwe refugia te hebben opgespoord.

    • Marion de Boo