ABP regelt pensioen partners ongehuwden

DEN HAAG, 17 MAART. Het kabinet wil een zogeheten partnerpensioen invoeren voor ongehuwd overheidspersoneel. Minister Van Thijn (binnenlandse zaken) zei dat gisteren in de Tweede Kamer bij de behandeling van de Wet financiële voorzieningen privatisering ABP.

De Tweede Kamer ging akkoord met de wetsvoorstellen die de privatisering van het ABP op 1 januari 1996 financieel regelt. Daarvoor dient het wetsvoorstel voor 1 mei van dit jaar in de Staatscourant te staan. Het ABP verzorgt het pensioen voor ongeveer 480.000 mensen. De privatisering van het pensioenfonds (belegd vermogen 175 miljard gulden) wordt gecombineerd met een wijziging van het systeem van aanvullende pensioenen en vervroegde uittreding.

Van Thijn zei dat de vakbonden voor overheidspersoneel binnen enkele weken een concreet voorstel kijgen.

De positie van ongehuwde ambtenaren verslechtert ten opzichte van de huidige situatie. Ongehuwden krijgen op dit moment van het ABP een iets hoger (aanvullend) pensioen dan gehuwden. In het convenant dat de vier vakcentrales vorig jaar sloten met de minister van binnenlandse zaken is opgenomen dat vanaf 1 mei, wanneer het pensioenregime vooruitlopend op de privatisering wordt aangepast, voor gehuwden en ongehuwden dezelfde franchise geldt. De franchise is het deel van het salaris waarover geen aanvullend pensioen wordt verzekerd omdat de AOW daarin voorziet. Dit heeft tot gevolg dat de ouderdoms- en nabestaandenpensioenen van gehuwden worden verhoogd.

De D66-fractie drong aan om alleenstaanden die bij het ABP zijn verzekerd de mogelijkheid te bieden voor een hogere pensioen-uitkering. Minister Van Thijn wilde geen uitsluitsel geven.

De privatisering van het ABP heeft tot gevolg dat de koopkracht van de best betaalde ambtenaren in 1995 met bijna 3 procent stijgt. De koopkracht van een ambtenaar met een modaal inkomen (48.000 gulden) neemt volgend jaar met bijna een procent af. Ambtenaren met een twee keer modaal inkomen zien hun koopkracht met 0,7 procent stijgen. PvdA en D66 kritiseerden de denivellering, maar verbonden er geen consequenties aan. Van Thijn onderstreept dat de denivellering een onbeoogd nevenaffect is voor een marktconform premiesysteem voor ambtenaren. “Wat nu blijkt is dat de werknemers met de hogere inkomens bij de overheid altijd meer hebben betaald voor hun pensioen dan zij in de marktsector zouden hebben moeten doen.”

Alle fracties zetten kanttekeningen bij een dekkingsgraad van 106 procent. Maar een dergelijk percentage is volgens Van Thijn “niet ongebruikelijk”. Van Thijn: “Het fonds heeft misschien niet al te veel spek op de botten, maar met de fitness is het uitstekend gesteld”.