'Wij hebben het volkslied van een vluchteling'

Wetten en verdragen geven politieke vluchtelingen het recht te worden toegelaten tot Nederland. Het aantal vluchtelingen stijgt. Ongeveer 75 procent van hen zoekt asiel met gegronde redenen, zo blijkt uit de praktijk. Kan Nederland de 'stroom' nog aan? Of moet de deur op een kier worden gezet of zelfs helemaal dicht? En hoe blijven we vervolgens toch een 'keurig land'?

W. DREES, oud-politicus van PvdA en DS'70:

“De omvang van het asielzoekersvraagstuk is zo groot dat ik me afvraag hoe Justitie er nog in slaagt om mensen tegen te houden. Ik ben dolblij dat ik geen ambtenaar ben op Justitie bij de afdeling vreemdelingenbeleid. Ik zou eerlijk gezegd niet weten wat je op dit moment nog meer kan doen. Het Nederlandse beleid ten aanzien van asielzoekers is reuze restrictief. Het zijn fatsoenlijke politici die daarover beslissen. Ik ben bang dat we moeten aanvaarden dat het vluchtelingenprobleem hoort bij deze nare aardbol. Er gebeuren op dit moment beestachtige dingen in de wereld. Dat er niet nog meer asielzoekers zijn, komt omdat landen als China hun grenzen dichthouden. Bovendien hebben maar heel weinig mensen genoeg geld om weg te komen.

De Europese Unie kan wellicht betere afspraken maken over de procentuele verdeling van de opvang waardoor de druk op Nederland enigszins zou kunnen worden verlicht. Een andere mogelijke oplossing is het opvangen van vluchtelingen in buurlanden, dus dichterbij het land van herkomst. Het opvangen van mensen in hun eigen werelddeel is een redelijk principe mits het Westen geld geeft aan die landen. Dat zou van de ontwikkelingshulp kunnen. Ik ben het eens met de gedachte van Bolkestein dat we ons primair moeten richten op mensen uit Europa, maar dat gebeurt in de praktijk al. Het is moeilijk een grens te trekken. Ik vind wel dat iemand die bijvoorbeeld Iran weet te ontvluchten, hier moet worden toelaten.

Een deel van de immigratiestromen waar Nederland nu tegenaan bokst is te wijten aan twee grote blunders uit het verleden: het aantrekken van de gastarbeiders uit Marokko en Turkije in de jaren zestig en het binnenhalen van de Surinamers na de soevereiniteitsoverdracht in de jaren zeventig. Dat zijn, na de gezinshereniging, nu honderdduizenden mensen die in Nederland wonen. Daardoor is het voller en hebben we nu minder ruimte voor asielzoekers.''

J. TER LAAK, secretaris van Pax Christi:

“Nederland kan onmogelijk de deur dicht doen voor mensen die in levensgevaar verkeren. Vluchtelingen vormen niet alleen een probleem voor Nederland, zij vormen tevens een verrijking - bijvoorbeeld in cultureel opzicht. Nederland moet samen met Duitsland grote druk uitoefenen op de andere landen van de Europese Unie om een grotere inspanning te leveren op het gebied van toelating van vluchtelingen. De huisvesting moet geprivatiseerd worden, want dat gaat nu veel te bureaucratisch. En de toetsing moet met veel grotere snelheid geschieden dan nu het geval is. We moeten streng doch rechtvaardig optreden.”

H. BLANKERT, voorzitter werkgeversvereniging NCW:

“Nederland heeft de deur nooit dichtgedaan en zal dat, gezien de verdragen die ze heeft ondertekend, ook nooit kunnen doen. De vraag is wel hoeveel vluchtelingen de deur nog kunnen passeren, maar dat is een probleem dat je alleen in Europees verband kunt regelen.”

G. CREMERS, secretaris vakcentrale CNV:

“Het is een illusie te denken dat we met deze open grenzen de deur dicht kunnen doen. Het is een theoretische vraag waarmee we ons op de verkeerde invalshoek concentreren. We moeten ons concentreren op de uitvoering: hoe we de mensen die onder het asielbeleid vallen daadwerkelijk asiel verlenen en degenen die daar geen recht op hebben niet toelaten. Door die 50.000 asielaanvragen per jaar - en dan overdrijf ik - raken we heus niet vol. Het is oneerlijk om te zeggen 'Nederland is vol', dat is een drogreden. Het werkelijke probleem zijn de systematische stromen van politieke vluchtelingen. Om die tot stand te brengen moet er stabiliteit in die regio's komen. Op de arbeidsmarkt zullen we zeker een extra inspanning moeten leveren om asielzoekers aan het werk te krijgen. Maar laten we voorop stellen dat de huidige aantallen asielzoekers die hier op legale gronden verblijven, niet de oorzaak van de huidige werkloosheid zijn. Die is te wijten aan de economische recessie en heeft niets te maken met het feit dat we een bepaald verdrag hebben ondertekend waarin staat dat we mensen in nood onderdak verlenen.”

J. HOEKSMA, vice-voorzitter VluchtelingenWerk:

“Nederland is het enige land met een volkslied van een vluchteling. Kortom, iedereen kan vluchteling zijn of worden. Je moet deze mensen helpen, zoals je zelf ook graag geholpen zou worden als je vluchteling was. Nederland is niet vol. En als politieke leiders de indruk wekken dat de deur van Nederland op slot moet, geven ze voeding aan verkeerde sentimenten. De weg die Bolkestein lijkt te wijzen is niet de goede weg. Dat weet iedere weldenkende politicus. En, ook heel belangrijk, het aantal vluchtelingen in Europa moet eerlijker over de lidstaten worden verdeeld.”

E.S. SPANGENTHAL, VVD-lid stadsdeelraad Buitenveldert:

“Ik ben in de jaren dertig naar Nederland gevlucht. Toen mocht ook lang niet iedereen komen; mensen werden niet zelden zonder pardon de grens met Duitsland weer over gezet. De situatie is nu dat je moet zorgen voor voldoende maatschappelijk draagvlak. Wat kunnen wij aan? Het gaat er natuurlijk niet alleen om mensen een bed te geven, zakgeld of later een uitkering. Ze moeten op den duur fatsoenlijk kunnen worden gehuisvest, uitzicht hebben op scholing en een baan. Amerika hanteert een quotumsysteem voor mensen uit bepaalde landen. Daar schuilt iets onrechtvaardigs in, maar zo wordt de stroom wel beheersbaar gehouden.”

Ds. W.R. VAN DER ZEE, secretaris Nederlandse Raad van Kerken:

“Natuurlijk bestaan er problemen binnen de Nederlandse samenleving maar het gaat niet aan vluchtelingen daarvoor verantwoordelijk te stellen. Wij zijn, op grond van internationale verdragen, verplicht om de deur open te houden. Toelating van vluchtelingen moet kritisch worden getoetst; er zijn grenzen. Maar er moet een beleid zijn dat zowel mensen in nood van elders toelaat en tegelijkertijd de achtergestelden in eigen land er boven op helpt.”

Th. OLOF, violist:

“Ik vluchtte in 1933 met zijn moeder uit Duitsland naar Nederland. De deur moet niet dicht. Doe je dat wel, dan blijf je niet keurig. Toelating van echte, dat wil zeggen politieke vluchtelingen, moet doorgaan. Maar niet van economische vluchtelingen. Geval voor geval moet nauwkeurig worden bekeken. Wij hebben het hier zoveel beter dan elders in Europa en in de wereld. Mijn indruk is dat een groot deel van de bevolking er nog wel wat op achteruit kan gaan - met uitzondering natuurlijk van degenen die het minst verdienen.”

J.H. SCHUTJES, directeur internationale organisatie voor migratie (IOM):

“De deur kan niet dicht, want we zijn gebonden aan vluchtelingenverdragen. De ligging van Nederland sluit ook vrijwel uit dat je de deur kan sluiten. Wat te doen? Wij hanteren het zogenoemde early warning system: als je voorziet dat ergens de boel op uitbarsten staat, zou je de gemeenschap kunnen oproepen in dat gebied te interveniëren om zodoende te voorkomen dat vanuit dat gebied een immigratiestroom op gang komt. Wij werken ook met informatieprogramma's, bijvoorbeeld in landen als Albanië en Roemenië en lichten mensen voor die uit economische motieven overwegen naar West-Europa te komen. We vertellen wat daarvan de consequenties kunnen zijn. Hun perceptie is vaak te rooskleurig, en ze krijgen ook veel verkeerde informatie van de zogenoemde Schleppers, mensen die goed verdienen aan potentiële economische vluchtelingen.”

    • Rob Schoof
    • Anneke Visser
    • Yaël Vinckx