Rusland: 'geen gast' maar hoofdrolspeler in Europa

MOSKOU, 16 MAART. Het weekblad Moskou Nieuws somde deze week zes mogelijke redenen op waarom de arrestatie van de dubbelspion Aldrich Ames vorige maand in de Verenigde Staten zo'n commotie had veroorzaakt. En geen van de zes had iets te maken met spionage. Ze hadden meer te maken met de uitgangspunten van de 'nieuwe' Russische buitenlandse politiek.

De meest gangbare versie van het Ames-schandaal, aldus Moskou Nieuws, is dat Washington de spionnenkwestie opblaast uit ongenoegen over het succes van de Russische diplomatie bij het ontzet van Sarajevo in februari.Een andere versie is dat Washington een aanleiding zoekt om de hulp aan Rusland te kunnen stopzetten. Een derde is Amerikaanse weerzin tegen de nieuwe, minder op het Westen georiënteerde regering in Rusland. De vierde is dat de CIA meer geld wil om de spionage tegen Rusland op te voeren, enzovoorts.

Ongeacht de details gingen alle versies uit van dezelfde vooronderstelling: het Westen misgunt Rusland zijn rechtmatige positie in de wereld. Dit idee was zo vaak in de berichtgeving over de Ames-zaak terug te vinden dat de leiding van de Russische inlichtingendienst 's lands journalisten zelfs heeft bedankt voor hun “objectieve en patriottistische benadering”. Het bedankje wekte geen opschudding, daarvoor is de consensus over Ruslands rol in de wereld al te groot.

Die consensus is kort samengevat dat Rusland geen bijrol maar een hoofdrol toebedeeld moet krijgen. Het verlangen hiernaar is voor Russen zo vanzelfsprekend dat diplomatiek taalgebruik achterwege kan blijven. “Het Westen moet lering trekken uit de Bosnische crisis. De les is dat Rusland moet worden behandeld als een gelijke partner, niet op de manier zoals sommigen deze keer deden”, zei bijvoorbeeld onderminister van buitenlandse zaken Vitali Tsjoerkin, de auctor intellectualis van het akkoord in Sarajevo. “Rusland heeft nog niet de plaats ingenomen die haar toekomt. De wereld heeft een sterk Rusland nodig”, zo vond president Jeltsin in zijn eerste State of the Union vorige maand. “We moeten stoppen met de misplaatste praktijk om eenzijdige concessies te doen.”

Dat de belangrijkste opvolgerstaat van de Sovjet-Unie de afgelopen twee jaar nog nauwelijks de indruk van een 'sterk Rusland' maakte, was voor een deel te wijten aan het eigen buitenlands beleid. Terwijl minister Kozyrev optrad als democratische pro-Westerse hervormer, kritiseerde het parlement hem wegens uitverkoop van Russische belangen en voerde het zijn eigen buitenlandse politiek. Het riep bijvoorbeeld de in de Oekraïne gelegen havenstad Sevastopol brutaalweg uit tot Russische stad. Tevergeefs in dit geval, want een derde Russische speler op het internationale schaakbord was president Jeltsin en die maakte de motie weer ongedaan. En intussen trok het leger zich van politieke ruzies weinig aan en voerde zijn eigen - Ruslands vierde - buitenlands beleid. Het intervenieerde naar eigen goeddunken in conflicten die zich, zoals in Tadzjikistan of Moldavië, soms vele honderden kilometers buiten de eigen grenzen afspeelden.

Die verdeeldheid is nu verleden tijd, net als de oorspronkelijke pro-Westerse lijn van Kozyrev. Toen de NAVO vorige maand dreigde Servische stellingen rondom Sarajevo te bombarderen, dreigden de ultranationalist Vladimir Zjirinovski, de hervormer Jegor Gajdar, de eigenzinnige econoom Grigori Javlinksi, de pragmatische minister Sergej Sjachrai, de minister van defensie Pavel Gratsjov, en president Boris Jeltsin eensgezind met harde, heel harde tegenmaatregelen.

De gemeenschappelijke noemer waaronder die politici van velerlei gezindten zich konden verenigen is dat het afgelopen moet zijn met de 'vernedering' van Rusland. Moskou moet niet langer aan de leiband van Washington lopen maar, zoals Kozyrev vorige maand zei, “het eigen belang voorop stellen, ook als dat tegen dat van het Westen ingaat”.

Ondanks de problemen thuis is Rusland in de Moskouse optiek nog steeds een wereldmacht. Misschien niet meer in Afrika of Zuid-Oost Azië, zoals in de tijd van de Sovjet-Unie, maar in elk geval nog wel in het eigen deel van de wereld: het voormalige Warschau-pact en, zoals de recente reis van minister Kozyrev naar het Midden-Oosten heeft aangetoond, ook in dat deel van de wereld. Het wekt hier wrevel dat het Westen niet lijkt te willen erkennen dat in elk geval de landen van de voormalige Sovjet-Unie en die in Oost-Europa tot de 'natuurlijke invloedsfeer' van Rusland behoren en dat Moskou aanspraak maakt op een prominente rol in het vredesproces in het Midden-Oosten.

De onafhankelijkheid van de andere ex-Sovjet-republieken wordt in Rusland vrij algemeen als een vergissing beschouwd. Bestaande economische en politieke banden zijn verbroken zonder dat er iets voor in de plaats is gekomen. Vluchtelingen en gelukzoekers overspoelen Moskou. Zo'n 25 miljoen Russen wonen nu buiten Rusland en geven te kennen, zoals in januari nog bij verkiezingen op het Oekraïense schiereiland de Krim, daarmee uiterst ongelukkig te zijn. En het blijft toch al moeilijk te verteren dat de Krim, de Oekraïne, Wit-Rusland, delen van Kazachstan en andere gebieden die al lang vóór 1917 Russisch waren nu ineens tot een buitenland behoren.

Het Russische beleid kan worden samengevat als het zoveel mogelijk ongedaan maken van deze vergissing. Azerbajdzjan en Georgië zijn onder zeer zware druk toegetreden tot het door Moskou geleide Gemenebest van Onafhankelijke Staten (GOS). Met Wit-Rusland wordt gewerkt aan een monetaire unie die de republiek economisch afhankelijk zal maken van Moskou. Russische diplomaten en soldaten bemiddelen bij conflicten in de Kaukasus en Centraal-Azië. En landen die zich tegen de Russische toenadering verzetten krijgen letterlijk de rekening van hun onafhankelijkheid gepresenteerd. De gaskraan naar de Oekraïne werd dichtgedraaid toen de republiek de leveranties niet meer kon betalen. Rusland staat borg voor stabiliteit in de voormalige Sovjet-Unie, zo noemde Jeltsin dat in zijn rede.

Als rechtvaardiging voor Russisch optreden tegen de buurlanden wordt meestal de aanwezigheid van de Russische minderheden daar genoemd. Zo trekt Moskou zijn troepen uit Estland niet terug omdat het vindt dat de rechten van de Russen die in de Baltische staat achterblijven nog onvoldoende zijn gegarandeerd. Omdat dit misschien een wat bot middel is voor wat president Jeltsin noemde “onze nationale zaak”, werkt het ministerie van buitenlandse zaken inmiddels aan een speciaal plan voor hulp aan de Russen over de grens. Volgens dit plan moeten er in elk geval een eigen radiozender komen, een eigen televisieprogramma en een dubbel staatsburgerschap voor de Russen in andere republieken. “We merken dat diplomatieke maatregelen niet genoeg zijn”, verklaarde een woordvoerder van het ministerie.

Het Russische beleid ten aanzien van Oost-Europa komt erop neer dat dit deel van het voormalig Warschaupact zijn eigen gang mag gang, zolang die gang maar niet - of in elk geval niet al te eenzijdig - naar het Westen leidt. De landen in Oost-Europa zijn in de Russische optiek een brug naar buiten toe, en niet andersom. Vooral de oude vijand NAVO mag deze landen niet gebruiken om dichter bij Ruslands grenzen te komen. Een NAVO-lidmaatschap van Polen of Hongarije zou leiden tot “nieuwe bedreigingen voor Europa en de wereld”, heeft Jeltsin gezegd. “Rusland is geen gast in Europa, het is een volledige deelnemer in de Europese gemeenschap”, zei Jeltsin.

Het is verleidelijk dit 'zelfbewuste' buitenlands beleid te zien als een reactie op de opmars van Vladimir Zjirinovski. Maar het kreeg al ver voor zijn verkiezingszege gestalte en de nieuwe militaire doctrine waarin het leger zich het recht toeëigent op te treden in het 'nabije buitenland' - de ex-Sovjet-republieken - was al twee maanden voor die verkiezingen aangenomen. De lobby van Moskou om de Russische militaire bij dergelijk optredens blauwe helmen van VN of CVSE op te zetten, dateert al van begin vorig jaar. En het traineren van de troepenterugtrekking uit de Baltische landen is nog ouder.

Het heeft er meer de schijn van dat Rusland na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie tijd nodig heeft gehad een consensus over zijn plaats in de wereld te hervinden. Àls het nieuwe beleid al ergens een reactie op is, dan is het niet op Zjirinovski, maar op wat wordt gezien als de teleurstellende houding van het Westen.

Van die Westerse houding was buitengewoon veel verwacht. De gedachte in 1991 was dat als Rusland het communisme zou afzweren en democratische en economische hervormingen zou doorvoeren, het met behulp van 'Amerika' binnen de kortste tijd een welvarend land zou worden en als co-leider in de beschaafde wereld zou worden verwelkomd. Die verwachting is niet uitgekomen. In plaats daarvan raakte Rusland in wat een nationale misère genoemd mag worden. En misère vormt een ideale voedingsbodem voor de gedachte dat Rusland een 'eigen weg' moet kiezen en in de wereld voor zijn eigen belang moet opkomen. Zjirinovski verwoordt dit in de meest extreme bewoordingen, maar hij verwoordt meer dan alleen zijn eigen extremistische ideeën. Niet voor niets heeft president Jeltsin de buitenlandse politiek ontdekt als een thema waar omheen hij een verdeeld volk kan verenigen.

Het opkomen voor het eigen belang - hoe breed geformuleerd ook - is nog niet hetzelfde als het herleven van Russisch of Sovjet-imperialisme. Rusland heeft vorige maand al twee kansen op expansie laten liggen. Een vriendschapsverdrag met Georgië, dat het Russische leger er de vrije hand zou geven, werd door het Russische parlement niet aanvaard omdat het parlement weigert op grote schaal troepen te sturen naar de Kaukasische republiek. En op de wens van Krim-president Joeri Mesjkov, die het Oekraïnse schiereiland weer bij Rusland wil voegen, heeft Moskou vooralsnog slechts lauw gereageerd. In het 'nieuwe nationalisme' hoort kennelijk ook weerzin tegen het overnemen van andermans failliete boedels.